100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Respuestas

Probleem 1 Staatsrecht

Puntuación
4.0
(1)
Vendido
-
Páginas
9
Subido en
09-01-2020
Escrito en
2019/2020

Uitwerking van de leerdoelen van probleem 1 Staatsrecht Blok 4 Jaar 2.

Institución
Grado

Vista previa del contenido

PROBLEEM 1
Leerdoelen:
1. Welke controlemiddelen zijn er?
2. Kan je gedwongen worden om met je partij mee te stemmen?
3. Ben je verplicht als minister inlichtingen te doen?
4. Wat is de vertrouwensregel?
 Eerste kamer
 Conflictontbinding
 Parlementarisering van het ontbindingsrecht
5. Wat houdt ministeriële verantwoordelijkheid in?

Bronnen:
- Van der Pot, Handboek van het Nederlandse Staatsrecht: H11, 24, 25 (p. 552), 29, 34
- P. Bovend'Eert & H. Kummeling. (2017). Bevoegdheden inzake controle van de regering. In Het
Nederlandse parlement (pp. 283–298)
- Muller, Coenen. (1997). Parlementair onderzoek in ontwikkeling. Beleid en maatschappij, 241–252
- Jurisprudentie: Mink K




LEERDOEL 1 WELKE CONTROLEMIDDELEN ZIJN ER?

I. Vaste en tijdelijke kamercommissies
Deze commissies werden na de Tweede Wereldoorlog ingesteld door de Staten-Generaal en dat
wordt nog steeds gedaan. Ieder ministerie (met uitzondering van het ministerie van Algemene
Zaken) heeft een vaste commissie die dus in ingesteld door de Staten-Generaal, art. 16 RvO TK.
Deze vaste commissie is belast met de voorbereiding van begrotingsontwerpen en wetsvoorstellen
en bevordert daarnaast een geregelde gedachtewisseling met de regering.
 Onder die geregelde gedachtewisseling valt bijvoorbeeld het vragen van inlichtingen.
 Andere bevoegdheden staan in art. 27 RvO TK.
Door deze bezigheden ontwikkelt zo’n commissie een goed beeld en inzicht van het ministerie. Op
deze manier kan er gecontroleerd en eventueel corrigerend beïnvloed worden.
Ook kan een tijdelijke commissie worden ingesteld voor specifieke onderwerpen, art. 18 RvO TK
en art. 142 RvO TK.


II. Nota’s
= een speciale vorm van overleg tussen de TK en regering over het beleid

Ministers geven vaak d.m.v. een afzonderlijke nota een uiteenzetting van hun beleidsvoornemens
 Het kan gaan om voornemens van wetgevende aard (hervorming van het onderwijs), maar
ook om voornemens op bestuurlijk terrein (energienota of defensienota)

De volksvertegenwoordiging wenst te worden ingelicht over de beleidsvoornemens van een
minister en zal aandringen op een schriftelijke uiteenzetting daarvan.

De nota heeft verschillende kanten
 Zij is aan de ene kant object van overleg
 Aan de andere kant een werkstuk dat de bestuurspraktijk beïnvloedt en in een bepaalde
richting stuurt
 Soms is een nota ook wel eens een middel om de noodzaak tot het doen van concrete
voorstellen en het nemen van concrete besluiten uit te stellen en het gesprek gaande te
houden


1

, Nota’s zijn geen wetsvoorstellen, zij kunnen niet worden geamendeerd, ze worden niet aanvaard of
verworpen, maar slechts voor kennisgeving aangenomen.

Art. 119 lid 2 RvO II bepaalt dat het presidium, alvorens een nota in handen van een commissie te
stellen, dient te onderzoeken of het stuk wordt voorafgegaan door een aparte paragraaf met
duidelijke beslispunten.
 Is dat niet het geval, dan kan het presidium aan de kamer voorstellen de nota aan de
regering terug te zenden om alsnog te worden voorzien van beslispunten.



III. Recht op inlichtingen
Dit is een klassiek voorbeeld van invloed van de Staten-Generaal op de regering.

Neergelegd in art. 68 Gw → de ministers en de staatssecretarissen geven de kamers elk afzonderlijk
en in verenigde vergadering mondeling of schriftelijk de door een of meer leden verlangde
inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het belang van de staat.

Hoofdstuk XI van het RvO TK is gewijd aan het vragen van inlichtingen aan de ministers, waarbij
een onderscheid gemaakt wordt tussen:
 De interpellatie (paragraaf 1)
 De schriftelijke vragen (paragraaf 2)
 Het mondelinge vragenuur (paragraaf 3) → ontbreekt in EK

Het ligt voor de hand te veronderstellen dat art. 68 Gw naar inhoud en strekking slechts van
toepassing is, indien inlichtingen van de zijde van de Kamer(leden) worden gevraagd. Het artikel
schept geen rechtsplicht voor ministers om ongevraagd verantwoording af te leggen omtrent
gevoerd of te voeren beleid. Het uit eigen beweging informeren van de Kamer berust veeleer op
art. 42 Gw, dat nu eenmaal in algemene termen de parlementaire verantwoordingsplicht van
ministers vastlegt.

Wie heeft recht op inlichtingen?
In 1987 werd in art. 68 Gw een aantal woorden toegevoegd, namelijk ‘door een of meer leden’. Het
was niet duidelijk wanneer inlichtingen verstrekt moesten worden. Moest dat als dat door een enkel
kamerlid werd gevraagd? Moest dat bij een bepaald aantal kamerleden dat erom vroeg? Daarom
werden deze woorden toegevoegd ter verduidelijking.

Dat nam ook met zich mee dat de gronden voor verschoning van de inlichtingenverstrekking geldig
waren tegenover vragen van enkele individuen. Een minister kan zich (eventueel na weigeren op
andere gronden) op het belang van de staat beroepen om een inlichting niet te verstrekken. Dit zijn
niet altijd gelijk de meest heftige dingen, hieronder valt bijvoorbeeld ook een inbreuk op
privacybelangen, gevoelige bedrijfsgegevens, informatie uit een strafrechtelijk onderzoek of een
wettelijke geheimhoudingsplicht.




IV. Interpellatie
Art. 133 Rvo TK heeft betrekking op interpellaties → gedachtewisselingen tussen regering en kamer
waarbij een lid over een onderwerp dat ‘vreemd is aan de orde van de dag’ vragen kan stellen aan
een of meer ministers.

Art. 133 lid 2 RvO TK bepaalt dat het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt toegestaan
indien dat door tenminste 30 leden wordt gesteund.
 In art. 54a RvO TK is het zogenaamde spoeddebat nader geregeld. Ook een dergelijk
debat wordt toegestaan als tenminste 30 leden erom vragen.
 Het verschil tussen een interpellatie en een spoeddebat is dat voor het spoeddebat niet van
tevoren de vragen behoeven te worden ingezonden en ook is er geen extra termijn voor de
aanvrager.




2

Libro relacionado

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
9 de enero de 2020
Número de páginas
9
Escrito en
2019/2020
Tipo
Respuestas
Personaje
Desconocido

Temas

$4.24
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Reseñas de compradores verificados

Se muestran los comentarios
4 año hace

4.0

1 reseñas

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0
Reseñas confiables sobre Stuvia

Todas las reseñas las realizan usuarios reales de Stuvia después de compras verificadas.

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
aylinmali Erasmus Universiteit Rotterdam
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
47
Miembro desde
10 año
Número de seguidores
33
Documentos
81
Última venta
1 año hace

4.4

14 reseñas

5
8
4
4
3
1
2
1
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes