Jeugdwet en Jeugdrecht (Hendriks et al.):
- Sinds 2015, verantwoordelijkheid jeugdhulp bij gemeenten, waarbij de toegankelijkheid van de hulp aan
kinderen en hun systemen van groot belang is.
- Het hoofddoel van vrijheidsbeneming is behandeling en bescherming van het kind, vrijheidsbeneming
alleen gerechtvaardigd is als dit in volle overeenstemming is met de wet. De kwaliteit van de zorg is de
rechtvaardiging voor de opslui ng.
- Op dit moment, de mening van kinderen onvoldoende meegewogen te worden t.a.v. belangrijke
beslissingen in het traject en bestaat onder medewerkers in instellingen geen consensus over wat
vrijheidsbeperkende maatregelen zijn en welke maatregelen hieronder vallen. Hierdoor ontstaat een grijs
gebied waardoor rechten van de kinderen eerder geschonden worden.
- Beleid niet expliciet genoeg is over de kinderrechten. Ook in preven eve jeugdbescherming (drang) is de
rechtsposi e van jongeren onzeker. Doordat drang niet we elijk geregeld is, zijn er geen juridische
waarborgen (bezwaar en beroep).
Ontwikkeling in jeugdcriminaliteit (Weijers):
Sinds de jaren ’90 is er een s jging te zien, sinds 2006-2007 is er een daling te zien (zowel in het aantal
jeugdige verdachten, de delicten en de strafrechtelijke daders.
Mogelijke verklaringen: verandering beleid, aantal poli e en gevangenispopula e, afname
alcoholconsump e, andere gezinsstructuren, betere werkgelegenheid.
Sociaal economische context (Weijers):
- Context factoren blijken er belangrijk te zijn in het ontstaan en de verdere ontwikkeling van
jeugdcriminaliteit, dus meegenomen in theorievorming over jeugdcriminaliteit.
- Risicofactoren cruciaal in het ontwerpen van e ec eve preven e en interven e van jeugdcriminaliteit.
Opvoeding en gehechtheid (Hendriks et al.):
- Een veilige hech ng verkleint de kans op delinquen e en mishandeling (verwaarlozing verhoogt de kans
hierop)
- Opvoeding hangt samen met delinquent gedrag
- Onveilige hech ng kan leiden tot een gebrekkige emo eregula e, verminderde empathie en een laag
niveau van moreel oordelen.
- Ouders en kind beïnvloeden elkaar wederzijds -> posi eve e ecten gevonden over ouder training.
Morele ontwikkeling (Hendriks et al.):
- Sterke rela e tussen morele cogni e en delinquen e
- Minder sterke rela e tussen morele emo e en delinquen e
Drugsgebruik in delinquen e (Hendriks et al.):
- In forensische popula e is drugsgebruik- en misbruik rela ef hoog
- De hoge comorbiditeit benadrukt het lang om problema sch drugsgebruik en delinquen e te
voorkomen.
- Verklaring lijkt samen te hangen met: type middel dat gebruikt wordt, kenmerken van de gebruiker,
kenmerken van de omgeving, aard van het delictgedrag
(Assink et al.):
Verschil tussen AL en LCP zit vooral in het aantal risicofactoren en minder in de aard van de risicofactoren.
(Yohros): Adverse Childhood Experiences
ACE’s kunnen een verschillende impact hebben op jongeren van verschillende rassen/ethniciteiten, ze
verhogen in ieder geval het risico op jeugdrecidive.
Biologische factoren (Hendrik et al.):
- Uiterlijke kenmerken staan niet in rela e tot delinquen e
titi titi ti ti ti ti ti ti ti ti ff tititi titititi titittff titi ti ti ti ti