Cognitie bij zorgvrager
Overtuigingen en verwachtingen:
Culturele overtuigingen: overtuigingen die je ouders belangrijk vinden, pijn
tonen in bepaalde culturen is niet gebruikelijk, wat het lastig maakt voor
een verpleegkundige.
Religieuze overtuigingen: in sommige religies is medicatiegebruik niet
gebruikelijk, bloedtransfusies ook niet, geen euthanasie plegen maar de
ziekte dragen.
Medische overtuigingen: overtuigingen over bepaalde zorg of medicatie.
Het kan ook zijn dat een zorgvrager ervan overtuigd is dat niks zal werken.
Verwachting: rol van zorgverleners: de zorgvrager verwacht bepaalde zorg
of hulp. Ouderen gaan er vanuit dat de arts bepaalt wat er gaat gebeuren.
Verwachting: hersteltijd: zorgvragers hebben hun eigen verwachtingen
over hoe lang de hersteltijd is en handelen hier ook naar.
Behandelingsverwachtingen.
Klinisch redeneren
Kritisch denken
Dual processing model:
Intuïtief besluit – snel genomen – vaker foute of suboptimale besluiten.
Onbewuste basisstrategieën. Denksysteem 1.
Rationeel-analytische denkstrategieën. Denksysteem 2. Gebruik deze bij
klinisch redeneren.
Wat is de precieze vraag?
Welke informatie is hier nog meer van belang?
Is er voldoende informatie?
Informatie afwegen.
Intuïtie vs analyse
Intuïtief: denksysteem 1:
Werkt snel.
Maakt veel beslisfouten.
Wordt beïnvloed door stemming.
Wordt beïnvloed door vooroordelen.
Vraagt weinig cognitieve inspanning.
BIAS: vertekening van de waarheid door wat je denkt, bijvoorbeeld een
vooroordeel.
Confirmation BIAS: mensen hebben de neiging om informatie te zoeken
die aansluit bij wat ze al denken. Men zoekt dus exclusief naar
bevestigende informatie en niet naar ontkrachtende informatie.
Overconfidence BIAS: onterecht blind vertrouwen op je eigen kunnen, je
eigen kunnen overschatten.
Primacy & recency effect: herinneringen die het eerst en die het laatst
gemaakt zijn, zijn het makkelijkst te herinneren.
Fundamental attribution error: bij een ander schrijven we fouten eerder
toe aan de persoon zelf, dan aan de omstandigheden.