Omschrijving:
Toetsstof: oriëntatiekennis tijdvak 1 t/m 9
(KA’s TV1-9; theorie en opgaven van HB H11 en H12 tot en met 12.3, inclusief delen van de
historische contexten China (p. 58-71 EK) & Duitsland in Europa (p.84-90 EK)
China (p. 58-71 EK)
1.1
Begin 19de eeuw stond aan het hoofd van China een keizer, afkomstig uit de Qing Dynastie. Hij
werd ondersteund door een enorme hoeveelheid ambtenaren, toetreding tot die groep
ambtenaren konden alleen rijke families die in staat zijn om hun zonen de studie te geven die
nodig was om het verplichte staatsexamen af te leggen. Ze worden in het examen getoetst op
hun kennis van het confucianisme. Dankzij deze leer werd de hiërarchische structuur
eeuwenlang geaccepteerd.
Vanaf het einde van de 18de eeuw kreeg China te kampen met ernstige problemen die de macht
en het aanzien van het centrale bestuur beschadigde. Het land kreeg hongersnoden. Doordat de
bevolking sterk was toegenomen maar landbouwproductie niet. De onvrede van de bevolking
werd verder versterkt door de corruptie van de ambtenaren. Daarom kwam de Chinese bevolking
in de 19de eeuw verschillende keren in opstand. Maar het leger van Qing Keizers won en streed
ook tegen Europese machten die China als een makkelijk prooi zagen.
Modern imperialisme
Er was een beperkte mate van overzeese handel tussen China en Europa. China beperkte de
handel met Europa want China vond dat Europa niks kon leveren waarin zij geïnteresseerd
waren. Vanaf de 19de eeuw kreeg ook China te maken met modern imperialisme (33).
Als gevolg van de industrialisatie kreeg Europa op technologisch gebied een voorsprong op
China. De Britten trokken zich weinig aan van de Chinese handelsverboden: ze smokkelen hun
producten China binnen om ze te ruilen voor Chinese producten, vooral opium. De keizer werd
woedend en liet daarom in 1839 het Britse opium in beslag nemen en vernietigen. Dit leidde tot
twee opiumoorlogen (1839-1860). China tegen Groot-Brittannië (later ook Frankrijk). China
verloor en moest ongelijke verdragen sluiten waardoor Britse en Franse handelaren toegang
zouden krijgen tot meer kuststeden in het zuidoosten van China. Soms hieven de Franse en
Britten belasting en spraken er recht over hun eigen mensen. Ook landen zoals Rusland, VS en
Japan dwongen gunstige handelsvoorwaarden af en namen Chinese overheidstaken over zoals
importbelasting.
Chinese waren boos en vonden dat China op het westerse model moest lijken en moest worden
gemoderniseerd. Maar dat wilden de ambtenaren niet. Toen braken opstanden tussen politieke
en religieuze en sociale tegenstellingen uit. Taiping Opstand (1851-1864) en Nianopstand
(1853-1868). De leider van de Taiping Opstand geloofde dat hij door God was gezonden om
einde te maken aan de Qing dynastie. De Niano Opstand was vooral het noorden woedde
doordat de hongerlijdende Chinese boeren zich verenigden en grootschalige plundertochten
begonnen. Mensen streefden naar politieke sociale gerechtigheid (34). Er kwam geen einde aan
de Qing dynastie maar er kwam wel een Zelfversterkende Beweging. Aanhangers daarvan
geloofden dat het Qing regime alleen kon overleven door in militair en bestuurlijk opzicht het
voorbeeld van het westen te volgen. Het verplichte staatsexamen werd afgeschaft en ze
begonnen met het opstellen van een grondwet. Maar dit constitutionele monarchie hielp niet
want het keizerrijk was niet meer te redden.
