1. Definitie neurochirurgie
- = aandoeningen van ZS met potentieel chirurgische implicaties
o Craniaal & intracranieel
o Spinaal & intraspinaal
o Perifere zenuwen
- Multidisciplinair
o Bv. vasculair: neurologen + interventionele radiologen
o Bv. trauma: urgentie-artsen + intensivisten + revalidatie-artsen
- Geschiedenis
o 2de helft 19de E:
▪ Anesthesie met ether
▪ Asepsis
▪ 1ste chirurgische behandeling van ruimte-innemend proces
o Invloed van Cushing
▪ Discipline anesthesie: begon als 1ste met monitoring tijdens operatie
▪ Discipline endocrinologie: werking hypofyse
▪ Cushing reflex bij ↑ intracraniële druk
• = bradycardie & arteriële hypertensie
o Jaren 70
▪ CT: voor het eerst in de hersenen kijken
o Jaren 90
▪ MRI: verfijning diagnostische mogelijkheden
▪ Vanaf hier: snelle evolutie met nieuwe technieken
1
, Les 1a: hydrocefalie (hoofdstuk 6)
Casus
Jongen, 7j, spoed. In voorbije 2j moest hij 3x dringend naar ziekenhuis door hoofdpijn met braken. Dit kwam
altijd vrij plots & ging niet vanzelf voorbij. Hij voelde zich er ook telkens wat raar bij, alsof hij het in een
droom beleefde. Die vreemde periodes eindigden steevast op de operatietafel & na de operatie was hij
telkens snel terug de oude. Hij werd als prematuur geboren & ontwikkelde bij geboorte een
intraventriculaire bloeding met secundaire post-hemorrhagische hydrocefalie. Dat werd toen aangepakt
door ventriculoperitoneale shunt in te planten. Hij voelt het buisje zitten onder zijn huid en weet dat het erg
belangrijk is voor hem. Als de hoofdpijn plots weer opdaagt, weet hij dat hij dat direct aan zijn juf & mama
moet zeggen.
1. Definitie & oorzaken
- = toestand van ↑ intracranieel CSV volume
o Door onevenwicht productie – circulatie – absorptie
o Gevolgen: ventriculaire dilatatie & intracraniële overdruk
Li: normaal beeld: laterale ventrikels & 3de ventrikel:
heel slank
Re: atrofie
↑ hersenvolume → cerebrospinaal vocht komt in
plaats (bij ouderen, alcoholisme, hersentrauma…)
a. CATEGORIEËN VOLGENS ETIOLOGIE
- Obstructieve hydrocefalie
o = verstoorde liquorcirculatie tussen ventrikels of tussen ventrikels & subarachnoidale
ruimte
o Tumor/cysten in of nabij ventrikel
▪ Bij kinderen: typisch tumor in 4de ventrikel
o Aqueductstenose
▪ = vernauwde aqueductus van Sylvius = subobstructie die plots kan
decompenseren
▪ Op elke leeftijd mogelijk
Flow: geeft zwarte streep in aqueduct (= artefact)
2
, o Intraventriculaire bloedingen
▪ Spontaan
• Op oudere leeftijd: vaak door kleine bloeding
thalamus met doorbraak in ventrikels
• Bij prematuren: vaak door fragiele germinale matrix
nabij ventrikelsysteem
▪ Soms aanwezig bij craniocerebraal trauma
o 4de ventrikel outflow obstructie
▪ = vliezen & cysten die outflow uit 4de ventrikel
belemmeren
▪ Bv. Blake’s pouche
- Communicerende hydrocefalie
o = normale communicatie tussen ventrikels & subarachnoïdale ruimte, maar
verstoorde absorptie (of te hoge productie = zeldzaam, bv. bij kinderen met precair
evenwicht & dan virale infectie)
o Meningeale infecties
▪ Of andere CZS-infecties met betrokkenheid van meningen
• Bv. TBC
o Meningeale carcinomatose
o Subarachnoïdale bloeding (= bloed in subarachnoïdale ruimte rond hersenen)
o Normale druk hydrocefalie (NPH)
▪ = subtiel, net over rand van decompensatie
▪ Bij LP: druk niet verhoogd
• In werkelijkheid: subtiele ↑
▪ Ontstaan
• Spontaan (bij ouderen)
• Insidieus na subarachnoïdale bloeding of
craniocerebraal trauma
▪ Vrij typische kliniek
2. Presentatie
- Symptomen
o Hoofdpijn
o Nausea/braken (projectiel)
o ↓ bewustzijn (suf → coma)
o Papiloedeem
o Inklemming
- Symptomen zuigeling
o Vertraagde psychomotore ontwikkeling
o Macrocranie
o Failure to thrive
o Geïrriteerd
o Gespannen fontanel
o Braken
o Sunsetting eyes (= opwaartse blikparese)
▪ Door druk op kernen van Edinger Westphal
o Papiloedeem
3
, o Opistotonus
▪ Kindjes staan in extensie
o Inklemming
- NPH
o Triade
▪ Gangmoeilijkheden
▪ Cognitieve achteruitgang
▪ Mictieproblemen/incontinentie
o Verschil in symptomen: te verklaren door trage onset
3. Diagnose
- Beeldvorming
o MRI: voorkeur
▪ Detailrijk + geen stralenbelasting
o CT
▪ Voorkeur bij acute situaties & opvolging
• Snel toegankelijk & gebruiksvriendelijk
o Echo
▪ Neonati
4. Behandeling
a. OORZAKEN
- Resectie tumor, cyste, vlies
b. MEDICATIE
- Diamox = diureticum
▪ Beperkt effect, niet meer gebruikt
c. SHUNTING NAAR ANDERE PLAATS IN LICHAAM
- Plaats van drainage
o Meestal naar peritoneale holte (= ventriculoperitoneaal)
o Soms naar Re atrium (= ventriculocardiaal)
- Weerstandsklep op verloop van shunt → laat liquor pas door bij bereiken van zekere druk →
doel: vermijden van overdrainage
o Vaste weerstand vs. regelbaar
- Soms nood aan anti-syphon device
o = waterslot dat outflow resistance kan doen toenemen
o Bij patiënten met hoofdpijn vlak na rechtkomen door te bruuske ↑ debiet
- Complicaties (hoge incidentie)
o Infectie (shunt = vreemd materiaal)
▪ Wonde
▪ Ventriculitis
▪ Peritonitis
▪ Shunt nefritis (bij ventriculocardiale shunt)
o Bloeding bij plaatsing
▪ Malpositie ventrikelcatheter
o Mechanische dysfunctie (gem. levensduur 5j)
▪ Obstructie: in catheter, valve, distaal
4