ARBEIDSSOCIOLOGIE
INTRO – Wat is werk?
- Digitalisering heeft een enorme impact op werk (bv; reisbureau)
- Soort werk hangt vaak samen met cultuur en machtsrelaties (bv; poetsvrouw)
VOORWAARDEN WERK
1. Vorm sociaal handelen
2. Natuur/ cultuur transformeren
3. Waardevol bevonden
4. Voorzien in levensonderhoud
Werk bepaald ook vaak onze blik op de maatschappij
Onbetaald werk is ook waardevol (bv; vrijwilligerswerk)
Arbeid vs. Werk
- Intrinsieke gebruikswaarde (= nut)
- Economische gebruikswaarde (= marktwaarde)
- Betaalde arbeid = werk met ruilwaarde
- Niet betaalde arbeid = werk met intrinsiek nut
Poetsvrouw zowel economische ruilwaarde als intrinsieke gebruikswaarde
Ruilwaarde = waarde van werk op de arbeidsmarkt
WAARDE VAN WERK
Praxis = niet gericht op productie, maar reproductie: verzorgen van anderen en zichzelf – werk dat
geen arbeid is
1
,Formeel circuit = “in het wit”
Informele circuit = “in het zwart” (ook wel scharreleconomie – belastingvrij) bv; flexi-jobs, trainers,…
SOORTEN WERK
- Arbeid (betaald) (je echte job)
- Werk (onbetaald) (vrijwilligerswerk)
- Reproductief werk = gratis werk dat niet in rekening wordt gebracht ter voorbereiding van je
productieve arbeid (koken gezin / kinderen opvoeden )
o ! een poetsvrouw die je in dienst neemt is wel productieve arbeid !
o = shadow work
- Vrije tijd (bv; computergames)
o Niet makkelijk te onderscheiden van reproductief werk
o Persoonlijk nut!
Bredere waarde van werk = zowel psychologische als sociale waarde
Arbeidskracht = mogelijkheid om te werken (arbeidskracht moet renderen) uitgeput door arbeid
te verrichten
= Inkomen
Manifeste funtie (verlies werk --> sociale
zekerheid)
Werk
Vaardigheden ontwikkelen
Status & identiteit
collectieve doeleinden
Latente functie sociaal
structuur
Nut
(verlies werk --> uitsluiting)
!werk is positief (bv; decent work/ waardig werk, maar kan ook ‘ziekmakende arbeid’ zijn (bv;
gevaarlijk, te intens,…)
Maatschappelijke waarde van werk
- De organisatie van arbeid invloed om de omgeving/landschap (bv; grote onderneming)
- Transformeerd maatschappij
o Structuur samenleving (ongelijkheid,…)
o Cultuur (bv; arbeidsethos ?)
o Instituties (bv; structurele differentiatie ?)
Bv; industrialisering, delokalisatie
2
, SOORTEN BETAALDE ARBEID
- Loondienst
- Zelfstandige arbeid
- Coöperatieve arbeid
- Interim arbeid, dienstencheques, detachering,…
- Platform-arbeid
- Informele arbeid = arbeid die zich onttrekt aan belastingen en sociale zekerheid
OPBRENGSTEN INDIVIDU
1. Materiële opbrengsten
a. Beloning voor arbeid
i. Levenskansen
ii. Sociale ongelijkheid
2. Psychosociale opbrengsten
a. Geestelijke en emotionele bevrediging
b. Soms ook voor wie het werk verricht wordt indirecte opbrengst uitvoerder
c. Psychologische kostprijs; depressie, burn-out,..
3. Sociale opbrengsten
a. Invloed op sociale status
HOOFDSTUK 1 – De sociologische kijk op arbeid
FUNCTIES ARBEIDSSOCIOLOGIE
1. Contextualiseren (uitspraken onderbouwen)
2. Begrijpen en duiden (verschillende factoren die arbeid beïnvloeden - wetenschap)
3. Mythes bestrijden
Voorbeelden:
1. Arbeidsorganisatie als ingenieurswetenschap
o Arbeidsorganisatie = werk splitsen in arbeidsplaatsen en coördineren
o Ambachtelijke arbeid wetenschappelijk management (arbeid in
deeltaken – specialisatie)
o Sociaal belang arbeidsorganisatie
Niet materiële motivatie
Machtsverschil (bv; opleiding, plaats productieproces,…)
Groepsdynamiek (oplossing zoeken die echt werkt)
Hawthorne- experimenten
“welke intensiteit van licht is het best voor de
productiviteit?"
