Hoorcollege 6, respiratoir systeem
Respiratoir systeem = ademhalingsstelsel
Teugvolumen = volumen dat je steeds in- en uitademt
Trachea = luchtpijp
Trachea vertakt in 2 bronchiën (luchtpijptakken) -> kleinere takjes -> longblaasjes
In de longblaasjes wordt de lucht uitgewisseld met het bloedvatenstelsel (met de
longcapillairen)
Ademminuutvolumen = ademfrequentie x teugvolume
AMV = f x Vt
AMV: in rust 6 L p/min (12x500ml)
AMV: bij inspanning 50 L p/min (24x2000 ml)
Stoffen kun je verplaatsen via diffusie.
Diffusie vindt plaats op de grensvlakken.
Longcapillair -> longblaasje -> longcapillair
Om diffusie mogelijk te maken is er een concentratie verschil nodig. Dit wordt uitgedrukt in
PO2.
Diffusie is een kriskras beweging van moleculen en die verplaatsen zich in de richting van de
laagste concentratie zuurstof.
, Alveoli en longcapillairen:
Alveolus = longblaasjes
A. pulmonalis = arteria pulmonalis = longslagader = zuurstofarm
V. pulmonalis = vena pulmonalis = longader = zuurstofrijk
Hoe groter het oppervlak is hoe meer diffusie er plaats kan vinden. Hoe meer zuurstof je in
het bloed kan opnemen en co2 kan afgeven.
Diffusievolume op uitwisselingsplaatsen afhankelijk van:
Gaswisselingsoppervlak – groot
- Vergroot bij inspanning
- Er kan meer diffusie optreden bij een groot oppervlak
• Weefsels: capillairen netwerken
• Longen: longcapillairen en longblaasjes
Diffusie afstand – dunnen wandjes
Contacttijd – lang genoeg voor diffusie
- Stroomsnelheid bloed
Partiele drukverschil = aan beide kanten van de grenslaag
• Apart voor PO2 en PCO2
Gas dat in de longblaasjes aanwezig is (bijv zuurstof) oplost in een vloeistof.
Meer druk -> lossen er meer moleculen op.
Co2 lost makkelijker op dan zuurstof.
Partiele gasdruk bepaalt de mate van oplossen van een gas in een vloeistof.
Gas in de vloeistof wordt ook partiele gasdruk genoemd.
• Zo zijn er PO2 en een PCO2.
PO2 en PCO2 in de longcapillairen
Contacttijd van bloed en alveolair
Respiratoir systeem = ademhalingsstelsel
Teugvolumen = volumen dat je steeds in- en uitademt
Trachea = luchtpijp
Trachea vertakt in 2 bronchiën (luchtpijptakken) -> kleinere takjes -> longblaasjes
In de longblaasjes wordt de lucht uitgewisseld met het bloedvatenstelsel (met de
longcapillairen)
Ademminuutvolumen = ademfrequentie x teugvolume
AMV = f x Vt
AMV: in rust 6 L p/min (12x500ml)
AMV: bij inspanning 50 L p/min (24x2000 ml)
Stoffen kun je verplaatsen via diffusie.
Diffusie vindt plaats op de grensvlakken.
Longcapillair -> longblaasje -> longcapillair
Om diffusie mogelijk te maken is er een concentratie verschil nodig. Dit wordt uitgedrukt in
PO2.
Diffusie is een kriskras beweging van moleculen en die verplaatsen zich in de richting van de
laagste concentratie zuurstof.
, Alveoli en longcapillairen:
Alveolus = longblaasjes
A. pulmonalis = arteria pulmonalis = longslagader = zuurstofarm
V. pulmonalis = vena pulmonalis = longader = zuurstofrijk
Hoe groter het oppervlak is hoe meer diffusie er plaats kan vinden. Hoe meer zuurstof je in
het bloed kan opnemen en co2 kan afgeven.
Diffusievolume op uitwisselingsplaatsen afhankelijk van:
Gaswisselingsoppervlak – groot
- Vergroot bij inspanning
- Er kan meer diffusie optreden bij een groot oppervlak
• Weefsels: capillairen netwerken
• Longen: longcapillairen en longblaasjes
Diffusie afstand – dunnen wandjes
Contacttijd – lang genoeg voor diffusie
- Stroomsnelheid bloed
Partiele drukverschil = aan beide kanten van de grenslaag
• Apart voor PO2 en PCO2
Gas dat in de longblaasjes aanwezig is (bijv zuurstof) oplost in een vloeistof.
Meer druk -> lossen er meer moleculen op.
Co2 lost makkelijker op dan zuurstof.
Partiele gasdruk bepaalt de mate van oplossen van een gas in een vloeistof.
Gas in de vloeistof wordt ook partiele gasdruk genoemd.
• Zo zijn er PO2 en een PCO2.
PO2 en PCO2 in de longcapillairen
Contacttijd van bloed en alveolair