De tocht die Jezus maakte van het paleis van Pilatus naar de heuvel Golgotha, staat
bekend als de kruisweg. Net ter dood veroordeeld mocht hij zelf het kruis dragen
waaraan hij op Golgotha zou sterven.
In de katholieke kerk is kruisweg ook de naam van een soort gebed waarbij men langs
taferelen loopt die elk een moment uit de tocht tonen; de zgn. kruiswegstaties. Het
woord statie komt van het Latijnse woord statio, "ik sta", en duidt op een plek waar stil
werd gestaan - te vergelijken dus met station. Deze staties zijn sinds de 16e eeuw ook te
zien langs de Via Dolorosa in Jeruzalem, een bekende route voor pelgrims.
De kruisweg vormt het sluitstuk van de passie: het lijden van Jezus, die met zijn dood de
hele mensheid van haar zonden verlost, een centraal element in het christendom. De
passie begint meestal met Jezus' voorspelling dat hij gekruisigd zal worden (Mattheüs
26:2) en omvat ook het Laatste avondmaal. In de Bijbel zelf staat weinig over de
kruisweg, maar in de loop der eeuwen heeft de verbeelding haar werk gedaan. Er zijn
dan ook talloze verschillende kruiswegen bedacht, met uiteenlopende aantallen staties,
in verschillende volgordes. Tegenwoordig onderscheidt men doorgaans 14 staties.
1: Jezus wordt ter dood veroordeeld
Pilatus wast zijn handen in onschuld.
De Romeinse stadhouder Pontius Pilatus veroordeelt
Jezus ter dood omdat hij zich zou uitgeven voor 'koning
der Joden'. Volgens de evangelies hadden joodse
priesters sterk aangedrongen op die veroordeling. In de
Bijbel geeft Pilatus aan zich daarom niet verantwoordelijk
te voelen: hij waste zijn handen, 'in onschuld'.
2: Jezus neemt het kruis op zijn schouders
Jezus verlaat het pretorium en loopt naar het
klaarliggende kruis
Volgens de evangelies werd Jezus na zijn veroordeling
eerst gegeseld, alvorens hij de doornenkroon op kreeg
en bespot werd. Vervolgens lag buiten het kruis op hem
te wachten.