1 - De kern
- Een dubbele kernmembraan met poriën omlijnt de kerninhoud en laat transport tussen de
kern en het cytoplasma toe
- Het kernlichaam heeft een taak bij de vorming van de eiwitten in de cel
- De korrelige kerninhoud zijn chromatine korrels, chromatine bevat eiwit skelet en DNA (
DNA bevat erfelijke informatie )
- Een menselijk lichaam bevat 46 chromosomen ( = 22 paar chromosomen ) , dat kan je nog
eens onderverdelen in 22 paar homologe chromosomen en 1 paar geslachtshormonen XX
of XY
- Een gen is een stukje van een chromosoom dat instaat voor een welbepaald kenmerk
- Homologe genen ( genen op homologe chromosomen ) dragen info over hetzelfde
kenmerk, maar de concrete inhoud kan verschillen
Functie van de kern: draagt erfelijke informatie, regelt de eiwitproductie
2 - Plasmamembraan ( = eenheidsmembraan) (zie tekening foto)
- Fosfolipiden moleculen vormen een dubbele laag die de cel inpakt
- Grote moleculen eiwitten liggen tussen de fosfolipiden en zijn een soort van sluis die het
transport regelen van binnen naar buiten de cel
- Suikerketens zijn soms bevestigd op eiwitten en zij doen dienst als receptoren
Functie van het plasmamembraan: verpakken van de celinhoud en selectief transport ( alleen de
stoffen die nodig zijn worden naar binnen of naar buiten vervoerd)
3 - Cytoplasma met de celorganellen
De ribosomen (kleine eiwit fabriekjes)
- De ribosomen staan in voor de eiwitproductie
Endoplasmatisch reticulum
- Netwerk van kanaaltjes dat gemaakt is van eenheidsmembraan
- Ze vervoeren de eiwitten en soms ook andere stoffen door de cel
- Soms zijn de kanaaltjes bezet met ribosomen ( = Rough endoplasmatisch reticulum ) , de
ribosomen kunnen dan de eiwitten die ze aanmaken rechtstreeks afzetten in de kanaaltjes
Golgi - complex ( ‘postkantoor’ )
- Stapel van lege membraan zakjes die klaarliggen om de eiwitten te verpakken
Lysosomen ( ‘vuilbakken’ )
- Blaasjes met verteringsenzymen die afvalstoffen en voedseldeeltjes verteren