Bestuursrecht
WG 1: stelsel rechtsbescherming – bevoegdheid bestuursrechters
Jurisprudentie
- CRvB 23 juni 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:2009 (CRvB bevoegd of Afdeling?)
- CRvB 20 november 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3815 (Raio)
- ABRvS 24 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3428 (examen beroepsopleiding voor advocaten)
Het gaat over een student die voor het vak arbeidsrecht een onvoldoende heeft gehaald en
daartegen bezwaar heeft gemaakt. Hij heeft beroep ingesteld bij de rechtbank, maar die
heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Rechtbanken maken vaak fouten als het gaat
om de vraag of zij zichzelf onbevoegd moeten verklaren: art. 8:4 Awb bevat een aantal
uitzonderingen inhoudende besluiten waartegen geen beroep ingesteld kan worden. In dit
geval is art. 8:4 lid 3 sub b Awb van toepassing op grond waarvan geen beroep (en dus geen
bezwaar) ingesteld kan worden. In ro. 6 staat dat de rechter moet vaststellen dat het
bestuursorgaan zich niet-ontvankelijk had moeten verklaren (en daarmee is de rechter dus
bevoegd).
=> De beslissing in primo is het cijfer 5,2 voor een examen. De beslissing op bezwaar luidt
dat er een cijfer van 5,3 wordt gegeven voor het examen, maar in plaats hiervan had het
bestuursorgaan zich niet-ontvankelijk moeten verklaren aangezien geen beroep mogelijk is.
De rechtbank heeft hierna gesteld dat geen beroep mogelijk is. Volgens de Afdeling moet
gecheckt worden of terecht besloten is of er wel of geen beroepsmogelijkheid is. De
bestuursrechter moet ambtshalve toetsen aan regels van openbare orde. Er zijn regels die
volgens jurisprudentie dermate belangrijk zijn dat de rechter hieraan ambtshalve moet
toetsen en een van de regels zijn die welke betrekking hebben op bevoegdheid van rechters
en/of bestuursorganen. In dit geval had de rechtbank moeten toetsen of de beslissing wel in
overeenstemming was met het recht.
Opdracht 1 Thuisopdracht
In de Apv van Glierwegge is bepaald dat het verboden is om zonder vergunning van B&W met een
woonboot een ligplaats in te nemen. B&W voeren het beleid dat een vergunning in ieder geval
geweigerd wordt, als de woonboot langer is dan dertig meter.
Melvin vraagt bij B&W een ligplaatsvergunning aan voor zijn woonboot de “Priscilla”. De “Priscilla” is
26 meter lang. Bij besluit van 13 januari 2017 wordt Melvin de vergunning verleend.
Wendy, die tegenover de ligplaats woont, maakt bezwaar tegen deze beslissing, omdat haar zo het
vrije uitzicht op het water ontnomen wordt. Niet alleen vermindert dit haar woongenot, ook daalt
hierdoor de waarde van haar woning. Bij besluit van 30 maart 2017 wordt haar bezwaar echter
ongegrond verklaard. Zij stelt daarop beroep in bij de bestuursrechter. Bij uitspraak van 23 juni 2017
verklaart de rechter haar beroep gegrond en vernietigt hij het bestreden besluit.
a. Bij welke rechter moet Wendy beroep instellen?
De hoofdregel van art. 8:1 Awb stelt dat een belanghebbende tegen een besluit beroep kan
instellen bij de bestuursrechter. In casu heeft Wendy beroep ingesteld tegen het genomen
besluit (verlening van een vergunning aan Melvin).
, In art. 8:6 Awb staat dat de rechtbank (afdeling bestuursrecht) bevoegd is, tenzij een andere
bestuursrechter bevoegd is op grond van hoofdstuk 2 van de bevoegdheidsregeling
bestuursrechtspraak (bijlage II Awb) of op grond van een ander wettelijk voorschrift.
Welke rechtbank bevoegd is, wordt bepaald aan de hand van de relatieve competentie in de
zin van art. 8:7 Awb, dus die rechtbank is bevoegd die binnen het rechtsgebied waarin het
bestuursorgaan zijn zetel heeft, is gevestigd: besluiten van lagere overheden (art. 8:7 lid 1
Awb).
