De naamloze vennootschap
Naamloze vennootschap = een vennootschap waarbij ieder die een aandeel koopt mede-
eigenaar wordt van de nv. (De namen van de aandeelhouders zijn niet bekend daarom
naamloze vennootschap).
Een nv is een rechtspersoon. Niet de directeur gaat rechten en verplichtingen aan, maar de
nv zelf. De directeur is ook niet aansprakelijk voor de handelingen die hij verricht namens de
nv. (Onpersoonlijke ondernemingsvormen).
Bij een eenmanszaak worden de rechten en verplichtingen steeds aangegaan door een
natuurlijk persoon. Namelijk door de eigenaar. De eigenaar is onbeperkt aansprakelijk voor
alle handelingen die hij verricht. (Persoonlijke ondernemingsvormen).
Aandeelvormogen = het vermogen dat is verkregen door uitgifte van aandelen.
Aandeelhouders = mede-eigenaar van een onderneming.
Rechtspersoon = instelling die voor de wet hetzelfde kan handelen als een mens.
Natuurlijk persoon = mens als subject van rechten, in tegenstelling tot rechtspersoon.
Aansprakelijkheid = de situatie dat je aansprakelijk bent.
Persoonlijke ondernemingsvorm = vorm van ondernemen, waarbij de directeur altijd direct
aansprakelijk is voor de handelingen die hij verricht.
Onpersoonlijke ondernemingsvorm = vorm van ondernemen, waarbij de directeur nooit
aansprakelijk is voor de handelingen die hij verricht.
Aandelen = een stuk papier met daarop de naam van de nv en de nominale waarde.
Nominale waarde = de waarde van een aandeel.
Dividend = een deel van de winst van een bedrijf dat wort uitgekeerd aan de
aandeelhouders.
Dividendbewijs = een deel van een aandeel dat tegen inlevering recht geeft op dividend.
Aandelen op naam = de naam van de eigenaar staat vermeld op het aandeel.
Aandelen aan toonder = de naam van de eigenaar staat niet vermeld op het aandeel. De
eigenaar kan stemrecht uitoefenen in het bijbehorende bedrijf.
Effecten = verzamelnaam voor verhandelbare waardepapieren.
Obligatie = schuldbrief, waarin staat dat jij geld hebt uitgeleend aan een bedrijf.
Effectenbeurs = een organisatie die het mogelijk maakt om effecten te verhandelen.
Koers = een prijs die op een beurs of markt tot stand komt.
Koerswinst = de winst na het verkopen van een effect.
Speculeren = het kopen of verkopen van effecten om snel winst te maken.
Actieve aandelen = aandelen waarbij er een mogelijkheid is dat ze boven nominale waarde
verkocht kunnen worden.
Couponrente = het rentepercentage waarmee de rentevergoeding over de nominale waarde
van de obligatie wordt aangeduid.
Beleggingsfonds = een naamloze vennootschap waar beleggers aandelen van kunnen kopen.
Vermogensmarkt = de markt waarop obligaties en aandelen verhandeld worden.
Abstracte markt = het krachtenspel van vraag en aanbod.
, Geldmarkt = het geheel van vraag en aanbod met betrekking tot kortlopende kredieten. (Tot
1 jaar).
Kapitaalmarkt = de markt waarop obligaties en aandelen worden verhandeld met
langlopende kredieten (langer dan jaar)
Vermogenstitels = obligaties en aandelen.
Openbare kapitaalmarkt = markt waar iedereen obligaties en aandelen kunnen kopen en
verkopen met langlopende kredieten.
Onderhandse kapitaalmarkt = markt waarbij de partijen praten over de voorwaarden van
een lening.
Aanbieders vermogen = personen of ondernemingen die vermogen aanbieden.
Institutionele beleggers = fondsen en maatschappijen die met grote bedragen beleggen.
Vragers vermogen = personen of ondernemingen die vermogen vragen.
Rentevoet = percentage of hoogte van de rente.
De Nederlandsche Bank (DNB) = de centrale bank van Nederland.
Autoriteit Financiële Markten (AFM) = is een onafhankelijke onderneming die toezicht
houdt op het financiële verkeer (beleggen, sparen, lenen en pensioenen).
Gedragstoezicht = toezicht op het marktproces tussen marktpartijen.
Autoriteit Consument & Markt (ACM) = toezichthouder met toezicht op de mededingen,
telecommunicatie en consumentenrecht.
Toezicht mededinging = toezicht op de concurrentiebeperking door ondernemers.
Fusie = het samengaan van economische of sociale eenheden die voorheen zelfstandig
waren. Zoals bedrijven.
Overname = een ander bedrijf koopt een ander bedrijf of.
Surseance van betaling = uitstel van betaling.
Faillissement = het vermogen van de schuldenaar wordt verdeeld onder de schuldeisers.
Curator = beheerder van een failliete boedel.
Raad van commissarissen = het vertegenwoordigende lichaam van aandeelhouders, dat
toezicht houdt op de directie en advies uitbrengt.
Prioriteitsaandelen = een aandeel waar speciale rechten aan zijn toegekend.
Certificaten van aandelen = het waardepapier dat verbonden is met een aandeel.
Ondernemingsraad = verplicht overleg tussen werkgeer en werknemers in bedrijven met
meer dan 50 werknemers.
Overlegrecht = het recht dat werknemers mogen overleggen met de werkgever.
Adviesrecht = het recht van de ondernemingsraad om advies te geven.
Instemmingsrecht = het recht om toestemming te verlenen. (Directie heeft toestemming
nodig van de ondernemingsraad).
Initiatiefrecht = recht om voorstellen in te dienen.
Vetorecht = het recht om bepaalde besluiten ongeldig te maken.
Rechtsvorm = de juridische status van een onderneming.
Hoofdelijke aansprakelijkheid = een persoon of rechtspersoon kan afzonderlijk gedwongen
worden de verplichting na te komen.
Beperkte aansprakelijkheid = aansprakelijkheid van leden van een coöperatie, besloten
vennootschap of naamloze vennootschap die niet verder reikt dan de inleg of een bepaald
bedrag dat in de statuten is vastgelegd.
Jaarrekening = rapport waarin de financiële ontwikkeling en huidige financiële situatie van
een onderneming is weergeven.