Week 2 theorieën korte uitleg Extra informatie
Klassieke school Keuze: maximaliseren Micro
Beccaria & Bentham baten en minimaliseren • rationele keuze theorie
kosten • routine activiteiten theorie
- Rationeel handelende actor; vrije wil • crime pattern theorie (Meso)
- Rationele kosten-baten afweging • conservatieve theorieën
- Afschrikking:
- Celerity Context; Mensen trokken naar stad voor
- Certainty werk, daarmee ook toename in
- Severity criminaliteit. Daarmee ook secularisatie
Consequenties voor beleid (afname macht kerk). Steeds meer belang
- Sneller en met meer zekerheid straffen hechten aan menselijke ratio.
- Niet te zwaar straffen Samenleving is een sociaal contract en
Mensen zijn rationele beslissers. Criminaliteit is vrije keuze. mensen hebben rechten.
Idee: ieder individu heeft een vrije wil, mensen maken een kosten en baten Object: iedereen (uitzondering: kinderen,
afweging. Straffen moeten zeker snel en zwaar zijn. geesteszieken)
Vraag: Waarom soms wel en soms geen criminaliteit (gelegenheid) Explanans: rationele kosten/baten
afweging → te simpel/abstract →
Kernbegrippen: kosten en baten/ homo economicus/ straffen zijn zeker, snel en menselijk brein is complexer dan dat
zwaar/ criminality (eigenschap) vs crime (gebeurtenis
Explanandum: wetsovertredingen
(alleen niet testbaar)
Conservative Idee: zwaar straffen met het idee van afschrikking, weinig ruimte voor Intellectuele context:
criminologie maatschappelijke omstandigheden opkomst van de wetenschappelijke
criminologie 19de en 20ste eeuw.
- Klassieke school radicaal: Verschuiving van kennis probleem
, → Beperkte macht van de staat → Niet: Waarom begaat iemand op
→ Nam afstand van de leer van de katholieke kerk een bepaald moment een bepaald delict
→ Stelde de ‘gewone man’ centraal (theory of crime)
- Maar ook conservatief: → Maar: Waarom begaan sommige
→ Nadruk op eigen keuze individu mensen vaker delicten dan anderen?
→ Geen/weinig aandacht voor maatschappelijke omstandigheden (theories of criminality)
Stagnatie criminologische
In conservatief denken vooral Severity (zwaarte) belangrijk theorievorming → voorspellend
vermogen is zwak
Sociale context:
Economische achteruitgang, zorgt voor
blijvende tweedeling, arm en rijk en man
en vrouw. Conservatieve politiek
Spiritualisme - Manier om criminaliteit te verklaren dmv goed en kwaad → heel oud
- Criminelen bezeten door de duivel → eeuwen lang aangehouden
- Criminaliteit vroeger private aangelegenheid tussen dader/slachtoffer
- trial by battle
- Compurgation= beschuldigde wordt vrijgesproken wanneer specifiek
aantal vrienden zou zweren dat hij onschuldig is → niemand zou
liegen onder de ede door straf van god
- Kan niet wetenschappelijk bewezen worden omdat de oorzaak van
criminaliteit buitenaards is
De perceptual - Lijkt op de rationele keuze theorie Verschil RAT en deterrence (D)
deterrence theory - Stelt ook dat de keuze tot het plegen van een delict afhangt van een 1. D. gaat niet uit van rationaliteit,
kosten-baten afweging percepties kunnen namelijk ook
- De kosten en baten zijn in deze theorie niet objectief maar verwachte een misvatting van de realiteit zijn
kosten en baten 2. D. gericht op percepties van
gambler’s fallacy = ervan uit gaan dat er na ongeluk, geluk zal volgen (mensen wettelijke straffen. Aanpak vanuit
, die al een keer gestraft zijn verwachten de kosten juist lager) het situationele aspect
3. Beleidsvoorstellen van D. zijn
vaak onduidelijk
Routine activiteiten - Keuze(s) Macro
Cohen & Felson - Routines die samenkomen in plaats en tijd Gelegenheidstheorie
- Crime is event met: Routine activiteiten van mensen in de
- Gemotiveerde dader samenleving bepalen of deze drie
- Geschikt target onderdelen samenkomen (alledaagse
- Geen capable guardian gebeurtenissen).