Conclusie: Wendy moet beroep instellen bij de rechtbank op grond van art. 8:6 Awb. Er is
geen andere bijzondere bestuursrechter bevoegd aangezien hier geen grond voor bestaat.
b. Welk besluit is het bestreden besluit?
Met de beslissing in primo is een vergunning verleend aan Melvin en de beslissing op
bezwaar is in dit geval het bestreden besluit, omdat daartegen beroep wordt ingesteld door
Wendy. In de beslissing op bezwaar wordt haar bezwaar ongegrond verklaard.
De rechtbank kijkt dus niet naar de beslissing in primo, maar alleen naar de beslissing op
bezwaar waaraan hij zal toetsen.
c. Mag Melvin na deze uitspraak nog een ligplaats innemen?
De rechtbank heeft het bestreden besluit (beslissing op bezwaar) vernietigd in het kader van
een vernietigingsberoep in de zin van art. 8:72 Awb. De vergunning van Melvin (beslissing in
primo) is er nog en dus mag Melvin nog een ligplaats innemen.
d. Wat moet het bestuursorgaan nu doen?
Het bestuursorgaan moet een nieuw besluit nemen in de vorm van een beslissing op
bezwaar waartegen beroep is ingesteld door Wendy. In dit besluit kan het bestuursorgaan
de beslissing in primo vernietigen of dit alsnog bekrachtigen.
Indien Wendy het niet eens is met de nieuwe beslissing op bezwaar, dan kan zij hiertegen
weer beroep instellen waardoor de rechter wederom zal toetsen aan de bob. Dit kan zij
herhalen totdat zij tevreden is met de uitkomst.
e. Zou de rechter in de uitspraak kunnen bepalen dat Melvin wel, of juist niet, aanspraak kan
maken op een vergunning en zo meteen duidelijkheid bieden aan alle partijen?
Het is het handigste als de rechtbank in het beroep toetst of Melvin wel of niet recht heeft
op een vergunning, maar dit is niet wat de rechter doet. De reden hiervoor is dat de rechter
niet de beleids- en beoordelingsvrijheid van het bestuursorgaan mag doorkruizen. Hierdoor
zou namelijk het bestuursorgaan de kans niet meer hebben om zijn bip te herzien in zijn
bob.
LET OP: de rechter mag wel definitief een besluit nemen indien de boot bijvoorbeeld
langer was geweest dan dertig meter. Als de rechter zou stellen dat de vergunning niet
verleend mag worden, dan zou de rechter de beleidsvrijheid van het bestuursorgaan niet
doorkruizen.
,Opdracht 2 Thuisopdracht
Zoek op internet (bv rechtspraak.nl, of in één van de jurisprudentietijdschriften op rechtsorde), twee
uitspraken waarin de rechter zich onbevoegd verklaart. Geef een korte samenvatting van de
uitspraak en de reden waarom de rechter zich onbevoegd verklaart. U dient twee verschillende
gronden voor onbevoegdverklaring te vinden.
1) Als iemand het niet eens is met een privaatrechtelijke rechtshandeling van een bestuursorgaan en
hiertegen beroep instelt bij een bestuursrechter, dan zal die zich onbevoegd verklaren.
2) Als iemand bezwaar maakt bij het bestuursorgaan tegen een privaatrechtelijke rechtshandeling,
dan wordt het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Als de belanghebbende beroep instelt bij de
bestuursrechter tegen de niet-ontvankelijk verklaring bij de bestuursrechter, dan is het beroep
ongegrond (en de rechter wel bevoegd). Een bob is altijd een besluit in de zin van de Awb, ongeacht
waartegen het gericht is op grond van vaste jurisprudentie.
Een beslissing op bezwaar is een beslissing in de zin van de Awb om voldoende rechtsbescherming te
bieden. Iemand (de bestuursrechter) moet namelijk oordelen over de vraag of het bestuursorgaan
gelijk had over het feit dat het een privaatrechtelijke rechtshandeling was, dus hij is bevoegd omdat
het een besluit is in de zin van de Awb. Hij dient dan te kijken wat er gezegd is in de beslissing op
bezwaar en vaak zal dan volgen dat het beroep ongegrond is.
>>>> Bestuurlijke procedure:
Een procedure begint met een besluit in primo (bip) en daartegen kan men in bezwaar gaan bij het
bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen zodat die mogelijk tot een andere opvatting kan
komen. De beslissing op bezwaar (bob) is dus geen rechterlijke procedure met een onafhankelijke
rechter.
