Columns, groepen die je wilt vergelijken (onafhankelijke)
Rows, groepen waarop je ze wilt vergelijken (afhankelijke)
MR 1:
Men doet onderzoek om 1 van de volgende onderzoeksdoelen te bereiken:
1. Goede markt beslissingen nemen.
2. Markt Ideeën opdoen.
3. Marktontwikkelingen volgen.
4. Een organisatie profileren.
De onderzoekscyclus:
1. Probleemanalyse
2. Onderzoeksontwerp
3. Data Verzamelen
4. Data analyse
5. Rapportage
In de probleemanalyse moet je erachter komen wat er allemaal speelt en waar het bedrijf of
persoon een oplossing voor wilt.
Van de probleemanalyse ga je naar een onderzoeksdoelstelling, het is belangrijk dat deze
SMART geformuleerd is:
- Specifiek
- Meetbaar
- Acceptabel
- Realistisch
- Tijdsgebonden
Adviesvraag: De adviesvraag moet aansluiten op de onderzoeksdoelstelling. Deze moet
ook smart worden geschreven en lijkt op de onderzoeksdoelstelling maar dan in een
vragende zin. Het antwoord op de adviesvraag is datgene wat de onderzoeker uiteindelijk
krijgt aan informatie van het onderzoek.
MR 2:
Deskresearch is het verzamelen van secundaire gegevens. Dit zijn gegevens die al
beschikbaar zijn en eenvoudig verzameld kunnen worden zonder dat u zelf een onderzoek
hoeft op te zetten
Fieldresearch is het verzamelen, analyseren en interpreteren van je primaire data, ofwel
nieuwe informatie, door bijvoorbeeld kwantitatief onderzoek of kwalitatief onderzoek.
Als je opzoek gaat naar antwoorden van de deelvragen moet je eerst nadenken of deze via
deskresearch te behalen zijn, zo niet ga je fieldresearch verzamelen.
Ben ik op zoek naar ontwikkelingen, cijfers, praktische informatie? (deskresearch)
, Of ben ik op zoek naar wetenschappelijke of theoretische inzichten? (theoretische
verdieping)
Stappenplan van systematisch zoeken naar informatie.
1. Definieer probleem
2. Bedenk zoektermen
3. Kies informatiebronnen
4. Zoek informatie
5. Maak je selectie
6. Verwerk je resultaten
Relevantie van de gegevens: de mate waarin jouw informatie bijdraagt aan het
beantwoorden van de onderzoeksvraag.
Betrouwbaarheid van de gegevens: de mate waarin je erop kunt vertrouwen dat de
informatie klopt.
In een theoretische verdieping geef je de benodigde theoretische achtergrond voor je
onderzoek. Het is een verkenning van de belangrijkste relevante literatuur over het
onderwerp van jouw onderzoek.
In de theoretische verdieping probeer je altijd antwoord te geven op de onderzoeksvraag:
“Wat zegt de literatuur over mijn theoretische onderwerp?”.
MR 3:
Over het algemeen zijn er 2 vormen van bestaande data die je kunt raadplegen:
1. Syndicated data: data verzameld door partijen als het CBS, CPB, Wereldbank. Deze
datasets zijn open source en gratis te downloaden.
2. Social media en online data: data die worden gescraped van social media sites (posts,
captions) en websites (bijvoorbeeld Google reviews). Hiervoor kunnen verschillende tools
worden gebruikt.
Voordeel en nadeel van Online Data:
Nadeel: Niet altijd representatief, immers kijk je naar een selectieve gebeurtenis en zijn
er veel variabelen in het spel wat betreft populariteit van een post (tijdstip, aantal shares,
inhoud, dag van de week, aanleiding etc., alleen data van consumenten die actief zijn op
sociale media)
Voordeel: Inzicht in wat mensen van je merk of bedrijf denken op het moment dat er sprake
is van een ‘trendbreuk’. Als je normaliter op een post 10 comments krijgt, en nu binnen 1
uur 100’ en, dan is er sprake van een trendbreuk. Het kan interessant zijn om de
beschikbare data verder te onderzoeken.
MR4:
Bij grootschalig onderzoek heb je het over grote doelgroepen van duizenden tot miljoenen
mensen. De doelgroep van een onderzoek wordt de populatie genoemd.