PROBLEEM 7
Leerdoelen:
1. Wat zijn gevoegde zaken? (Zie T&C art. 285 en 259 Sv, Legal Intelligence of Navigator)
2. Wat is hoger beroep en wanneer kan je in hoger beroep?
• Tegen welke strafbare feiten?
• Tegen welke uitspraken?
• Binnen welke termijn?
• Maakt het nog een verschil of de verdachte aanwezig was bij het uitspreken van het vonnis in
eerste aanleg voor het instellen van hoger beroep?
3. Op welke manier dienen de klachten bekend gemaakt worden?
4. Hoe ziet de behandeling van de zaak er in hoger beroep uit?
5. Terug naar het probleem
• Waartegen kan Henk onder A in hoger beroep?
• Waartegen kan Henk onder B in hoger beroep?
Bronnen:
(Zie laatste pagina)
LEERDOEL 1 WAT ZIJN GEVOEGDE ZAKEN?
M.E. de Meijer, Commentaar op Wetboek van Strafvordering art. 259/ T&C art. 259 Sv
Art. 259 Sv: Strafbare feiten welke op dezelfde terechtzitting worde aangebracht en waartussen
verband bestaat of welke door dezelfde persoon zijn begaan, worden gevoegd aan de kennisneming
van de rechtbank onderworpen, indien dit in het belang van het onderzoek is.
Algemeen
Voeging beoogt gezamenlijke gelijktijdige berechting van strafzaken.
Voorwaarden voor voeging zijn dat tussen de strafbare feiten verband bestaat of dat ze door dezelfde
persoon zijn begaan (pluraliteit van feiten), zodat daarmee het belang van het onderzoek wordt
gediend.
Meer verdachten
Met elkaar verbonden strafzaken tegen meer dan één verdachte kunnen door het OM gevoegd
worden aangebracht (pluraliteit van daders).
• Getuigen worden automatisch in beide zaken gehoord
• Er kan worden volstaan met één proces-verbaal en met één vonnis, ofschoon in de praktijk bij
meerdere verdachte eerder voor aparte vonnissen zal worden gekozen.
Meer zaken/één dagvaarding
Voeging is ook mogelijk bij het aanbrengen van meer zaken tegen één verdachte (zie art. 412 lid 4 voor
voeging in hoger beroep).
• Indien het OM meer zaken tegen dezelfde verdachte aanbrengt, ligt het voor de hand dit te
doen d.m.v. één dagvaarding waarin een cumulatieve tenlastelegging is opgenomen.
1
, Voeging en splitsing door rechter
De bevoegdheid tot voeging komt ook toe aan de rechter; de bevoegdheid tot splitsing van gevoegd
zaken eveneens. De zittingsrechter kan ambtshalve of op de vordering van het OM of op verzoek van
de verdediging daartoe tot voeging of splitsing overgaan.
• Splitsing betreft het processueel van elkaar los maken van zaken die tot/op het moment van
splitsing waren gevoegd (door het OM of door een eerdere rechter)
• Kan wenselijk zijn indien een bepaald feit nader onderzoek vereist en een ander feit direct zou
kunnen worden afgedaan
• Ook de bewijskracht van de verklaring van een medeverdachte kan een reden zijn om over te
gaan tot het splitsen van zaken
Partieel beroep
Er geldt in beginsel een verbod op een partieel hoger beroep (art. 407 lid 1)
• Uitzondering bij gevoegde zaken (art. 407 lid 2)
• Cassatie kan altijd tegen een gedeelte van het vonnis of het arrest worden ingesteld (art. 429
Sv)
Doel
Voeging kan gebeuren op initiatief van de OvJ (art. 259 Sv) of op advies van de rechter ter
terechtzitting (art. 285 Sv). Voeging dient meerdere doelen.
