PREPARATENLIJST
CELLEN EN WEEFSELS
1 BA FARMACIE
,Dunne darm van de rat
Uitstekende villi/darmvlokken en instulpende crypten van Lyberkühn begrenst door een éénlagig cilindrisch
epitheel met staafjeszoom en slijmbekercellen => functie is het absorberen van voedingsstoffen
Opm: de epitheelcellen aan de basale kant (bij de crypten van Lyberkühn) zitten in de verschillende fases
van de celdeling en zijn dus veel en sneldelende stamcellen
Epitheel + onderliggende bindweefsellaag (lamina propria) = tunica mucosa
Dikkere laag bindweefsel = tela submucosa
Spierlaag met circulaire en longitudinale spieren = tunica muscularis
Zeer dun bindweefsellaagje met plaveiselcellen = tunica serosa
De nier
Donker gekleurde schors met nierlichaampjes (voor de filtratie van bloed)
Proximale tubulus: buizen met éénlagig kubisch epitheel, een borstelzoom (donker gekleurd) en
basaal radiaire streping (door ionentransport)
Distale tubulus: buizen met éénlagig kubisch epitheel (lichter gekleurd)
Ductus colligens/verzamelbuisjes: overlangs doorgesneden met laterale celgrenzen en een éénlagig
kubisch epitheel
Licht gekleurde merg
Ductus colligens
Lis van Henle: buizen met onduidelijk cytoplasma en een éénlagig plaveiselepitheel (soms zijn de
platgedrukte kernen van de plaveiselcellen zichtbaar)
Groengekleurde papil
Ductus papillaris: buizen met éénlagig cilindrisch epitheel (lijken hard op de ductus colligens)
Opm: de ruimte tussen de buizen is het interstitium dat bloedvaten en bindweefsel bevat)
, Trachea en oesophagus
1. Trachea
Epitheel (éénlagig cilindrische cellen, cillia en slijmbekercellen) + onderliggende dicht onregelmatig
bindweefsellaagje met vele elastine vezels (lamina propria) = tunica mucosa
Dikkere laag bindweefsel = tela submucosa
Laag sero-muceuze kliercellen (zowel sereus als muceus secreet)
Laag spiercellen = musculus trachealis (tunica muscularis)
Kraakbeenringen met hyalien kraakbeen (omgeven door een perichondrium bestaande uit een laag
dicht onregelmatig bindweefsel)
Kraakbeencellen:
chondrocyten (in isogene groepjes) in de lacunes in het midden van de kraakbeenmatrix
chondroblasten liggen ook in lacunes meer opgeschoven naar het lumen (tegen het
perichondrium aan)
Opm: chondroblasten zijn niet hetzelfde als de fybroblasten die in het perichondrium gelegen zijn
(deze hebben geen duidelijke aflijning)
Matrix:
Kraakbeenmatrix rechtstreeks rond de lacunes = territoriale matrix
Kraakbeenmatrix tussen de verschillende lacunes = interterritoliale matrix
Tunica adventitia
2. Oesophagus
Bedekkend epitheel (meerlagig plaveisel epitheel dat onverhoornd is) + onderliggende
bindweefsellaag (lamina propria) = tunica mucosa
Tela submucosa met laag kliercellen en een laag losmazig bindweefsel met weinig collageenvezels
Tunica muscularis
Tunica adventitia (bindweefsellaagje dat verder loopt in dat van de trachea)
CELLEN EN WEEFSELS
1 BA FARMACIE
,Dunne darm van de rat
Uitstekende villi/darmvlokken en instulpende crypten van Lyberkühn begrenst door een éénlagig cilindrisch
epitheel met staafjeszoom en slijmbekercellen => functie is het absorberen van voedingsstoffen
Opm: de epitheelcellen aan de basale kant (bij de crypten van Lyberkühn) zitten in de verschillende fases
van de celdeling en zijn dus veel en sneldelende stamcellen
Epitheel + onderliggende bindweefsellaag (lamina propria) = tunica mucosa
Dikkere laag bindweefsel = tela submucosa
Spierlaag met circulaire en longitudinale spieren = tunica muscularis
Zeer dun bindweefsellaagje met plaveiselcellen = tunica serosa
De nier
Donker gekleurde schors met nierlichaampjes (voor de filtratie van bloed)
Proximale tubulus: buizen met éénlagig kubisch epitheel, een borstelzoom (donker gekleurd) en
basaal radiaire streping (door ionentransport)
Distale tubulus: buizen met éénlagig kubisch epitheel (lichter gekleurd)
Ductus colligens/verzamelbuisjes: overlangs doorgesneden met laterale celgrenzen en een éénlagig
kubisch epitheel
Licht gekleurde merg
Ductus colligens
Lis van Henle: buizen met onduidelijk cytoplasma en een éénlagig plaveiselepitheel (soms zijn de
platgedrukte kernen van de plaveiselcellen zichtbaar)
Groengekleurde papil
Ductus papillaris: buizen met éénlagig cilindrisch epitheel (lijken hard op de ductus colligens)
Opm: de ruimte tussen de buizen is het interstitium dat bloedvaten en bindweefsel bevat)
, Trachea en oesophagus
1. Trachea
Epitheel (éénlagig cilindrische cellen, cillia en slijmbekercellen) + onderliggende dicht onregelmatig
bindweefsellaagje met vele elastine vezels (lamina propria) = tunica mucosa
Dikkere laag bindweefsel = tela submucosa
Laag sero-muceuze kliercellen (zowel sereus als muceus secreet)
Laag spiercellen = musculus trachealis (tunica muscularis)
Kraakbeenringen met hyalien kraakbeen (omgeven door een perichondrium bestaande uit een laag
dicht onregelmatig bindweefsel)
Kraakbeencellen:
chondrocyten (in isogene groepjes) in de lacunes in het midden van de kraakbeenmatrix
chondroblasten liggen ook in lacunes meer opgeschoven naar het lumen (tegen het
perichondrium aan)
Opm: chondroblasten zijn niet hetzelfde als de fybroblasten die in het perichondrium gelegen zijn
(deze hebben geen duidelijke aflijning)
Matrix:
Kraakbeenmatrix rechtstreeks rond de lacunes = territoriale matrix
Kraakbeenmatrix tussen de verschillende lacunes = interterritoliale matrix
Tunica adventitia
2. Oesophagus
Bedekkend epitheel (meerlagig plaveisel epitheel dat onverhoornd is) + onderliggende
bindweefsellaag (lamina propria) = tunica mucosa
Tela submucosa met laag kliercellen en een laag losmazig bindweefsel met weinig collageenvezels
Tunica muscularis
Tunica adventitia (bindweefsellaagje dat verder loopt in dat van de trachea)