Hernieuwbare stoffen: stoffen die op korte termijn weer beschikbaar zijn.
Eutrofiëring: Grote algengroei door veel polyfosfaten (was een probleem in de jaren 60). Daardoor
word de biodiversiteit minder, en word het zuurstofgehalte in het water ook lager.
Groene Chemie heeft als uitgangspunt duurzame ontwikkeling, die aansluiten op de behoeften van
het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigenbehoeften te voorzien
in gevaar te brengen.
Voorbeelden hernieuwbare energiebronnen.
1. Biobrandstoffen
2. Windenergie
3. Zonne-energie
Cradle-to-Cradle-Principe
‘Remaking the way we make things’. De drie
basisregels
1. Afval = voedsel
2. Zon is de energiebron
3. Respect voor diversiteit
Groene Chemie is een nieuwe visie op het verlagen van het verlagen van het gebruikt van gevaarlijke
en schadelijke stoffen, het recyclen van afvalstoffen en het verlagen van energieverbruik.
, 3 manieren om te berekenen hoe groen een proces is.
1. Atoomeconomie
2. Rendement
3. E-Factor
Atoomeconomie: hoeveel van de atomen van je beginstoffen terecht komen in je gewenste product
hoe hoger het % hoe beter. (theoretische waarde) – verschilt altijd per reactie.
Voor de de 2 2 allemaal tellen
C2H6 + 2Cl2 C2H4Cl2 + 2HCl
1. Voor de pijl u uitrekenen
2. Achter de pijl het gewenste product aantal u uitrekenen
a
t
o
3. Formule opschrijven
o
m
e
c
o
n
o
m
i
e
¿
m p r o d u c t
m b e g i n s t o f f e n
¿
10 0
%
Rendement = Een percentage, die aangeeft hoeveel er werkelijk wordt gevormd ten opzichte van de
maximaal mogelijke opbrengst.
r
e
n
d
e
m
e
n
t
¿
p r a k t i s c h e o p b r e n g s t
t h e o r e t i s c h e o p b r e n g s t
¿
1 00
%
De theoretische opbrengst kun je altijd met behulp van de reactievergelijking en mol berekeningen
uitrekenen. De praktische opbrengst is over het algemeen gegeven.
Het rendement van de reactie is vaak geen 100% omdat er naast de gewenste reactie ook andere
reacties plaatsvinden.
E-Factor geeft een betere indicatie van hoe “schoon” een proces is. Bij de E-Factor wordt er rekening
gehouden met het rendement van het proces. De E-Factor geeft aan hoeveel kg afval er ontstaat bij
de vorming van 1 kg product.
E
−¿ F
a
c
t
o
r
M a s s a b e g i n s t o f f e n− M a s s a w e r k e l i j k e o p b r e n g s t p r o d u c t
M a s s a w e r k e l i j k e o p b r e n g s t p r o d u c t
De hoeveelheid afval per kg product- > E meer afval, < E minder afval
m
o
l
¿
m a s s a
m o l a i r e m a s s a
De vervuilingscoëfficiënt geeft aan hoe vervuilend het afval is. Hoe hoger de vervuilingscoëfficiënt,
des te schadelijker is de stof.
1. Lage grenswaarde > hoge Q
2. Hoge grenswaarde < lage Q
De reactiesnelheid kan worden beïnvloed door:
3. Soort stof
4. Verdelingsgraad
5. Temperatuur
6. Concentratie
7. Aanwezigheid van een katalysator