, In 1899 kwamen grote groepen landloze boeren in opstand tegen de westerse aanwezigheid in
China (44). Ze vielen christelijke missionarissen aan, vernielden westerse bezittingen en
blokkeerden buitenlandse ambassades in Beijing (36). In 1900 besloot keizerin-weduwe Cixi
deze Bokseropstand te steunen. De buitenlandse mogendheden waren woedend en sloegen
deze opstand hardhandig neer. Daarna legden zij de Qing Regering zware straffen op,
waaronder herstelbetalingen. Deze strafmaatregelen waren een belangrijke oorzaak voor de
toenemende haat van de Chinese bevolking tegen het keizerlijke bestuur. De Qing dynastie kon
door weinig financiële mogelijkheden de modernisering niet succesvol uitvoeren waardoor
Chinese hun vertrouwen kwijt was. In 1911 kwam er een opstand tot een nationale revolutie, en
er kwam een einde aan Qing dynastie.
1.2
Toen in 1911 een revolutie uitbrak, hoopten veel Chinezen dat hun land definitief ging
moderniseren naar het westerse model. Een van die mensen was Sun Yat-sen. Zijn ideologie
was gebaseerd op: Nationalisme, democratie en socialisme (34*36). Met nationalisme bedoelde
hij dat verschillende volken in China zich moesten verenigen. Hierdoor zou China sterker zijn aan
de buitenlandse imperialistische mogendheden (44). Met democratie voelde hij dat de politieke
macht bij het volk moest komen en dat er verkiezingen zouden komen. Ook wilde hij een
grondwet. Onder socialisme verstond hij het bestrijden van de ergste sociale misstanden. Hij
richtte de nationalistische partij op.
In 1912 werd Republiek China uitgeroepen en Sun werd president. Hij startte verkiezingen die
zijn partij won. Maar Generaal Yuan weigerde de uitslag van de verkiezingen te accepteren en
begon nationalisten te vervolgen. Sun moest afstand doen van de macht. Maar de Chinezen
waren ontevreden over Yuan, vooral toen hij akkoord ging met de aanspraken van Japan over
Chinese gebieden. Toen Yuan zich als keizer wilde laten kronen verloor hij zelfs de steun van het
leger. Het land viel uiteen en werd geregeerd door plaatselijke militaire machthebbers.
Communisme
Tijdens de Eerste Wereldoorlog koos China de kant van de geallieerden. Honderdduizenden
Chinese arbeiders werden naar het Europese Front gestuurd om de geallieerden bij te staan.
Chinezen hoopten hierdoor hun gebied terug te krijgen, maar het Verdrag van Versailles wees dit
gebied toe aan Japan. Chinezen voelen zich daarom verraden waardoor een protest kwam op 4
mei 1919, waar duizenden studenten bijeenkwamen voor de poort van de Verboden Stad. De
aanhangers van de 4 mei Beweging waren van mening dat China moest moderniseren. Ze
keken vooral naar Rusland voor steun want Rusland liep ook achter op het weten en werd ook
geregeld door een autocratische tsaar en kende nog feodale verhoudingen. Na de Russische
Revolutie van 1917 was hier echter een staart ontstaan die het communisme in praktijk wilde
brengen. Rusland verzette zich tegen westers imperialisme en hielp onafhankelijke bewegingen
in Azië, dus ook partijen tegen de buitenlandse overheersing (34).
De 4 mei Beweging leidde tot de oprichting van de Chinese Communistische Partij (CCP) (38).
Rusland ondersteunde ook de nationalistische partij van Sun. Tot het overlijden van Sun (1924)
werkten de nationalisten en de communisten samen met Rusland in strijd tegen buitenlandse
invloeden. Daarna kwam Chiang Kai- shek aan het hoofd te staan van de nationalistische partij.
Hij had minder op met communisme dan Sun.