1. Proceseconomische redenen
2. Het heeft gevolgen voor de strafoplegging in geval van het voegen van strafbare feiten van
één verdachte, zoals het opleggen van één straf voor meerdere feiten of het toepassen van
samenloopbepalingen, en voorkomt het herhaalde strafvervolging van dezelfde verdachte
3. Het in samenhang beoordelen van een zaak. Goed alternatief is de gelijktijdige berechting van
niet gevoegde zaken.
Grond voor voeging/splitsing
= Belang van het onderzoek.
• Ruim begrip
• Gedacht moet worden aan het beoordelen van zaken in onderlinge samenhang, wat meer
informatie kan opleveren. Maar ook aan het voordeel van de beoordeling door eenzelfde
rechtscollege van de samenhangende zaken
S. Prinsen, Commentaar op Wetboek van Strafvordering art. 285/ T&C art. 285 Sv
Art. 285 Sv
1. Worden strafbare feiten waarvan de voeging had behoren te geschieden, op dezelfde
terechtzitting afzonderlijk aangebracht, dan beveelt de rechtbank dat de voeging alsnog zal
plaatsvinden
2. Indien strafbare feiten waartussen verband bestaat of welke door dezelfde persoon zijn
begaan op verschillende terechtzittingen zijn aangebracht, maar de behandeling op dezelfde
terechtzitting wordt hervat of aangevangen, beveelt de rechtbank eveneens de voeging,
indien dit in het belang van het onderzoek is.
3. De rechtbank beveelt de splitsing van gevoegde zaken, indien haar blijkt dat geen verband
tussen die zaken of dat de voeging niet in het belang van het onderzoek is.
Voor een efficiënte strafrechtspleging is het soms aangewezen dat strafbare feiten gevoegd worden
behandeld of gevoegde feiten worden gesplitst.
Wanneer voegen?
O.g.v. art. 259 Sv zal de OvJ strafbare feiten die hij tegen dezelfde terechtzitting aanbrengt en
waartussen verband bestaat of die door dezelfde persoon zijn begaan, gevoegd aan de kennisneming
van de rechtbank onderwerpen, als dat in het belang va het onderzoek is.
2
Leerdoelen:
1. Wat zijn gevoegde zaken? (Zie T&C art. 285 en 259 Sv, Legal Intelligence of Navigator)
2. Wat is hoger beroep en wanneer kan je in hoger beroep?
• Tegen welke strafbare feiten?
• Tegen welke uitspraken?
• Binnen welke termijn?
• Maakt het nog een verschil of de verdachte aanwezig was bij het uitspreken van het vonnis in
eerste aanleg voor het instellen van hoger beroep?
3. Op welke manier dienen de klachten bekend gemaakt worden?
4. Hoe ziet de behandeling van de zaak er in hoger beroep uit?
5. Terug naar het probleem
• Waartegen kan Henk onder A in hoger beroep?
• Waartegen kan Henk onder B in hoger beroep?
Bronnen:
(Zie laatste pagina)
LEERDOEL 1 WAT ZIJN GEVOEGDE ZAKEN?
M.E. de Meijer, Commentaar op Wetboek van Strafvordering art. 259/ T&C art. 259 Sv
Art. 259 Sv: Strafbare feiten welke op dezelfde terechtzitting worde aangebracht en waartussen
verband bestaat of welke door dezelfde persoon zijn begaan, worden gevoegd aan de kennisneming
van de rechtbank onderworpen, indien dit in het belang van het onderzoek is.
Algemeen
Voeging beoogt gezamenlijke gelijktijdige berechting van strafzaken.
Voorwaarden voor voeging zijn dat tussen de strafbare feiten verband bestaat of dat ze door dezelfde
persoon zijn begaan (pluraliteit van feiten), zodat daarmee het belang van het onderzoek wordt
gediend.
Meer verdachten
Met elkaar verbonden strafzaken tegen meer dan één verdachte kunnen door het OM gevoegd
worden aangebracht (pluraliteit van daders).
• Getuigen worden automatisch in beide zaken gehoord
• Er kan worden volstaan met één proces-verbaal en met één vonnis, ofschoon in de praktijk bij
meerdere verdachte eerder voor aparte vonnissen zal worden gekozen.
