HOE WETEN WE IETS IN PSYCHOLOGIE?
In omgang met kind kinderen rekening houden met typische kenmerken van elke leeftijd
=> leerboeken, werkvormen, straffen en belonen, …
Ontwikkeling verloopt gradueel (terugval in ontwikkeling -> ontwikkelingsstoornis)
=> elke fase bouwt verder op voorgaande fase
Belangrijk om de ontwikkelingspsychologie goed te begrijpen + er op in te spelen
=> herkennen ‘normale’ en ‘abnormale’ ontwikkeling + inspelen
Pyschologie = wetenschap die innerlijke leven (gebeuren) en het uiterlijk waarneembaar gedrag van de mens
bestudeert
- psyché = ziel (wat er vanbinnen gebeurt)
- logos = gedachte
Ontwikkelingspsychologie = bestudeert gedrag, denken en beleven van mensen in verschillende levensfasen
OBSERVEREN
1ste die systematisch begon na te denken over hoe kinderen zich ontwikkelden: Charles Darwin
- Schreef kort wetenschappelijk artikel over zoon William (Doddy)
o Gebasseerd op dagboeken die vroeger had bijgehouden na de geboorte van William
- Gebruikte een van de belangrijkste methodes im over ontwikkeling bij te leren = observeren (def)
o Observeren ≠ zomaar kijken, wel:
§ Gericht en systematisch waarnemen
§ Gedetailleerd beschrijven
- Darwin was nieuwsgierig naar link tussen (onder andere) spel en ontwikkeling van het al dan niet
aangeboren zijn van menselijke communicatie
Later: Jean Paiget
- Observeerde zijn 3 eigen kinderen + gaandeweg aangevuld met andere kinderen
- Ging al iets verder: gaf een pop aan een kind om zo te kunnen zien wat het kind ermee zou doen
(manipuleerde de omgeving)
o Gebruikte de klinische methode
§ Wetenschapper observeert niet alleen, maar gaat ook af en toe de omgeving van het
kind veranderen (omschrijving)
• Om zo gedrag van kind en wat het kind al dan niet begrijpt, beter te kunnen
vatten
2 grote uitdagingen bij observeren en de klinische methode:
- Wetenschappelijke afstand behouden
- Niet zomaar veralgemenen: hoe generaliseerbaar is iets wat je vaststelt
1
,4 stappen van verloop van wetenschap (dag van vandaag):
1. Ontwikkelen van hypothese op basis van observatie
2. Dataverzameling
3. Analyse van dataverzameling
4. Publicatie van resultaten na controle van andere wetenschappers (= peerreview)
o Eventueel onderzoek opnieuw gedaan (= replicatie of repliceren)
Vb:
1. Hypothese: kinderen wenen als mama de kamer verlaat
2. Dataverzameling: 1000 kinderen selecteren (vanuit kind-en gezin) vanuit verschillende gezinnen &
omgevingen + verzamelen in Vives + na 2 min verlaat mama de kamer + wordt opgenomen
3. Analyse dataverzameling: … kinderen zijn wel/niet beginnen wenen
4. Conclusie: kinderen die meer gehechte band hebben met moeder, wenen sneller
TESTEN VAN HYPOTHESES VIA ONDERZOEK
Ontwikkeling en gedrag komen niet zomaar.
=> ontwikkeling en gedrag = cyclisch proces
Kind ontwikkelt zich door rijpen, eerdere ervaringen en leren
Rijping
leren ervaring
Als onderzoeker: wilt weten hoe bepaalde evolutie ontstaat of waarom een kind een bepaald gedrag vertoont
=> andere onderzoeksmethodes meet aangewezen (waarbij 1ste uitdaging is om verder te gaan dan vaststellen
correlaties)
CORRELATIE VERSUS CAUSAAL VERBAND
In onderzoeken: grote uitdaging om oorzakelijke of causale verbanden aan te tonen, terwijl correlaties
makkelijker te vinden zijn
=> gaat ook vaak fout in de media
=> vb in boek op pg 17 & 18 (ZEKER LEZEN!!!!)
