Woordenlijst belangrijk
ss= symptoms and signs
a) Pathologie = ziekte lees
vb. Anatomo pathologie (kleinere groep specialisten)
biopsie = stuk weefsel uit lichaam om te onderzoeken om diagnose te stellen
autopsie = lijkschouwing, onderzoek van lichaam van overleden persoon
b) Parthogenese = wijze van ontstaan
bv. uitzaaiing via bloed
c) Etiologie = oorzaak van een ziekte
bv. door virus
d) Symptoom = ziekte teken
- objectief = geen discussie mogelijk (koorts, gebroken voet)
- subjectief = kan je niet meten, is voor iedereen anders
e) Diagnose = welke aandoening
f) Differentiaal diagnose of DD = delta delta
vb. Hoesten, bloedarmoede, buikpijn; welke ziekte kan dit geven?
g) Ziekte verloop
- acuut: plotseling, niet blijvend (bv maagbloeding)
- chronisch: geleidelijk aan, langdurend (bv reuma)
- recidiverend: terugkerend (bv migraine)
- paroxysmaal: iets dat af en toe optreedt
h) Therapie = behandeling
- curratief: door op te treden de patiënt volledig doen genezen
- palliatief: symptomatisch maar voor aandoening die slecht zal aflopen
- symptomatisch: iets ondernemen om symptomen te verminderen maar niets aan
ziekte zelf doen, gebeurt bij ziekte waar we niet aan gaan overlijden (vb. Verkoudheid,
hoofdpijn,…)
i) Prognose = vooruitzicht, evolutie
-infaust: ongunstig, dodelijke afloop
-gereserveerd: het ziet er niet zo goed uit
-gunstig: wellicht geen problemen meer
1
,j) Preventie = voorkomen
-profylaxie (ander woord voor voorkomen
-antiobiotica profylaxie wordt enkel gebruikt in ziekenhuis wanneer er een vreemd
voorwerp in lichaam geplaatst wordt (vb. Prothese)
vb. Screeninegn, vaccinaties, handhygiëne
k) Negatief: hiv positief = negatief voor patiënt
positief: hiv negatief = positief voor patiënt
Diagnose stelling
1) Anamnese (eventueel heteroanamnese = wanneer persoon zelf niet in staat is gesprek
te voeren dus betrokkenen doen dit.)
- wat? Wanneer? Hoe lang?
-levenswijze: beroep (voor contact met stoffen), usus (roken, medicatie) sociaal
-antecedenten: voorgeschiedenis van patiënt en familie
2) Lichamelijk/klinisch/fysisch onderzoek
- Indruk+observeren
- Palpatie: betasten, aanraken
- Percussie: bekloppen
- Auscultatie: afluisteren van lichaamsgeluiden
- Rectaal toucheren: aanraken van het rectum
- Onderzoek van neus/keel/oor/ogen
3) Investigaties
- Bloed/urine/faeces
- Radiografie, al dan niet met contrast
- EKG: elektrocardiografie (hartfilmpjes)
- EMG: elektromyografie (registratie van geleiding in spieren en zenuwstelsen)
- CT scan: cumputerized tomographie (door computer persoon in ‘stuk’ snijden,
nadeel zijn runtgenstralen, vermijd bij zwangere vrouwen)
- MRI of NMR: magnetic resonance imaging of nuclear magnetic resonance = magnet
stralen gebruiken
- Echo/doppler: het uitzenden van geluidsgolven die terugkaatsen en worden
omgezet in beelden
- Endoscopie: ergens inkijken en de patient kan mee kijken
- Coloscopie: mensen in slaap brengen om ergens in lichaam te kijken
- Laproscopie: snijden in de buik, voor sterilisatie
2
,Dermatologie
Anatomie
1) Epiderm = opperhuid
- hoornlaag (alles boven basale laag)
- basale laag (nieuwe huid krijgen)
2) Derm = lederhuid
-bindweefsel
-capillairen
-zenuwen
3) Hypoderm = onderhuidslaag
Samenstelling is belangrijk
Functie
Bescherming tegen
- Bacteriën/virussen/schimmels à micro organisme
- Chemische stoffen
- UV stralen
- Fysische krachten
Vochtregulatie
= belangrijk. Mensen met brandwonden hebben problemen door niet intacte huid
Warmteregulatie door
- Bloedvaten
- Vetweefsel
- Haren
Zintuigfunctie
Afwijkingen
• Macula = vlek, huidverkleuring zonder verhevenheid of verharding, niets te zien
- erytheem (rood)
- cyanose (blauw)
- oker (bruin)
- vitiligo (wit) à huidpigment ontbreekt
• Vesikel = blaasje < 0,5 cm gevuld met vocht
bv. herpes zoster of simplex (koortsblaas). Herpes type 2 is in de genitale streek
• Bulla = blaar > 0,5 cm
Vb. Lyell syndroom, steven johnson syndroom
• Papel = oppervlakkig in epiderm gelegen
VB. Prurigo papel (constante jeuk)
3
, • Nodule = papel die dieper gelegen is in derm of hypoderm
Vb. Erythema nodosum; rode pijnlijke knobben. Het is een symptoom (kan door pil,
zwangerschap, darmontsteking,…
• Pustel = oppervlakkige ettercollectie
vb. Acné
• Abces = diepe ettercollectie
• Ulcus : onderbreking van epiderm en gedeelte derm (meestal met beslag op bodem)
Vb. Decubituswonden
• Schilfers
Vb. Psoriasis (niet besmettelijk, kan rood zien)
Oorzaken
A) Traumatisch
vb. Val op ruw oppervlak
B) Infectieus
• Bacteriën
- 2 soorten
Aeroob (wil zuurstof, hebben gram + en gram -) (gram + neemt kleur op)
anaeroob (wil geen zuurstof, heeft gram + en gram-)
• Fungi
- Schimmels of zwammen
• Virussen
- Vb. Mazelen, rubella, herpes 1 en 2
• Parasieren
- Vb. Scabies, vlooien, luizen
C) Allergisch
• Urticaria: netelroos
• Eczema
o Atopisch: aangeboren
o Contact allergisch
• Angio-oedeem: rode vlekken, gezwollen lip of hoofd
D) Auto immuun
Vb. Lupus erythematodes/sclerodermie
4