Systeemkunde
Les 1: systeemkunde
Systeemkunde: hulpmiddel bij analyseren van problemen: geen duidelijke oplossing maar zetje in de
goede richting
Doel: beheersen van systemen en processen te bewerkstelligen (kwantitatief en kwalitatief)
Systeem = een afgezonderde verzameling elementen die een onderlinge relatie met elkaar hebben
Aspectsysteem: systeem onderzoeken op verschillende aspecten
Subsysteem: systeem onderzoeken op verschillende delen
Tekenen van een blokschema:
Black box
Systeembenadering
Inzoomen: gedetailleerd weergeven van probleem
Statisch systeem: structuur is vast (er verandert niet in de tijd) en er vinden geen processen plaats
B.v. een brug
Dynamisch systeem: structuur kan veranderen en er vinden processen plaats
B.v. proces: serie van transformaties in van plaats, stand, waarde, vorm, inhoud, afmeting,
eigenschap… systeemkunde
Steady state: !komt in examen
Het systeem is in dynamisch evenwicht over het tijdsinterval van een onderzoek
Gedrag van het systeem is volledig voorspelbaar en vertoont repeterend gedrag
Uitvoer = invoer: in een gegeven tijdsduur gaat er even veel in als uit (geen ophoping van
stromende elementen)
Tunnelformule:
Steady State: Input = output
Aantal elementen in het systeem: Volume = Input / Output x doorlooptijd
V = I/O x dlt