PRIKKELVOORTGELEIDING DOORHEEN HET HART
Hartwerking vereist synchronisatie = excitatie-contractie koppeling in de individuele cellen.
De hartpomp heeft een automatische en regelmatige werking.
De SA-knoop is een groepje cellen die zorgt voor de continue regelmatige werking = pacemaker functie.
De individuele cardiomyocyten moeten ook synchroniseren. Dit wordt bereikt door de prikkel van cel tot
cel door te geven via gapjunctions.
Anatomie:
De gapjunctions bestaan uit 2 connexons die weer uit 6 connexine eiwitten betsaan, die elk 5
transmembranaire segmenten bevatten.De elektrische puls wordt vanuit de SA door de voorkamers
geleid en komt terug samen in de AV- knoop. En vanuit de AV-knoop naar de kamers via de Bundel van
His. De elektrischer puls kan niet vanuit de voorkamers naar de kamers omdat daar voornamelijk fibreus
eindweefsel tussen zit en daar kan de stroom niet door heen.
, CELLULAIRE ELEKTROFYSIOLOGIE
De actiepotentiaal is per cel anders, en dit staat direct in
verband met de functie:
Zoals al eerder gezegd wordt de elektrische puls voortgeleid via de gapjunctions tussen de
myocardcellen. Toch zal er voor een korte tijd de ene cel een andere elektrische lading hebben, hierdoor
zal er ook buiten de cel een stoom ontstaan (heeft te maken met het opladen van de capaciteit van het
membraan). De gapjunctions zijn net kleine weerstanden en de stroom volgt de wet van Ohm. Er is dus
een verlies van intensiteit van depolarisatie over een afstand:
Dus is er generatie van actiepotentiaal nodig. Dus als cel A depolariseert zal hij een actiepotentiaal
genereren, dan zal deze actiepotentiaal cel B depolariseren die hierdoor op zijn beurt een actiepotentiaal
genereerd enzoverder.
De voortgeleidingssnelheid kun je beïnvloeden door:
Sterker signaal geven (amplitude) -> hierdoor zal sneller de drempelwaarde bereikt worden in
de naburige cel en ontstaat er sneller een actiepotentiaal. Na+
Drempelwaarde omhoog of omlaag brengen. Na+
Rustpotentiaal veranderen. K+
De uitwendige stroom en ladingsbeweging is de basis van een elektrocardiogram. (Alle kanalen hebben
een systematische naam (niet kennen).