Tegen de bob kan men in beroep gaan bij een rechtbank (of een ander bestuursrechtelijk college).
Vervolgens kan je in hoger beroep tegen het besluit dat is genomen in beroep bij de Afdeling
bestuursrechtspraak.
Bijlage II Awb – Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak:
De Awb heeft twee bijlages waarvan de tweede de bevoegdheidsregeling is. Er is een opsomming
met veel verschillende wetten waarin bepaald wordt dat er mogelijk bij een andere bestuursrechter
beroep ingesteld moet worden dan bij de rechtbank.
- Als het een van de gedecentraliseerde organen is, dan gaat het om de vraag waar zij
gezeteld zijn: dat bepaalt de plek waar beroep ingesteld moet worden.
, Welke rechtsgang staat open?
1. UITGANGSPUNT: art. 8:1 Awb bepaalt dat tegen een besluit beroep ingesteld kan worden bij
de bestuursrechter door een belanghebbende.
2. UITZONDERING: in art. 8:3 Awb tot en met 8:5 Awb worden gevallen genoemd waarin geen
beroep mogelijk is bij de bestuursrechter.
3. Kan er bezwaar gemaakt worden?
Vanwege de systematiek van de Awb dient er namelijk eerst gekeken te worden of er
beroep mogelijk is (art. 7:1 Awb bepaalt dat als er geen beroep ingesteld kan worden bij de
bestuursrechter er ook geen bezwaar gemaakt kan worden). Het is dus van belang om te
weten of beroep mogelijk is, omdat bezwaar dan ook niet mogelijk is.
o Als beroep niet mogelijk is, dan is er ook geen bezwaar mogelijk.
o Als beroep wel mogelijk is, moet er gekeken worden of er bezwaar kan worden gemaakt
in de zin van art. 7:1 Awb.
LET OP: er bestaan uitzonderingen op deze hoofdregel in de subs van het eerste lid.
In sub g wordt er verwezen naar bijlage I Awb.
4. Bij welke rechter dient beroep ingesteld te worden?
In art. 8:6 Awb is geregeld dat in beginsel de rechtbank bevoegd is, maar ook kan op basis
van hoofdstuk 2 van bijlage II Awb een andere bestuursrechter bevoegd kan zijn.
5. Bij welke rechtbank moet beroep ingesteld worden in het kader van relatieve competentie?
In art. 8:7 Awb wordt bepaald dat die rechtbank bevoegd is waar het bestuursorgaan
gezeteld is of die rechtbank waar de belanghebbende zelf woonachtig is. Echter, er kan ook
een gespecialiseerde rechtbank aangewezen worden over bepaalde onderwerpen.
6. Waar kan hoger beroep ingesteld worden?
o Art. 8:104 Awb bepaalt dat tegen een uitspraak van een rechtbank hoger beroep
ingesteld kan worden. In het tweede lid van dit artikel staan een aantal uitzonderingen
(uitspraken waartegen geen hoger beroep mogelijk is).
Voorbeeld: er is een verzetsprocedure in het leven geroepen om te voldoen aan de
eis van “hoor en wederhoor” waarbij een verzetsrechter zal nakijken of terecht is
geoordeeld dat het beroep kennelijk ongegrond is. Tegen zo’n uitspraak is geen beroep
mogelijk.
Voorbeeld: tegen een uitspraak in het kader van een voorlopige voorziening
(spoedprocedure waarin de uitspraak zal vervallen als er een uitspraak is gedaan in de
bodemprocedure) kan geen hoger beroep ingesteld worden.
o Art. 8:105 Awb bepaalt dat in beginsel bij de Afdeling bestuursrechtspraak hoger beroep
ingesteld dient te worden, tenzij uit bijlage II Awb of een bijzondere wet blijkt dat ergens
anders hoger beroep ingesteld moet worden.
Verschil tussen de verschillende procedures:
Als een bijzondere wet dat bepaalt, dient er gekozen te worden voor administratief beroep in plaats
van een bezwaarprocedure. In eerstgenoemde procedure wordt beroep ingesteld bij een hoger
bestuursorgaan dan welke het (bestreden) besluit heeft genomen.
