SAMENVATTING
ONDERZOEKS-
METHODOLOGIE
Prof. dr. Maikel Pellens
Universiteit Gent
, 2
MODULE 1:
BASISCONCEPTEN
, 3
BASISKENNIS METHODOLOGIE
1. HET WAAROM VAN HET ONDERZOEK
Onderzoek staat of valt met het probleem dat het aanpakt. Daarom de hiêrarchie van de vraagstelling:
Begin van een beleidsprobleem of onderzoeksopportuniteit. Dit is het waarom van het onderzoek.
Specifieke
Beleidsprobleem Onderzoeksvraag Meetvragen Vragenlijst maken Data verzamelen Analyseren
onderzoeksvragen
De vraagstelling hangt dus ook sterk af van de context. In een praktijkonderzoek is het vaak een
toepassing van bestaande op eigen situatie.
Vooral de literatuur is belangrijk: welke theorieën/ conceptuele modellen/ onderzochte relaties en
bevindingen zijn er? Dit is te onderzoeken door een aantal methoden: meetinstument en
analysetechnieken.
2. VOORAF NADENKEN: HOE EN WAT IETS VRAGEN?
2.1. WAT EN HOE?
Er dient vooraf vastgelegd te worden over hoe en wat er iets gevraagd wordt. Dit gaat voornamelijk over
de inhoud van de vraag (waarover gaat de vraag), hoe de vraag analyseren en in functie van waarom
van onderzoek en analysemethoden.
Voorbeeld: enquête over tevredenheid in UZ Gent:
Manier A: Over het algemeen, bent u tevreden over UZ Gent: Ja / nee?
Manier B: In welke mate bent u tevreden over UZ Gent?
helemaal niet tevreden niet tevreden niet tevreden noch tevreden tevreden helemaal tevreden
O O O O O
Manier C: In welke mate bent u tevreden over UZ Gent?
helemaal niet tevreden 1 2 3 4 5 helemaal tevreden
Manier D: In welke mate bent u tevreden over UZ Gent?
helemaal niet tevreden 1 2 3 4 5 6 7 helemaal tevreden
Manier E: In welke mate bent u tevreden over UZ Gent?
helemaal niet tevreden 1 2 3 4 5 6 7 8 helemaal tevreden
Welke schaal nu het beste is, is afhankelijk van de context: middenpunt of geen middenpunt?
, 4
2.2. HYPOTHESEN
Wat er wordt gevraagd, is gebaseerd op hypothesen. Welke relaties verwacht je, gebaseerd op
voorgaand onderzoek? En waarom deze relaties?
2.3. VERBANDEN
Er zijn drie soorten variabelen te onderscheiden:
1. Afhankelijke (dependent) variabele(n): Y
Dit is de uitkomst waarin we geïnteresseerd zijn: wat willen we analyseren?
2. Onafhankelijke (independent) variabele(n): X
De factor(en) waarvan we hypotheseren dat ze de uitkomst gaan beïnvloeden
3. Controle (control) variabele(n): C
De factor(en) die we constant moeten houden om het effect van X op Y te kunnen
karakteriseren.
Voorbeeld: We willen nagaan wat het effect is van klanttevredenheid (X) op klantentrouw (Y), wanneer
we klanttevredenheid (C) constant houden
3. ONDERZOEK RAPPORTEREN
Het volgende verloop wordt vaak gehanteerd:
1. Titel
Samenvatting doel + rode draad
2. Abstract en introductie
Wat weten we al? Wat weten we nog niet?
3. Theoretisch kader
Hypothesen / proposities opbouwen rond wat jij gaat doen. Welke relaties verwacht je, en
waarom?
4. Onderzoeksopzet
WIE bevragen: populatie en steekproef
WAT wordt gevraagd: inhoud en formulering van vragen
HOE analyseren
5. Analyse en resultaten
Wat zijn de resultaten en zijn die in lijn (of niet) met de hypothesen?