S4 – goederenrecht: mede-eigendomsrecht
1 Situering - rechtsbronnen
1.1 Zakelijke rechten
Zakelijke hoofdrechten Zakelijke zekerheden
Betreffen het goed zelf Betreffen de geldwaarde vh goed
Verlenen ad titularis een rechtstreekse Vormen een accessorium (bijzaak) v/e
zeggenschap over het goed zelf schuldvordering
Met variabele draagwijdte i.f.v. het waarborgen deze schuldvordering en
soort v zakelijk hoofdrecht bieden voorrang op andere SEs in
‘samenloopsituaties’
doorbreken het beginsel vd gelijkheid
vd SEs
Eigendomsrecht = meest volkomen Voorrechten
zakelijke recht (ruimste zeggenschap) Pand
(art. 3.3, tweede lid BW) Hypotheek
Mede-eigendom = variant van Retentierecht (art. 3.3, 4e lid BW)
eigendomsrecht met eigen
kenmerken (art. 3.3, tweede lid BW)
Zakelijke gebruiksrechten =
zakelijke rechten met minder
omvangrijke zeggenschap
(vruchtgebruik, opstalrecht,
erfpacht, erfdienstbaarheden) (art.
3.3, derde lid BW)
2 Definitie en afbakening van het recht van mede-eigendom
2.1 Definitie
Mede-eigendom = wanneer verschillende personen op eenzelfde goed titularis zijn v/e
eigendomsrecht, zonder dat elk van hen een exclusief recht op een bepaald gedeelte hiervan
kan laten gelden (art. 6.68, 1e lid BW)
2.2 Bestanddelen
Verschillende personen
Zijn samen eigenaar v hetzelfde goed
Zonder dan 1 v hen exclusiviteit kan claimen over een bepaald deel van dat goed
Mede-eigendom = verdeling vh eigendomsrecht v 1 goed over meerdere personen
elke persoon (mede-eigenaar) is eigenaar v/e breukdeel vh goed (bv: 1/3), dat
materieel een eenheid blijft
goed zelf is niet opgesplitst: het eigendomsrecht is opgesplitst
onderscheid met onverdeeldheid
onverdeeldheid = opsplitsing v/e zakelijk recht op een goed tussen verschillende
personen (zonder dat het goed zelf is opgesplitst)
onverdeeldheid > mede-eigendom want kan slaan op eender welk zakelijk recht
mede-eigendom = soort onverdeeldheid
relatie vruchtgebruiker-blote eigenaar ≠ onverdeeldheid (of mede-eigendom)
1
, betreft situatie waarbij verschillende personen verschillende zakelijke rechten hebben
op eenzelfde goed, NIET de opsplitsing v eenzelfde zakelijk recht op eenzelfde goed
tussen meerdere personen
o vruchtgebruiker: recht tot gebruik en genot v/e goed waarvan iemand anders de
eigenaar is
o blote eigenaar: eigenaar die zijn eigendomsrecht niet ten volle kan uitoefenen,
omdat er een andere persoon het vruchtgebruik vh goed heeft
(vruchtgebruik = het recht om gebruik te maken v/e goed dat eigendom is van een anderen,
en om de opbrengsten ervan te genieten, zonder het goed zelf te bezitten
bv: vader is eigenaar vh huis, maar dochter mag erin wonen of het verhuren en de
opbrengst houden zolang ze het vruchtgebruik heeft)
Soorten mede-eigendom
1 Algemeen
3 soorten, o.b.v. de oorsprong (wijze v ontstaan) van de mede-eigendom
“De mede-eigendom kan ontstaan door toeval, door de wil van de partijen of op gedwongen
wijze” art.3.68, 3e lid BW
1. Toevallige mede-eigendom
2. Vrijwillige mede-eigendom
3. Gedwongen mede-eigendom
elke categorie heeft een eigen wettelijke regeling
2 Toevallige mede-eigendom
Definitie
Toevallige mede-eigendom = de mede-eigendom die ontstaat door een toevallige
gebeurtenis buiten de wil om van de mede-eigenaars
Kenmerken
Tijdelijk
Niet-georganiseerd – art. 3.69 – 3.75 BW bevat regeling v aanvullend recht
Rechten op mede-eigenaars mbt het onverdeeld goed
Principe: mede-eigenaars moeten gezamenlijk optreden (art. 3.73 BW)
1e versoepeling: elke mede-eigenaar heeft recht op gebruik en genot van het goed (art. 3.71
BW)
Mits respect voor de bestemming, d.w.z. conform het doel vh goed
Mits respect voor de rechten vd andere mede-eigenaars, d.w.z. elk in verhouding
tot zijn aandeel
2e versoepeling: elke mede-eigenaar kan alleen daden tot behoud vh goed en daden v
voorlopig beheer stellen (art. 3.72, eerste lid BW)
Daden tot behoud = bewarende handelingen die tot doel hebben het goed in stand te
houden (bv. brandverzekeringspremie betalen)
2
1 Situering - rechtsbronnen
1.1 Zakelijke rechten
Zakelijke hoofdrechten Zakelijke zekerheden
Betreffen het goed zelf Betreffen de geldwaarde vh goed
Verlenen ad titularis een rechtstreekse Vormen een accessorium (bijzaak) v/e
zeggenschap over het goed zelf schuldvordering
Met variabele draagwijdte i.f.v. het waarborgen deze schuldvordering en
soort v zakelijk hoofdrecht bieden voorrang op andere SEs in
‘samenloopsituaties’
doorbreken het beginsel vd gelijkheid
vd SEs
Eigendomsrecht = meest volkomen Voorrechten
zakelijke recht (ruimste zeggenschap) Pand
(art. 3.3, tweede lid BW) Hypotheek
Mede-eigendom = variant van Retentierecht (art. 3.3, 4e lid BW)
eigendomsrecht met eigen
kenmerken (art. 3.3, tweede lid BW)
Zakelijke gebruiksrechten =
zakelijke rechten met minder
omvangrijke zeggenschap
(vruchtgebruik, opstalrecht,
erfpacht, erfdienstbaarheden) (art.
