- Onderscheidt bacteriën op basis van unieke kenmerken
- Beschrijving van een groeicurve van een bacterie en de kenmerken van de fases
- Onderscheidt bacteriën op basis van specifieke kenmerken
- 8 pathogene bacteriën indelen
- De wijze van naamgeving bij micro-organismen
H4: Micro-organismen
H5: Groei van micro – organismen paragraaf 5.1 en tabel 7.4
Levensmiddelenmicrobiologie is de biologie van kleine beestjes: micro-organismen zijn 1
micromillimeter. Zijn niet met het blote oog te zien maar moet je met een microscoop
bekijken.
Antonie van Leeuwenhoek vond de zelfgemaakte microscoop uit en ontdekte micro-
organismen. Er zijn micro-organismen die nuttig zijn, lastig zijn en ook micro-organismen die
gevaarlijk zijn. Nuttige micro-organismen zijn onder andere voor fermentatie. Door lastige
micro-organismen ontstaat bederf, bederf is de achteruitgang van de kwaliteit.
Gevaarlijke micro-organismen zijn ziekteverwekkers (pathogenen). Zo is er de
voedselinfectie wat een invasie in de darm is en de voedselvergiftiging dat is gif in voedsel.
Levensmiddelen microbiologie kijk je niet alleen naar bacteriën, maar ook naar schimmels en
gisten.
Aan de hand van DNA
Prokaryoten zijn de bacteriën. DNA van
bacteriën zit los in de cel. De bacterie
heeft ook een celwand en een
celmembraan. Het DNA kan zowel in
genetisch materiaal als in plasmide
voorkomen.
, Eukaryoot: gist, schimmel, plant,
dier, mens
Deze is complexer. Sommige
hebben wel een celwand.
Dierencellen hebben geen
celwand.
Deze heeft organellen.
Schimmels vermeerderen zich door sporen. Ze maken groene sporen en komen in de lucht
terecht. Deze kan uitgroeien.
Gisten vermeerderen zich door knopvorming. Deze is 5 tot 10 keer groter dan een bacterie.
Aan het einde van de knop wordt die zo groot dat die loslaat en zich een nieuwe gistcel
vormt (budding).
Bacteriën delen zich door celdeling. Eerst gaat het DNA zich verdubbelen en gaat zich
vervolgens delen.
Vermeerderen door deling: exponentiële groei
Nt = N0 * 2n
Nt = uiteindelijke aantal cellen
N0 = aantal cellen aan het begin (t=0)
n = aantal celdelingen
,Logaritme:
10Log (1000) = 3 want 10 3 = 1000
De groei van bacteriën kan in kaart worden gebracht door een voedseloplossing op een
geschikte temperatuur te laten staan met bacteriën erin.
Deze kan worden omgezet in een
groeicurve met een aantal fases.
Lag-fase = aanpassingsfase
Log – fase = exponentiële fase
Hierin groeit die met een constante
groeisnelheid. Waarbij de r.c. de
groeisnelheid is aantal delingen/uur
Stationaire fase
Leg-fase = afstervingsfase
Delingstijd (generatietijd) = de tijd
die nodig is voor een verdubbeling
van het aantal micro-organismen.
n = 24 celdelingen
Delingstijd = 20 minuten
De delingstijd is dus 1 celdeling in 20 minuten. Dat betekent 3 celdelingen in 1 uur. Om 24
celdelingen dan duurt het 24/3 = 8 uur
Bederfgrens: 107 = 7 log bacteriën/mL
Bacteriën kunnen op
verschillende manieren worden
ingedeeld, onder andere door
morfologie (vorm):
Indeling op basis van kleur kan ook. Joachim Gram heeft dit ontdekt. De positieve worden
paars en de negatieve worden roze. Positiever heeft dikkere wand. Die kunnen vaak ook
beter tegen droogte, lagere pH etc.
, Indeling van sporenvorming bij bacteriën dit is iets anders dan bij de schimmels. Bij de
bacterie is het een manier om te overleven. De schimmel om voor te planten.
De sporenvorming is als reactie op stress en alleen spore blijft uiteindelijk over (lysis
moedercel) het zorgt voor resistent tegen uitdroging, straling, verhitten etc. Deze sporen zijn
overal aanwezig. Behalve bij sterilisatie worden deze sporen niet afgebroken. Bij de
distributie van producten kunnen deze sporen ook weer uitgroeien. Waardoor bederf,
voedselvergiftigingen of -infecties optreden. De sporen zijn altijd en overal aanwezig:
grondstoffen, in de omgeving, in apparatuur en in eindproducten.
Ziekteverwekkers (pathogenen)
Die voor voedselinfecties zorgen zoals invasie in de darm zijn endotoxines. Salmonella is hier
een voorbeeld van. Die komen in de cel.
Voedselvergiftiging is gif in het voedsel dit zijn exotoxines. Dit zit dus in de producten.
De naamgeving van bacteriën is ingedeeld in klasse t/m soort. Waarbij de naam het geslacht
+ de soort is.
Tabel 7.4
De symptomen van pathogenen herkennen