Alle examens vanaf 2017 en de pilotexamens van voor 2017.
Hieronder zie je een schematische weergave van de moeilijkheidsgraad van afgelopen examens;
Tips voor de eerste vijf minuten van het examen:
1. Schrijf direct alle formules op die je uit je hoofd hebt geleerd, je maakt je eigen formuleblad.
2. Bepaal met welke opgave je wilt beginnen, begin met iets waar je zelfverzekerd over bent.
Tips voor de laatste vijf minuten van het examen:
1. Blijf zitten en ga niet eerder weg.
2. Kijk of je echt iedere opgave hebt gemaakt.
3. Controleer of je bij iedere opgave een duidelijke conclusie hebt opgeschreven die voldoet aan
de voorwaarde (afronden en eenheden vermelden).
4. Controleer je eigen uitwerkingen op kleine rekenfoutjes.
,
, Domein B.1 Algebra en Tellen
De kandidaat kan berekeningen uitvoeren met getallen en variabelen, daarbij gebruik maken van
rekenkundige en algebraïsche basisbewerkingen en van het werken met haakjes.
Parate kennis
De kandidaat kent
1. De begrippen absoluut en relatief.
Absolute getallen of waarden zijn de werkelijke/precieze aantallen. Bv. 3 appels of 573 inwoners.
Relatieve getallen of waarden zijn afhankelijk van absolute getallen, ze staan hiertoe in relatie. Bv. 1
op de 5 auto’s op deze weg rijdt te hard. Procenten en breuken zijn altijd relatief.
Parate vaardigheden
De kandidaat kan
2. Berekeningen maken met en zonder variabelen waarbij gebruik gemaakt wordt van
verschillende rekenregels, inclusief die van machten en wortels.