3
INTRO – Wat is werk?
- Digitalisering heeft een enorme impact op werk (bv; reisbureau)
- Soort werk hangt vaak samen met cultuur en machtsrelaties (bv; poetsvrouw)
VOORWAARDEN WERK
1. Vorm sociaal handelen
2. Natuur/ cultuur transformeren
3. Waardevol bevonden
4. Voorzien in levensonderhoud
Werk bepaald ook vaak onze blik op de maatschappij
Onbetaald werk is ook waardevol (bv; vrijwilligerswerk)
Arbeid vs. Werk
- Intrinsieke gebruikswaarde (= nut)
- Economische gebruikswaarde (= marktwaarde)
- Betaalde arbeid = werk met ruilwaarde
- Niet betaalde arbeid = werk met intrinsiek nut
Poetsvrouw zowel economische ruilwaarde als intrinsieke gebruikswaarde
Ruilwaarde = waarde van werk op de arbeidsmarkt
WAARDE VAN WERK
Praxis = niet gericht op productie, maar reproductie: verzorgen van anderen en zichzelf – werk dat
geen arbeid is
1
,Formeel circuit = “in het wit”
Informele circuit = “in het zwart” (ook wel scharreleconomie – belastingvrij) bv; flexi-jobs, trainers,…
SOORTEN WERK
- Arbeid (betaald) (je echte job)
- Werk (onbetaald) (vrijwilligerswerk)
- Reproductief werk = gratis werk dat niet in rekening wordt gebracht ter voorbereiding van je
productieve arbeid (koken gezin / kinderen opvoeden )
o ! een poetsvrouw die je in dienst neemt is wel productieve arbeid !
o = shadow work
- Vrije tijd (bv; computergames)
o Niet makkelijk te onderscheiden van reproductief werk
o Persoonlijk nut!
Bredere waarde van werk = zowel psychologische als sociale waarde
Arbeidskracht = mogelijkheid om te werken (arbeidskracht moet renderen) uitgeput door arbeid
te verrichten
= Inkomen
Manifeste funtie (verlies werk --> sociale
zekerheid)
Werk
Vaardigheden ontwikkelen
Status & identiteit
collectieve doeleinden
Latente functie sociaal
structuur
Nut
(verlies werk --> uitsluiting)
!werk is positief (bv; decent work/ waardig werk, maar kan ook ‘ziekmakende arbeid’ zijn (bv;
gevaarlijk, te intens,…)
Maatschappelijke waarde van werk
- De organisatie van arbeid invloed om de omgeving/landschap (bv; grote onderneming)
- Transformeerd maatschappij
o Structuur samenleving (ongelijkheid,…)
o Cultuur (bv; arbeidsethos ?)
o Instituties (bv; structurele differentiatie ?)
Bv; industrialisering, delokalisatie
2
, SOORTEN BETAALDE ARBEID
- Loondienst
- Zelfstandige arbeid
- Coöperatieve arbeid
- Interim arbeid, dienstencheques, detachering,…
- Platform-arbeid
- Informele arbeid = arbeid die zich onttrekt aan belastingen en sociale zekerheid
OPBRENGSTEN INDIVIDU
1. Materiële opbrengsten
a. Beloning voor arbeid
i. Levenskansen
ii. Sociale ongelijkheid
2. Psychosociale opbrengsten
a. Geestelijke en emotionele bevrediging
b. Soms ook voor wie het werk verricht wordt indirecte opbrengst uitvoerder
c. Psychologische kostprijs; depressie, burn-out,..
3. Sociale opbrengsten
a. Invloed op sociale status
HOOFDSTUK 1 – De sociologische kijk op arbeid
FUNCTIES ARBEIDSSOCIOLOGIE
1. Contextualiseren (uitspraken onderbouwen)
2. Begrijpen en duiden (verschillende factoren die arbeid beïnvloeden - wetenschap)
3. Mythes bestrijden
Voorbeelden:
1. Arbeidsorganisatie als ingenieurswetenschap
o Arbeidsorganisatie = werk splitsen in arbeidsplaatsen en coördineren
o Ambachtelijke arbeid wetenschappelijk management (arbeid in
deeltaken – specialisatie)
o Sociaal belang arbeidsorganisatie
Niet materiële motivatie
Machtsverschil (bv; opleiding, plaats productieproces,…)
Groepsdynamiek (oplossing zoeken die echt werkt)
Hawthorne- experimenten
“welke intensiteit van licht is het best voor de
productiviteit?"
3