Bij (wetenschappelijke) onderzoeken worden er snel foute conclusies gemaakt + gebeuren er snel fouten
Correlatie = verband tussen 2 of meerdere variabelen
Causaal verband = verband tussen oorzaak & gevolg
2
,OP ZOEK NAAR OORZAKELIJKE VERBANDEN VIA EXPERIMENTEN EN INSTRUMENTEN
In onderzoek: probeert men invloed van mogelijke verstorende factoren uit te sluiten door ze vast te zetten of
hierop te controleren
In experimenten: probeert men zoveel mogelijk controle krijgen over andere invloeden die een rol zouden
kunnen spelen op wat we willen meten
=> Moeilijke: als je verstorende factoren niet vindt, doe je uitspraken die wellicht fout zullen zijn
Werkt daarom met een of meerdere groepen
- Experimentele groep (medicijn nemen)
- Controlegroep (nemen een placebo of ongevaarlijk nepmedicijn)
=> Is niet genoeg om zeker te zijn dat er geen andere elementen meespelen
Wat doet men nog zoal:
- Randomnisatie
o Synoniemen: randomized controlled trial of RTC
o = zal willekeurig mensen kiezen om over de twee of meerdere groepen te verdelen
o Op die manier: alle mogelijke storende variabelen kunnen controleren
o Doet dit niet door variabelen bij proefpersonen constant te houden tss de 2 groepen
§ Zo kunnen er geen systematische verschillen zijn tussen de 2 groepen
o Als er achteraf verschil optreedt: kan het uitsluiten liggen aan experimentele
(gemanipuleerde) variabele
o = gouden standaard voor goed onderzoek
o Deze aanpak is niet altijd mogelijk of wenselijk
- Proefpersonen weten zelf bijna nooit tot welke groep ze behoren
o Want weten op zich, kan storende variabele zijn
§ Want als iemand weet dat ze het echte medicijn nemen, zou dat wel eens effect
kunnen hebben op zijn/haar gedrag
- Proefleiders weten enkel als het nodig is voor het onderzoek wie bij welke groep behoort
- Instrumenten gebruiken die betrouwbaar en gevalideerd zijn
o Zodat je echt kan weten of er al dan niet een verschil ontstaat tussen de 2 groepen
o Voor veel onderzoeken: moeten ‘schalen’ ontwikkeld worden waarmee effect van aanpak
gemeten kan worden
§ IQ – testen: zo objectief mogelijk meten wat intelligentie is van iemand
o Veel instrumenten reeds ontwikkeld
§ Onder vorm van: vragenlijsten, observatielijsten, rollenspel, …
§ Bekendste: rollenspel om te kijken op welke manier een kind (veilig) gehect is
o Cruciaal voor kwaliteit en betrouwbaarheid van dergelijke instrumenten
§ Elke stap van test moet op exact dezelfde manier verlopen
3
, Kijken of het spelen van een spel op de Ipad een invloed heeft op het aantal taalfouten (of dyslexie)
- Pretest = voor onderzoek een test laten maken (kijken hoeveel taalfouten ze maken)
- Interventie = elke dag voor 6 weken 10 min op Ipad spelletje spelen + ouders op hart drukken dat ze zich niet
bemoeten met spelletje (constante situatie bij alle kinderen)
- Posttest = na onderzoek test laten maken (kijke hoeveel ze fouten maken, kijken of het minder zijn)
Validiteit = of het antwoord op de vraag of je wel meet wat je wilt meten
Betrouwbaarheid = in welke mate krijg je hetzelfde resultaat als je de test herhaalt
=> betrouwbaarheid is noodzakelijke voorwaarde voor validiteit, maar is niet genoeg
Bobo-doll experiment door Bandura:
- Test om te zien of het zien van gewelddadige beelden een invloed heeft op het gedrag van kinderen
- Valide + betrouwbaar
- Kinderen krijgen video te zien waarbij een volwassene al dan niet agressief gedrag vertoont tegenover
een pop
o Kinderen die agressief gedrag te zien kregen, gingen ook zelf de pop aanvallen toen ze alleen
met die pop in een kamer werden gelaten
§ = modelling (iemand doet het voor en dan doen we het na)
NIET ALLES KAN ONDERZOCHT WORDEN VIA EXPERIMENTEN
Stel: wilt onderzoeken of roken in auto gevaarlijk is voor kinderen
- Onethisch im dit echt te laten uitvoeren
o Want je brengt kinderen willekeurig in gevaar
- Daarom zijn er verschillende hypotheses die niet via experimenten onderzocht kunnen worden
o Maar wel via bv natuurlijke observaties
Natuurlijke observaties = gedrag observeren in de dagelijkse wereld
Zowel bij natuurlijke observatie als bij experimenten: kun je gebruik maken van:
- Observatieschema’s
- Bestaande databronnen = ofificiële overheidsdata, opnames, interviews
- Vragenlijsten of surveysonderzoek
o Steekproef nemen die groot genoeg is om representatief te zijn voor de totale bevolking
o Aan die steekproef wordt er dan een vragenlijst of survey voorgelegd die valide &
betrouwbaar is
o Zullen enkel causaal verband kunnen vermoeden
o Surveysonderzoekbenadering = interessant om algemene uitspraken te doen
§ Laten niet om diepgaand te concluderen
4