Tijdens de Noordelijke veldtocht, die als doel had China te verenigen, veroverde het
geborneerde nationalistisch-communistische leger onder zijn leiding grote gebieden. Na dit
succes ontdeed Chiang zich van de communisten want ze kregen meer aanhang, dit deed hij
door in 1927 onder de communisten van Shanghai een waar bloedbad aan te richten, waardoor
communisten gingen onderduiken. Chiang herstelde het centrale gezag. Dit bracht
Toetsstof: oriëntatiekennis tijdvak 1 t/m 9
(KA’s TV1-9; theorie en opgaven van HB H11 en H12 tot en met 12.3, inclusief delen van de
historische contexten China (p. 58-71 EK) & Duitsland in Europa (p.84-90 EK)
China (p. 58-71 EK)
1.1
Begin 19de eeuw stond aan het hoofd van China een keizer, afkomstig uit de Qing Dynastie. Hij
werd ondersteund door een enorme hoeveelheid ambtenaren, toetreding tot die groep
ambtenaren konden alleen rijke families die in staat zijn om hun zonen de studie te geven die
nodig was om het verplichte staatsexamen af te leggen. Ze worden in het examen getoetst op
hun kennis van het confucianisme. Dankzij deze leer werd de hiërarchische structuur
eeuwenlang geaccepteerd.
Vanaf het einde van de 18de eeuw kreeg China te kampen met ernstige problemen die de macht
en het aanzien van het centrale bestuur beschadigde. Het land kreeg hongersnoden. Doordat de
bevolking sterk was toegenomen maar landbouwproductie niet. De onvrede van de bevolking
werd verder versterkt door de corruptie van de ambtenaren. Daarom kwam de Chinese bevolking
in de 19de eeuw verschillende keren in opstand. Maar het leger van Qing Keizers won en streed
ook tegen Europese machten die China als een makkelijk prooi zagen.
Modern imperialisme
Er was een beperkte mate van overzeese handel tussen China en Europa. China beperkte de
handel met Europa want China vond dat Europa niks kon leveren waarin zij geïnteresseerd
waren. Vanaf de 19de eeuw kreeg ook China te maken met modern imperialisme (33).
Als gevolg van de industrialisatie kreeg Europa op technologisch gebied een voorsprong op
China. De Britten trokken zich weinig aan van de Chinese handelsverboden: ze smokkelen hun
producten China binnen om ze te ruilen voor Chinese producten, vooral opium. De keizer werd
woedend en liet daarom in 1839 het Britse opium in beslag nemen en vernietigen. Dit leidde tot
twee opiumoorlogen (1839-1860). China tegen Groot-Brittannië (later ook Frankrijk). China
verloor en moest ongelijke verdragen sluiten waardoor Britse en Franse handelaren toegang
zouden krijgen tot meer kuststeden in het zuidoosten van China. Soms hieven de Franse en
Britten belasting en spraken er recht over hun eigen mensen. Ook landen zoals Rusland, VS en
Japan dwongen gunstige handelsvoorwaarden af en namen Chinese overheidstaken over zoals
importbelasting.
Chinese waren boos en vonden dat China op het westerse model moest lijken en moest worden
gemoderniseerd. Maar dat wilden de ambtenaren niet. Toen braken opstanden tussen politieke
en religieuze en sociale tegenstellingen uit. Taiping Opstand (1851-1864) en Nianopstand
(1853-1868). De leider van de Taiping Opstand geloofde dat hij door God was gezonden om
einde te maken aan de Qing dynastie. De Niano Opstand was vooral het noorden woedde
doordat de hongerlijdende Chinese boeren zich verenigden en grootschalige plundertochten
begonnen. Mensen streefden naar politieke sociale gerechtigheid (34). Er kwam geen einde aan
de Qing dynastie maar er kwam wel een Zelfversterkende Beweging. Aanhangers daarvan
geloofden dat het Qing regime alleen kon overleven door in militair en bestuurlijk opzicht het
voorbeeld van het westen te volgen. Het verplichte staatsexamen werd afgeschaft en ze
begonnen met het opstellen van een grondwet. Maar dit constitutionele monarchie hielp niet
want het keizerrijk was niet meer te redden.