WG 1: stelsel rechtsbescherming – bevoegdheid bestuursrechters
Jurisprudentie
- CRvB 23 juni 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:2009 (CRvB bevoegd of Afdeling?)
- CRvB 20 november 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3815 (Raio)
- ABRvS 24 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3428 (examen beroepsopleiding voor advocaten)
Het gaat over een student die voor het vak arbeidsrecht een onvoldoende heeft gehaald en
daartegen bezwaar heeft gemaakt. Hij heeft beroep ingesteld bij de rechtbank, maar die
heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Rechtbanken maken vaak fouten als het gaat
om de vraag of zij zichzelf onbevoegd moeten verklaren: art. 8:4 Awb bevat een aantal
uitzonderingen inhoudende besluiten waartegen geen beroep ingesteld kan worden. In dit
geval is art. 8:4 lid 3 sub b Awb van toepassing op grond waarvan geen beroep (en dus geen
bezwaar) ingesteld kan worden. In ro. 6 staat dat de rechter moet vaststellen dat het
bestuursorgaan zich niet-ontvankelijk had moeten verklaren (en daarmee is de rechter dus
bevoegd).
=> De beslissing in primo is het cijfer 5,2 voor een examen. De beslissing op bezwaar luidt
dat er een cijfer van 5,3 wordt gegeven voor het examen, maar in plaats hiervan had het
bestuursorgaan zich niet-ontvankelijk moeten verklaren aangezien geen beroep mogelijk is.
De rechtbank heeft hierna gesteld dat geen beroep mogelijk is. Volgens de Afdeling moet
gecheckt worden of terecht besloten is of er wel of geen beroepsmogelijkheid is. De
bestuursrechter moet ambtshalve toetsen aan regels van openbare orde. Er zijn regels die
volgens jurisprudentie dermate belangrijk zijn dat de rechter hieraan ambtshalve moet
toetsen en een van de regels zijn die welke betrekking hebben op bevoegdheid van rechters
en/of bestuursorganen. In dit geval had de rechtbank moeten toetsen of de beslissing wel in
overeenstemming was met het recht.
Opdracht 1 Thuisopdracht
In de Apv van Glierwegge is bepaald dat het verboden is om zonder vergunning van B&W met een
woonboot een ligplaats in te nemen. B&W voeren het beleid dat een vergunning in ieder geval
geweigerd wordt, als de woonboot langer is dan dertig meter.
Melvin vraagt bij B&W een ligplaatsvergunning aan voor zijn woonboot de “Priscilla”. De “Priscilla” is
26 meter lang. Bij besluit van 13 januari 2017 wordt Melvin de vergunning verleend.
Wendy, die tegenover de ligplaats woont, maakt bezwaar tegen deze beslissing, omdat haar zo het
vrije uitzicht op het water ontnomen wordt. Niet alleen vermindert dit haar woongenot, ook daalt
hierdoor de waarde van haar woning. Bij besluit van 30 maart 2017 wordt haar bezwaar echter
ongegrond verklaard. Zij stelt daarop beroep in bij de bestuursrechter. Bij uitspraak van 23 juni 2017
verklaart de rechter haar beroep gegrond en vernietigt hij het bestreden besluit.
a. Bij welke rechter moet Wendy beroep instellen?
De hoofdregel van art. 8:1 Awb stelt dat een belanghebbende tegen een besluit beroep kan
instellen bij de bestuursrechter. In casu heeft Wendy beroep ingesteld tegen het genomen
besluit (verlening van een vergunning aan Melvin).
, In art. 8:6 Awb staat dat de rechtbank (afdeling bestuursrecht) bevoegd is, tenzij een andere
bestuursrechter bevoegd is op grond van hoofdstuk 2 van de bevoegdheidsregeling
bestuursrechtspraak (bijlage II Awb) of op grond van een ander wettelijk voorschrift.
Welke rechtbank bevoegd is, wordt bepaald aan de hand van de relatieve competentie in de
zin van art. 8:7 Awb, dus die rechtbank is bevoegd die binnen het rechtsgebied waarin het
bestuursorgaan zijn zetel heeft, is gevestigd: besluiten van lagere overheden (art. 8:7 lid 1
Awb).
