,Sex verschillen: consciëntieusheid (orde) - ✔✔ANSW✔✔..- Algemeen geen verschillen
- Orde: V scoren licht hoger (-.13)
Sex verschillen: neuroticisme (algemeen, impulsiviteit, angst) - ✔✔ANSW✔✔..-
Algemeen: V hoger (-.49)
- Impulsiviteit: M en V gelijk (.06)
- Angst: V licht hoger (-.28)
Sex verschillen: openheid - ✔✔ANSW✔✔..Geen verschillen in openheid voor ervaring
(.07)
Sex verschillen: zelfwaarde - ✔✔ANSW✔✔..M scoren licht hoger (.20), MAAR
afhankelijk van leeftijd
- Jonge kinderen; heel klein verschil (.16)
- Puberteit: klein effect size (.23 tot .33)
- Volwassen: heel klein verschil (.10 tot -.03)
Sex verschillen: depressie - ✔✔ANSW✔✔..- In kindertijd geen geslachtsverschillen
- Puberteit: 2-3x zoveel bij V
Sex verschillen: jaloezie - ✔✔ANSW✔✔..- M: nooit zeker van vaderschap → niet de
vader = energie steken in andere genen → belang bij zekerheid van vaderschap ⇒
meer seksueel jaloers
- V: zeker van moederschap → belang bij investerende partner ⇒ meer emotioneel
jaloers
Androgynie - ✔✔ANSW✔✔..persoon die zich niet vrouwelijk of mannelijk voelt
- 1970: niet enkel man/ vrouw, ook androgyn
Uitgelokte cultuur - ✔✔ANSW✔✔..verwijst naar het opvatten van culturele verschillen
als kenmerken die ontstaan zijn in reactie op verschillende omgevingsinvloeden (die
resulteren in voorspelbare responsen)
Dispositionele domein - ✔✔ANSW✔✔..aandacht gericht op manieren waarop
individuen verschillend zijn van elkaar
Biologische domein - ✔✔ANSW✔✔..mensen zijn in de eerste plaats verzamelingen van
biologische systemen
Intrapsychische domein - ✔✔ANSW✔✔..mentale mechanismen van persoonlijkheid,
vaak niet op 'bewust niveau'
Cognitief ervaringsdomein - ✔✔ANSW✔✔..aandacht voor cognitie en subjectieve
ervaringen zoals bewuste gedachten, gevoelens, overtuigingen, verlangens
, Sociale en culturele domein - ✔✔ANSW✔✔..persoonlijkheid beïnvloedt door cultuur en
sociale contexten
Aanpassingsdomein - ✔✔ANSW✔✔..persoonlijkheid heeft sleutelrol bij onze manier
van 'copen' en aanpassen aan gebeurtenissen in het dagelijkse leven
Stabiliteit: 2 vormen - ✔✔ANSW✔✔..1. Rangorde stabiliteit
2. Gemiddelde niveau stabiliteit
Rangorde stabiliteit - ✔✔ANSW✔✔..je relatieve positie tov anderen blijft dezelfde
doorheen de tijd
vb. kleine mensen blijven meestal klein
Gemiddelde niveau stabiliteit - ✔✔ANSW✔✔..bevolking blijft doorheen de tijd hetzelfde
niveau, ook al wordt de populatie ouder
vb. gemiddelde niveau van agressie verandert niet
Verandering: 2 definiërende kwaliteiten - ✔✔ANSW✔✔..1. Intern: de veranderingen zijn
intern in de persoon, niet uitsluitend in de omgeving `
vb. bij ouders stil en bij vriendengroep uitgelaten
2. Aanhoudend: de veranderingen houden aan doorheen de tijd, zijn niet tijdelijk
3 niveaus van analyse - ✔✔ANSW✔✔..1. Populatieniveau
2. Niveau van groepsverschillen
3. Niveau van individuele verschillen
Populatieniveau - ✔✔ANSW✔✔..verandering of constanties (stabiliteit) over de tijd die
voor iedereen min of meer gelden
Niveau van groepsverschillen - ✔✔ANSW✔✔..die anders of specifiek zijn voor een
bepaalde groepen mensen
Niveau van individuele verschillen - ✔✔ANSW✔✔..veranderingen die specifieke
individuen treffen
Temperament - ✔✔ANSW✔✔..verwijst naar individuele verschillen die vroeg tot uiting
komen, meestal erfelijk en te maken hebben met emotioneel gedrag
Stabiliteit temperament eerste levensjaren - ✔✔ANSW✔✔..- Stabiliteit in 1ste
levensjaar middelmatig hoog
- Over korte periodes is stabiliteit hoger
- Stabiliteit neemt toe met leeftijd