3.3, derde lid BW)
2 Definitie en afbakening van het recht van mede-eigendom
2.1 Definitie
Mede-eigendom = wanneer verschillende personen op eenzelfde goed titularis zijn v/e
eigendomsrecht, zonder dat elk van hen een exclusief recht op een bepaald gedeelte hiervan
kan laten gelden (art. 6.68, 1e lid BW)
2.2 Bestanddelen
Verschillende personen
Zijn samen eigenaar v hetzelfde goed
Zonder dan 1 v hen exclusiviteit kan claimen over een bepaald deel van dat goed
Mede-eigendom = verdeling vh eigendomsrecht v 1 goed over meerdere personen
elke persoon (mede-eigenaar) is eigenaar v/e breukdeel vh goed (bv: 1/3), dat
materieel een eenheid blijft
goed zelf is niet opgesplitst: het eigendomsrecht is opgesplitst
onderscheid met onverdeeldheid
onverdeeldheid = opsplitsing v/e zakelijk recht op een goed tussen verschillende
personen (zonder dat het goed zelf is opgesplitst)
onverdeeldheid > mede-eigendom want kan slaan op eender welk zakelijk recht
mede-eigendom = soort onverdeeldheid
relatie vruchtgebruiker-blote eigenaar ≠ onverdeeldheid (of mede-eigendom)
1
, betreft situatie waarbij verschillende personen verschillende zakelijke rechten hebben
op eenzelfde goed, NIET de opsplitsing v eenzelfde zakelijk recht op eenzelfde goed
tussen meerdere personen
o vruchtgebruiker: recht tot gebruik en genot v/e goed waarvan iemand anders de
eigenaar is
o blote eigenaar: eigenaar die zijn eigendomsrecht niet ten volle kan uitoefenen,
omdat er een andere persoon het vruchtgebruik vh goed heeft
(vruchtgebruik = het recht om gebruik te maken v/e goed dat eigendom is van een anderen,
en om de opbrengsten ervan te genieten, zonder het goed zelf te bezitten
bv: vader is eigenaar vh huis, maar dochter mag erin wonen of het verhuren en de
opbrengst houden zolang ze het vruchtgebruik heeft)
Soorten mede-eigendom
1 Algemeen
3 soorten, o.b.v. de oorsprong (wijze v ontstaan) van de mede-eigendom
“De mede-eigendom kan ontstaan door toeval, door de wil van de partijen of op gedwongen
wijze” art.3.68, 3e lid BW
1. Toevallige mede-eigendom
2. Vrijwillige mede-eigendom
3. Gedwongen mede-eigendom
elke categorie heeft een eigen wettelijke regeling
2 Toevallige mede-eigendom
Definitie
Toevallige mede-eigendom = de mede-eigendom die ontstaat door een toevallige
gebeurtenis buiten de wil om van de mede-eigenaars
Kenmerken
Tijdelijk
Niet-georganiseerd – art. 3.69 – 3.75 BW bevat regeling v aanvullend recht
Rechten op mede-eigenaars mbt het onverdeeld goed
Principe: mede-eigenaars moeten gezamenlijk optreden (art. 3.73 BW)
1e versoepeling: elke mede-eigenaar heeft recht op gebruik en genot van het goed (art. 3.71
BW)
Mits respect voor de bestemming, d.w.z. conform het doel vh goed
Mits respect voor de rechten vd andere mede-eigenaars, d.w.z. elk in verhouding
tot zijn aandeel
2e versoepeling: elke mede-eigenaar kan alleen daden tot behoud vh goed en daden v
voorlopig beheer stellen (art. 3.72, eerste lid BW)
Daden tot behoud = bewarende handelingen die tot doel hebben het goed in stand te
houden (bv. brandverzekeringspremie betalen)
2