Conclusie: Wendy moet beroep instellen bij de rechtbank op grond van art. 8:6 Awb. Er is
geen andere bijzondere bestuursrechter bevoegd aangezien hier geen grond voor bestaat.
b. Welk besluit is het bestreden besluit?
Met de beslissing in primo is een vergunning verleend aan Melvin en de beslissing op
bezwaar is in dit geval het bestreden besluit, omdat daartegen beroep wordt ingesteld door
Wendy. In de beslissing op bezwaar wordt haar bezwaar ongegrond verklaard.
De rechtbank kijkt dus niet naar de beslissing in primo, maar alleen naar de beslissing op
bezwaar waaraan hij zal toetsen.
c. Mag Melvin na deze uitspraak nog een ligplaats innemen?
De rechtbank heeft het bestreden besluit (beslissing op bezwaar) vernietigd in het kader van
een vernietigingsberoep in de zin van art. 8:72 Awb. De vergunning van Melvin (beslissing in
primo) is er nog en dus mag Melvin nog een ligplaats innemen.
d. Wat moet het bestuursorgaan nu doen?
Het bestuursorgaan moet een nieuw besluit nemen in de vorm van een beslissing op
bezwaar waartegen beroep is ingesteld door Wendy. In dit besluit kan het bestuursorgaan
de beslissing in primo vernietigen of dit alsnog bekrachtigen.
Indien Wendy het niet eens is met de nieuwe beslissing op bezwaar, dan kan zij hiertegen
weer beroep instellen waardoor de rechter wederom zal toetsen aan de bob. Dit kan zij
herhalen totdat zij tevreden is met de uitkomst.
e. Zou de rechter in de uitspraak kunnen bepalen dat Melvin wel, of juist niet, aanspraak kan
maken op een vergunning en zo meteen duidelijkheid bieden aan alle partijen?
Het is het handigste als de rechtbank in het beroep toetst of Melvin wel of niet recht heeft
op een vergunning, maar dit is niet wat de rechter doet. De reden hiervoor is dat de rechter
niet de beleids- en beoordelingsvrijheid van het bestuursorgaan mag doorkruizen. Hierdoor
zou namelijk het bestuursorgaan de kans niet meer hebben om zijn bip te herzien in zijn
bob.
LET OP: de rechter mag wel definitief een besluit nemen indien de boot bijvoorbeeld
langer was geweest dan dertig meter. Als de rechter zou stellen dat de vergunning niet
verleend mag worden, dan zou de rechter de beleidsvrijheid van het bestuursorgaan niet
doorkruizen.
,Opdracht 2 Thuisopdracht
Zoek op internet (bv rechtspraak.nl, of in één van de jurisprudentietijdschriften op rechtsorde), twee
uitspraken waarin de rechter zich onbevoegd verklaart. Geef een korte samenvatting van de
uitspraak en de reden waarom de rechter zich onbevoegd verklaart. U dient twee verschillende
gronden voor onbevoegdverklaring te vinden.
1) Als iemand het niet eens is met een privaatrechtelijke rechtshandeling van een bestuursorgaan en
hiertegen beroep instelt bij een bestuursrechter, dan zal die zich onbevoegd verklaren.
2) Als iemand bezwaar maakt bij het bestuursorgaan tegen een privaatrechtelijke rechtshandeling,
dan wordt het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Als de belanghebbende beroep instelt bij de
bestuursrechter tegen de niet-ontvankelijk verklaring bij de bestuursrechter, dan is het beroep
ongegrond (en de rechter wel bevoegd). Een bob is altijd een besluit in de zin van de Awb, ongeacht
waartegen het gericht is op grond van vaste jurisprudentie.
Een beslissing op bezwaar is een beslissing in de zin van de Awb om voldoende rechtsbescherming te
bieden. Iemand (de bestuursrechter) moet namelijk oordelen over de vraag of het bestuursorgaan
gelijk had over het feit dat het een privaatrechtelijke rechtshandeling was, dus hij is bevoegd omdat
het een besluit is in de zin van de Awb. Hij dient dan te kijken wat er gezegd is in de beslissing op
bezwaar en vaak zal dan volgen dat het beroep ongegrond is.
>>>> Bestuurlijke procedure:
Een procedure begint met een besluit in primo (bip) en daartegen kan men in bezwaar gaan bij het
bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen zodat die mogelijk tot een andere opvatting kan
komen. De beslissing op bezwaar (bob) is dus geen rechterlijke procedure met een onafhankelijke
rechter.
