Tilburg University 2024/2025
1. Wat onderzoekt de klinische forensische psychologie?
A) Normaal gedrag in sociale situaties
B) Afwijkend gedrag, persoonlijkheidsstoornissen, en cognities
C) Behandeling van sportblessures
2. Welke kliniek behoort tot de hoogste beveiligingsgraad?
A) Forensische woonbegeleiding (F-RIBW)
B) Forensisch psychiatrisch centrum (FPC)
C) Forensisch psychiatrische polikliniek
3. Wat is de rol van een Pro-Justitia rapportage?
A) Het bepalen van het IQ van de verdachte
B) Het adviseren van de rechter over een persoonlijkheidsstoornis bij de verdachte
C) Het beoordelen van de schuldvraag in een rechtszaak
4. Wie introduceerde de gedachte dat antisociaal gedrag een natuurlijke oorzaak kon
hebben?
A) Johannes Wier
B) Hippocrates
C) Descartes
5. Wat hield de "Code Pénal" in?
A) Het gelijkstellen van iedereen voor de wet
B) De introductie van psychiatrische zorg voor criminelen
C) Het invoeren van gevangenisstraf voor alle misdaden
6. Wat betekende "manie sans délire" volgens Pinel?
A) Een psychose zonder hallucinaties
B) Een geestesstoornis zonder aantasting van het verstand
C) Een ziekte waarbij geheugenverlies optreedt
7. Welk effect heeft een lage hartslag in rust volgens het biopsychosociale model?
, A) Het verhoogt de kans op antisociaal gedrag
B) Het verlaagt de stressrespons bij traumatische gebeurtenissen
C) Het is een buffer tegen agressief gedrag
8. Wat is geen onderdeel van de transmissieketen in forensische instellingen?
A) Forensisch psychiatrische kliniek
B) Huis van bewaring
C) Openbare bibliotheken
9. Welke stap volgt direct na het FPA in termen van beveiligingsniveau?
A) FPC
B) FVK
C) FPK
10. Hoe wordt "morele ontkoppeling" zoals bij Kevin omschreven?
A) Het ontkennen van schuldgevoelens
B) Het rationeel goedpraten van problematisch gedrag
C) Het volledig vermijden van sociale interactie
11. Wat is een primaire focus bij preventie in de forensische psychologie?
A) Het vroegtijdig herkennen van erfelijke componenten
B) Het veroordelen van antisociaal gedrag
C) Het standaardiseren van gevangenisstraffen
12. Wat geldt als een kern van het TBS-stelsel?
A) Het behandelen van de stoornis/ziekte om recidive te voorkomen
B) Het opleggen van zwaardere straffen dan reguliere gevangenisstraffen
C) Het opleiden van daders tot maatschappelijke taken
13. Welke filosofie ligt aan de basis van het moderne strafrecht?
A) Iedereen heeft vrije wil en keuzevrijheid
B) Alleen erfelijkheid bepaalt crimineel gedrag
C) Crimineel gedrag is altijd een gevolg van economische omstandigheden
14. Wat was de rol van dolhuizen in de 15e eeuw?
, A) Ze boden menselijke zorg voor geesteszieken
B) Ze functioneerden als voorlopers van moderne gevangenissen
C) Ze dienden voornamelijk om mensen te straffen
15. Welke van de volgende is een kernprincipe van proportionaliteit binnen TBS?
A) De strafmaat is gelijk voor elk delict, ongeacht de ernst
B) De maatregel moet in verhouding staan tot het te voorkomen gevaar
C) Het behandelen van daders gebeurt zonder risicoanalyse
16. Wat is een belangrijk doel van verklaringsmodellen binnen de forensische
psychologie?
A) Het verhogen van gevangenisstraffen
B) Het verklaren van antisociaal gedrag om dit te behandelen
C) Het bepalen van de juridische verantwoordelijkheid
17. Welke benadering gebruikt het Risk-Need-Responsivity (RNR) model?
A) Het benadrukken van de sterke punten van de dader
B) Een gestructureerd en systematisch model gericht op risicofactoren
C) Een focus op externe omstandigheden van de dader
18. Wat betekent "criminogenic needs" binnen het RNR-model?
A) De behoeften die bijdragen aan prosociaal gedrag
B) Factoren die functioneel gerelateerd zijn aan antisociaal gedrag
C) De wens van de dader om opnieuw een delict te plegen
19. Wat wordt bedoeld met "responsivity" in het RNR-model?
A) Het aanpassen van behandeling aan de specifieke capaciteiten van de dader
B) Het inschatten van de recidiverisico’s van een dader
C) Het beperken van interactie tussen dader en therapeut
20. Welk voorbeeld past bij een specifieke responsiviteit binnen het RNR-model?
A) Een vertrouwensband opbouwen met een dader
B) Het afkicken van middelengebruik voordat therapie start
C) Het uitvoeren van groepsinterventies
21. Wat is een belangrijk kritiekpunt op het RNR-model?
A) Het is te probleemgericht en weinig motiverend