Meer zaken/één dagvaarding
Voeging is ook mogelijk bij het aanbrengen van meer zaken tegen één verdachte (zie art. 412 lid 4 voor
voeging in hoger beroep).
• Indien het OM meer zaken tegen dezelfde verdachte aanbrengt, ligt het voor de hand dit te
doen d.m.v. één dagvaarding waarin een cumulatieve tenlastelegging is opgenomen.
1
, Voeging en splitsing door rechter
De bevoegdheid tot voeging komt ook toe aan de rechter; de bevoegdheid tot splitsing van gevoegd
zaken eveneens. De zittingsrechter kan ambtshalve of op de vordering van het OM of op verzoek van
de verdediging daartoe tot voeging of splitsing overgaan.
• Splitsing betreft het processueel van elkaar los maken van zaken die tot/op het moment van
splitsing waren gevoegd (door het OM of door een eerdere rechter)
• Kan wenselijk zijn indien een bepaald feit nader onderzoek vereist en een ander feit direct zou
kunnen worden afgedaan
• Ook de bewijskracht van de verklaring van een medeverdachte kan een reden zijn om over te
gaan tot het splitsen van zaken
Partieel beroep
Er geldt in beginsel een verbod op een partieel hoger beroep (art. 407 lid 1)
• Uitzondering bij gevoegde zaken (art. 407 lid 2)
• Cassatie kan altijd tegen een gedeelte van het vonnis of het arrest worden ingesteld (art. 429
Sv)
Doel
Voeging kan gebeuren op initiatief van de OvJ (art. 259 Sv) of op advies van de rechter ter
terechtzitting (art. 285 Sv). Voeging dient meerdere doelen.
1. Proceseconomische redenen
2. Het heeft gevolgen voor de strafoplegging in geval van het voegen van strafbare feiten van
één verdachte, zoals het opleggen van één straf voor meerdere feiten of het toepassen van
samenloopbepalingen, en voorkomt het herhaalde strafvervolging van dezelfde verdachte
3. Het in samenhang beoordelen van een zaak. Goed alternatief is de gelijktijdige berechting van
niet gevoegde zaken.
Grond voor voeging/splitsing
= Belang van het onderzoek.
• Ruim begrip
• Gedacht moet worden aan het beoordelen van zaken in onderlinge samenhang, wat meer
informatie kan opleveren. Maar ook aan het voordeel van de beoordeling door eenzelfde
rechtscollege van de samenhangende zaken
S. Prinsen, Commentaar op Wetboek van Strafvordering art. 285/ T&C art. 285 Sv
Art. 285 Sv
1. Worden strafbare feiten waarvan de voeging had behoren te geschieden, op dezelfde
terechtzitting afzonderlijk aangebracht, dan beveelt de rechtbank dat de voeging alsnog zal
plaatsvinden
2. Indien strafbare feiten waartussen verband bestaat of welke door dezelfde persoon zijn
begaan op verschillende terechtzittingen zijn aangebracht, maar de behandeling op dezelfde
terechtzitting wordt hervat of aangevangen, beveelt de rechtbank eveneens de voeging,
indien dit in het belang van het onderzoek is.
3. De rechtbank beveelt de splitsing van gevoegde zaken, indien haar blijkt dat geen verband
tussen die zaken of dat de voeging niet in het belang van het onderzoek is.
Voor een efficiënte strafrechtspleging is het soms aangewezen dat strafbare feiten gevoegd worden
behandeld of gevoegde feiten worden gesplitst.
Wanneer voegen?
O.g.v. art. 259 Sv zal de OvJ strafbare feiten die hij tegen dezelfde terechtzitting aanbrengt en
waartussen verband bestaat of die door dezelfde persoon zijn begaan, gevoegd aan de kennisneming
van de rechtbank onderwerpen, als dat in het belang va het onderzoek is.
2