Tegen de bob kan men in beroep gaan bij een rechtbank (of een ander bestuursrechtelijk college).
Vervolgens kan je in hoger beroep tegen het besluit dat is genomen in beroep bij de Afdeling
bestuursrechtspraak.
Bijlage II Awb – Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak:
De Awb heeft twee bijlages waarvan de tweede de bevoegdheidsregeling is. Er is een opsomming
met veel verschillende wetten waarin bepaald wordt dat er mogelijk bij een andere bestuursrechter
beroep ingesteld moet worden dan bij de rechtbank.
- Als het een van de gedecentraliseerde organen is, dan gaat het om de vraag waar zij
gezeteld zijn: dat bepaalt de plek waar beroep ingesteld moet worden.
, Welke rechtsgang staat open?
1. UITGANGSPUNT: art. 8:1 Awb bepaalt dat tegen een besluit beroep ingesteld kan worden bij
de bestuursrechter door een belanghebbende.
2. UITZONDERING: in art. 8:3 Awb tot en met 8:5 Awb worden gevallen genoemd waarin geen
beroep mogelijk is bij de bestuursrechter.
3. Kan er bezwaar gemaakt worden?
Vanwege de systematiek van de Awb dient er namelijk eerst gekeken te worden of er
beroep mogelijk is (art. 7:1 Awb bepaalt dat als er geen beroep ingesteld kan worden bij de
bestuursrechter er ook geen bezwaar gemaakt kan worden). Het is dus van belang om te
weten of beroep mogelijk is, omdat bezwaar dan ook niet mogelijk is.
o Als beroep niet mogelijk is, dan is er ook geen bezwaar mogelijk.
o Als beroep wel mogelijk is, moet er gekeken worden of er bezwaar kan worden gemaakt
in de zin van art. 7:1 Awb.
LET OP: er bestaan uitzonderingen op deze hoofdregel in de subs van het eerste lid.
In sub g wordt er verwezen naar bijlage I Awb.
4. Bij welke rechter dient beroep ingesteld te worden?
In art. 8:6 Awb is geregeld dat in beginsel de rechtbank bevoegd is, maar ook kan op basis
van hoofdstuk 2 van bijlage II Awb een andere bestuursrechter bevoegd kan zijn.
5. Bij welke rechtbank moet beroep ingesteld worden in het kader van relatieve competentie?
In art. 8:7 Awb wordt bepaald dat die rechtbank bevoegd is waar het bestuursorgaan
gezeteld is of die rechtbank waar de belanghebbende zelf woonachtig is. Echter, er kan ook
een gespecialiseerde rechtbank aangewezen worden over bepaalde onderwerpen.
6. Waar kan hoger beroep ingesteld worden?
o Art. 8:104 Awb bepaalt dat tegen een uitspraak van een rechtbank hoger beroep
ingesteld kan worden. In het tweede lid van dit artikel staan een aantal uitzonderingen
(uitspraken waartegen geen hoger beroep mogelijk is).
Voorbeeld: er is een verzetsprocedure in het leven geroepen om te voldoen aan de
eis van “hoor en wederhoor” waarbij een verzetsrechter zal nakijken of terecht is
geoordeeld dat het beroep kennelijk ongegrond is. Tegen zo’n uitspraak is geen beroep
mogelijk.
Voorbeeld: tegen een uitspraak in het kader van een voorlopige voorziening
(spoedprocedure waarin de uitspraak zal vervallen als er een uitspraak is gedaan in de
bodemprocedure) kan geen hoger beroep ingesteld worden.
o Art. 8:105 Awb bepaalt dat in beginsel bij de Afdeling bestuursrechtspraak hoger beroep
ingesteld dient te worden, tenzij uit bijlage II Awb of een bijzondere wet blijkt dat ergens
anders hoger beroep ingesteld moet worden.
Verschil tussen de verschillende procedures:
Als een bijzondere wet dat bepaalt, dient er gekozen te worden voor administratief beroep in plaats
van een bezwaarprocedure. In eerstgenoemde procedure wordt beroep ingesteld bij een hoger
bestuursorgaan dan welke het (bestreden) besluit heeft genomen.