7. Verwonderen en ontdekken
, Hoofdstuk 7. Bijbelse basismotieven: nieuwe testament
- Kanttekening 1: Het paradox 203
- Kanttekening 2: Kleine en grote vragen 204
- Inleiding op de evangeliën 207
- Wat weten we over Jezus van Nazaret? 209
- Het evangelie 217
In dit hoofdstuk gaat de aandacht heel specifiek uit naar het hoofdmotief in het nieuwe
testament: Jezus van Nazaret/Jezus Christus.
Kanttekening 1: Het paradox 203
De ontwikkelingspsychologen Oser & Reich hebben een fasenschema ontwikkeld. Hierin
wordt het verloop en de opheffing van het cognitieve conflict geschetst.
A= Jezus is mens B= Jezus is als god
Niveau 1: A en B worden steeds los van elkaar gezien. Al naar gelang de eigen
socialisatie en kennis wordt veelal of voor A of voor B gekozen. Incidenteel wordt voor
beide gekozen maar dan zonder dat daar een reden voor gegeven kan worden.
Niveau 2: De mogelijkheid dat A en B beide kunnen gelden wordt in overweging
genomen
Niveau 3: A en B worden beide als noodzakelijk erkend.
Niveau 4: A en B vullen elkaar aan ; ze worden als eenheid gezien.
Het fasenschema is geen doel op zich maar een hulpmiddel om de manier van denken
van kinderen te traceren. In termen van Vygotsky krijg je dan een beeld van de zone van
de actuele ontwikkeling. Wanneer je daar als leerkracht greep op hebt, kom je voor de
vraag te staan: welke volgende denkstap zouden de leerlingen met mijn hulp kunnen
maken in de richting van de zone van de naaste ontwikkeling? Als je terugkijkt naar het
fasenschema zie je ook dat daarhet vermogen om met verschillende perspectieven te
kunnen omgaan een centrale rol speelt. Daar ligt sowieso voor elke leerkracht een
belangrijke uitdaging. We dienen ons tegelijk te realiseren dat het voor leerkrachten niet
altijd even vanzelfsprekend is om in het onderwijs vanuit verschillende perspectieven te
werekn (Roegholt 1995). Dat het multiperspectivisch leren denken wel degelijk van
belang is vinden we onder andere terug in het werk van de Amerikaanse psycholoog
Rober L. Selman (2007).
Kanttekening 2: Kleine en grote vragen 204
Het proces van betekenisgeving is het proces waarbij de leerlingen de ruimte krijgen om
hun eigen meningen en interpretaties te geven. Het voeren van gesprekken kan tijdens
de godsdienstlessen op school worden geleerd. Maar het vraagt wel om de nodige
oefening. En niet te vergeten om een zekere competentie van de kant van de leerkracht,
die om te beginnen over gespreksvaardigheden moet beschikken en tevens bekend
moet zijn met het principe van de wederkerige ontsluiting en het model
elementariseren. Maar ook wanneer je als leerkracht over de nodige deskundigheid
beschikt: kinderen blijven nu eenmaal kleine en grote vragen stellen. Zij zijn op zoek
, Hoofdstuk 7. Bijbelse basismotieven: nieuwe testament
- Kanttekening 1: Het paradox 203
- Kanttekening 2: Kleine en grote vragen 204
- Inleiding op de evangeliën 207
- Wat weten we over Jezus van Nazaret? 209
- Het evangelie 217
In dit hoofdstuk gaat de aandacht heel specifiek uit naar het hoofdmotief in het nieuwe
testament: Jezus van Nazaret/Jezus Christus.
Kanttekening 1: Het paradox 203
De ontwikkelingspsychologen Oser & Reich hebben een fasenschema ontwikkeld. Hierin
wordt het verloop en de opheffing van het cognitieve conflict geschetst.
A= Jezus is mens B= Jezus is als god
Niveau 1: A en B worden steeds los van elkaar gezien. Al naar gelang de eigen
socialisatie en kennis wordt veelal of voor A of voor B gekozen. Incidenteel wordt voor
beide gekozen maar dan zonder dat daar een reden voor gegeven kan worden.
Niveau 2: De mogelijkheid dat A en B beide kunnen gelden wordt in overweging
genomen
Niveau 3: A en B worden beide als noodzakelijk erkend.
Niveau 4: A en B vullen elkaar aan ; ze worden als eenheid gezien.
Het fasenschema is geen doel op zich maar een hulpmiddel om de manier van denken
van kinderen te traceren. In termen van Vygotsky krijg je dan een beeld van de zone van
de actuele ontwikkeling. Wanneer je daar als leerkracht greep op hebt, kom je voor de
vraag te staan: welke volgende denkstap zouden de leerlingen met mijn hulp kunnen
maken in de richting van de zone van de naaste ontwikkeling? Als je terugkijkt naar het
fasenschema zie je ook dat daarhet vermogen om met verschillende perspectieven te
kunnen omgaan een centrale rol speelt. Daar ligt sowieso voor elke leerkracht een
belangrijke uitdaging. We dienen ons tegelijk te realiseren dat het voor leerkrachten niet
altijd even vanzelfsprekend is om in het onderwijs vanuit verschillende perspectieven te
werekn (Roegholt 1995). Dat het multiperspectivisch leren denken wel degelijk van
belang is vinden we onder andere terug in het werk van de Amerikaanse psycholoog
Rober L. Selman (2007).
Kanttekening 2: Kleine en grote vragen 204
Het proces van betekenisgeving is het proces waarbij de leerlingen de ruimte krijgen om
hun eigen meningen en interpretaties te geven. Het voeren van gesprekken kan tijdens
de godsdienstlessen op school worden geleerd. Maar het vraagt wel om de nodige
oefening. En niet te vergeten om een zekere competentie van de kant van de leerkracht,
die om te beginnen over gespreksvaardigheden moet beschikken en tevens bekend
moet zijn met het principe van de wederkerige ontsluiting en het model
elementariseren. Maar ook wanneer je als leerkracht over de nodige deskundigheid
beschikt: kinderen blijven nu eenmaal kleine en grote vragen stellen. Zij zijn op zoek