, In 1899 kwamen grote groepen landloze boeren in opstand tegen de westerse aanwezigheid in
China (44). Ze vielen christelijke missionarissen aan, vernielden westerse bezittingen en
blokkeerden buitenlandse ambassades in Beijing (36). In 1900 besloot keizerin-weduwe Cixi
deze Bokseropstand te steunen. De buitenlandse mogendheden waren woedend en sloegen
deze opstand hardhandig neer. Daarna legden zij de Qing Regering zware straffen op,
waaronder herstelbetalingen. Deze strafmaatregelen waren een belangrijke oorzaak voor de
toenemende haat van de Chinese bevolking tegen het keizerlijke bestuur. De Qing dynastie kon
door weinig financiële mogelijkheden de modernisering niet succesvol uitvoeren waardoor
Chinese hun vertrouwen kwijt was. In 1911 kwam er een opstand tot een nationale revolutie, en
er kwam een einde aan Qing dynastie.
1.2
Toen in 1911 een revolutie uitbrak, hoopten veel Chinezen dat hun land definitief ging
moderniseren naar het westerse model. Een van die mensen was Sun Yat-sen. Zijn ideologie
was gebaseerd op: Nationalisme, democratie en socialisme (34*36). Met nationalisme bedoelde
hij dat verschillende volken in China zich moesten verenigen. Hierdoor zou China sterker zijn aan
de buitenlandse imperialistische mogendheden (44). Met democratie voelde hij dat de politieke
macht bij het volk moest komen en dat er verkiezingen zouden komen. Ook wilde hij een
grondwet. Onder socialisme verstond hij het bestrijden van de ergste sociale misstanden. Hij
richtte de nationalistische partij op.
In 1912 werd Republiek China uitgeroepen en Sun werd president. Hij startte verkiezingen die
zijn partij won. Maar Generaal Yuan weigerde de uitslag van de verkiezingen te accepteren en
begon nationalisten te vervolgen. Sun moest afstand doen van de macht. Maar de Chinezen
waren ontevreden over Yuan, vooral toen hij akkoord ging met de aanspraken van Japan over
Chinese gebieden. Toen Yuan zich als keizer wilde laten kronen verloor hij zelfs de steun van het
leger. Het land viel uiteen en werd geregeerd door plaatselijke militaire machthebbers.
Communisme
Tijdens de Eerste Wereldoorlog koos China de kant van de geallieerden. Honderdduizenden
Chinese arbeiders werden naar het Europese Front gestuurd om de geallieerden bij te staan.
Chinezen hoopten hierdoor hun gebied terug te krijgen, maar het Verdrag van Versailles wees dit
gebied toe aan Japan. Chinezen voelen zich daarom verraden waardoor een protest kwam op 4
mei 1919, waar duizenden studenten bijeenkwamen voor de poort van de Verboden Stad. De
aanhangers van de 4 mei Beweging waren van mening dat China moest moderniseren. Ze
keken vooral naar Rusland voor steun want Rusland liep ook achter op het weten en werd ook
geregeld door een autocratische tsaar en kende nog feodale verhoudingen. Na de Russische
Revolutie van 1917 was hier echter een staart ontstaan die het communisme in praktijk wilde
brengen. Rusland verzette zich tegen westers imperialisme en hielp onafhankelijke bewegingen
in Azië, dus ook partijen tegen de buitenlandse overheersing (34).
De 4 mei Beweging leidde tot de oprichting van de Chinese Communistische Partij (CCP) (38).
Rusland ondersteunde ook de nationalistische partij van Sun. Tot het overlijden van Sun (1924)
werkten de nationalisten en de communisten samen met Rusland in strijd tegen buitenlandse
invloeden. Daarna kwam Chiang Kai- shek aan het hoofd te staan van de nationalistische partij.
Hij had minder op met communisme dan Sun.
Tijdens de Noordelijke veldtocht, die als doel had China te verenigen, veroverde het
geborneerde nationalistisch-communistische leger onder zijn leiding grote gebieden. Na dit
succes ontdeed Chiang zich van de communisten want ze kregen meer aanhang, dit deed hij
door in 1927 onder de communisten van Shanghai een waar bloedbad aan te richten, waardoor
communisten gingen onderduiken. Chiang herstelde het centrale gezag. Dit bracht