- Gelegenheden ontstaan door routines
Consequenties Strategieën Clarke;
- Verminder gelegenheid - De moeite die moet worden
- Maak targets onaantrekkelijker gedaan om een delict te
- Vergroot guardianship plegen, verhogen.
- Vergroot moeite - De risico’s die het plegen van
- Situational crime prevention een delict met zich meebrengt
- Aan de voorkant verhogen.
- Eck’s crime triangle - De opbrengsten die een delict
Idee: gelegenheden ontstaan door: 1) gemotiveerde dader (= iedereen) 2) geen oplevert verlagen.
capable guardian (mens, object) 3) geschikte doel (mens, object) Strategieën Felson;
routines dragen bij aan ontstaan criminaliteit - Neutrale strategieën; mensen
Kernbegrippen: worden zo gestuurd dat ze
● Value: waarde geen kwaad kunnen doen.
● Inertia: verplaatsbaarheid - Georganiseerde strategieën;
● Visibility: zichtbaarheid beveiligers worden ingehuurd
● Accessibility: bereikbaarheid om de veiligheid te
garanderen.
situationele preventie= gelegenheid - Mechanische strategieën;
neemt af dus criminaliteit ook alarmsystemen, camera’s en
andere hardware
De 4 belangrijke functies van de
Manager (ORCA) Kritiek: Pragmatisch en negeert
structurele/politieke problematiek die in de
1. Organiseren van het
, eigendom samenleving spelen → makkelijk over te
2. Reguleren voor gedrag op het terrein praten
3. Controleren van de toegangswegen tot het terrein
Beleidsimplicaties
4. Acquire / verwerven van middelen om de andere 3 functies te
- Niet gericht op het veranderen van de
waarborgen gemotiveerde dader
- Aanpakken aantrekkelijk doelwit +
afwezigheid toezicht
Beleidsconsequenties RAT
- Beïnvloeden van patronen van routine
activiteiten
Natuurlijke strategieën (supporter vervoer)
Georganiseerde strategieën (Stewarts)
Mechanische strategieën (hekken, grachten)
Situational crime VIVA: valuable, inertible, visibility, accessibility
prevention CRAVED: concealable, removable, available, valuable, enjoyable, disposable
Rationele keuze Keuze(s) (doelgerichte) Micro
Clarke & Cornish - Verwacht nut: Kosten – baten Kritiek; criminelen zijn niet rationeel,
(G. Becker) - Bevredigen behoeften & vermijden risico’s sommige delicten zijn rationeel anderen
- Bounded rationality niet, het is niets nieuws. Weinig aandacht
- Gebrekkige info voor de motivatie van de dader meer op
- Tijdsdruk keuzes.
- Onvoldoende planning
- Korte termijn blik Gelegenheidstheorie
- Maar doen hun best gegeven beperkte tijd, middelen & info
Idee: Een persoon maakt een kosten en baten afweging op basis van (beperkte) Beleidsimplicaties: zijn van situationele aard
DUS NIET HARDER STRAFFEN
rationele keuze .
→ focus moet
● event: begaan specifieke daad; welk doelwit en hoe zorgen pakkans
liggen op moeilijker maken van crimineel
verlagen
● involvement: betrokken raken bij criminaliteit gedrag of zorgen dat het minder oplevert
1. Voor het betrokken raken: ja/nee - initiation
2. Na starten: wil ik hiermee doorgaan? - habituation Kritiek rationele keuze theorie
3. Wil ik hiermee stoppen, zo ja, wanneer dan - desistance ● Criminelen zijn niet rationeel