1. Functionele anatomie en klinische biomechanica
3 verschillende delen
o Hoogcervicale wervelkolom (C0-C2)
specifieke, uitgebreide bewegingen
o Midcervicale wervelkolom (C3-C7)
typische cervicale bewegingen
o CTO (functioneel tot T3)
rigied fulcrum
Segmentum mobile = 2 wervels, discus, ligamenten, 2 facetgewrichten, gewrichten
van Luschka, spieren, neurogene en vasculaire structuren
Zygapophysiale gewrichten (facet)
o Processi articularis superior en inferior
o Nociceptoren en proprioceptoren degeneratie + pijn
o Ventrocraniaal gericht:
In de richting van de ogen
Van mid- naar laagcervicaal: 45° 70° tov de horizontale
zorgt voor sterk gekoppelde bewegingen: LF en rotatie altijd
gekoppeld in CWZ
85° tov sagittale
Cervicale discus
o Geen discus tussen C0-C1 en C1-C2
o Relatief hoge discus (mobiliteit CWZ > LWZ)
o Aanwezigheid processi uncinati: houden discus beschermd thv het corpus
(meer lumbale discushernia’s dan cervicaal)
o Cervicale discus moet minder lasten dragen dan lumbaal, dus minder water
en proteoglycanen
Amplitudo vermindert caudaalwaarts door:
o De aanwezigheid van de ribben: vanaf T1
o Discushoogte die vermindert: hoe groter de relatieve hoogte, hoe meer
beweging
o Stand van de facetten: midcervicaal 45° en CTO 70°
CTO: minder bewegingsmogelijkheden
o LF en rotatie gelijkgekoppelde bewegingen in flexie en extensie
(hoogcervicaal tegengesteld!)
Musculair:
o Meest actief mid-cerivicaal: we gaan zelden naar einde van de beweging
spieren: 80% van de stabiliteit, maar enkel in de midrange
ligamenten: 20% stabiliteit, vnl tijdens de endrange
o De spieren betrokken bij houdingen en bewegingen cervicaal opgedeeld in 2
grote systemen: lokaal + globaal
1
,Lokale stabilisatoren
stabiliserende functie
Ventraal: Dorsaal (4 lagen):
o M. rectus capitis anterior o M. rectus capitis posterior major
o M. rectus capitis lateralis o M. rectus capitis posterior minor
o !M. longus capitis o M. obliquus capitis superior
o !M. longus colli o M. obliquus capitis inferior
o M. multifidus
o Mm. Rotatores
o Mm. Interspinales
o Mm. Intertransversarii
o M. spinalis cervicus
o M. semispinalis cervicus
o M. semispinalis capitis
o M. trapezius descendens
zowel stabiliserend als mobiliserend
(3de en 4de laag belangrijkste
stabiliserende functie)
Globale stabilisatoren
initiëren van bewegingen en produceren van kracht
Ventraal: Dorsaal:
o M. SCM o M. splenius capitis*
o Mm. Scaleni o M. splenius cervicus
o Supra- en infrahyoidale spieren o M. semispinalis capitus
o M. longissimus capitus*
o M. longissimus cervicus*
o M. iliocostalis cervicus*
o M. levator scapulae
*samen de erector spinae
Neurogeen:
o Meninges:
dura mater (sterk geïnnerveerd, nociceptie die cervicaal pijn geeft typisch
bij tractie pijn wanneer deze wordt geprikkeld), arachnoïd, pia mater
o De ‘nerve root complex’ = zenuwwortelcomplex:
Dorsale wortel (perifere sensorische neuronen)
Ventrale wortel (perifere motorische neuronen)
Spinale zenuwen:
- ramus ventralis (plexus cervicalis en brachialis)
- ramus dorsalis
- ramus meningeus (bezenuwt de vliezen)
- ramus communicans
2
, o De perifere zenuwen:
weten uit welke specifieke zenuwwortels deze worden gevormd
belangrijk voor klinisch onderzoek: functiestoornissen van de segmenten
linken met difuncties thv de zenuw structuren
bv. positieve provocation upper limb test van de n. ulnaris vaak met
articulaire functiestoornis thv C7, C8, T1-T2 (niet thv C5-C6, want niet gelinkt
met de zenuwwortels)
N. musculocutaneus
N. medianus (C5), C6, C7, C8, T1
N. radialis C5, C6, C7, C8, T1
N. ulnaris (C7), C8, T1
Plexus cervicalis: uit C1-C4
Plexus brachialis: uit C5-T1 ( verder in specifieke perifere
zenuwen)
2. Klinische diagnostiek
Bepalen dominant pijnmechanisme
aanwezigheid psychosociale factoren
stoornis structuur
red flags
stadium weefselherstel
kijken naar mogelijke bewegingsbeperkingen
- myofasciaal
- sensorimotorisch
- articulair
- neurogeen
Structuurstoornis = anatomopathologie van een letsel
o Aangedane structuur
o Type letsel
Bij 80 tot 90 % van de patiënten met nekklachten is er geen aantoonbare stoornis in
structuur die met de klachten correleert (= aspecifiek)
o Red flags
o Weefselmechanismes (juiste stimulus voor herstel)
3