Hoofdstuk 7: Burgerlijke cultuur van Nederland in de 17e eeuw
Beeldende Kunst in de 17e eeuw:
Opdrachtgevers Geloofsovertuiging
Italië Kerk + rijke families Rooms katholiek
Frankrijk Koning (adel + kerk) Rooms katholiek
Nederland Burgerij Gereformeerd (Calvinistisch)
Burgermecenaat: de burgerij is de belangrijkste opdrachtgever kunst.
Calvinisme: sobere geloofsovertuiging, kerk als opdrachtgever vervalt.
Reformatie: naar binnen gericht, de inhoud voorop; het beeld enkel in dienst van de inhoud.
Catholicisme: naar buiten toe gericht; uiterlijk vertoon: het beeld versterkt de inhoud.
De Gouden Eeuw
Nederland van 1 van de rijkste landen op aarde
- sterke overzeese handel (VOC Azië)
- grootste vloot van de wereld.
- bloeiende economie → veel handel (A’dam handelscentrum van wereld)
- veel vrijheid en tolerantie (verschillende geloven en culturen)
- ontwikkelingen in de wetenschap, techniek en kunsten
- vrouw steeds zelfstandiger
Welvaart: oprichting van de VOC (1602) en WIC (1621)
- scheepvaart was erg belangrijk, veel scheepsbouw
VOC (1602)
- handel - porselein (China)
- specerijen - kraakporselein; via kraakschelpen
- koffie en thee - Delfts Blauw (namaak)
- stoffen
WIC (1621)
- slavenhandel
Economische markt stort in na tulpengekte
Wetenschappelijke revolutie (16e en 17e eeuw)
- aarde is het centrum van het heelal → denkwijze verandert
- niet meer denken volgens de Bijbel, maar onderzoeken en
waarnemen
- wetenschappelijke bevindingen konden ook verspreid worden
dankzij boekdrukkunst
Strijd tussen Katholieke- en Protestantse kerken
- Beeldenstorm: katholieke kerken worden leeggetrokken
- Protestantse kerken: sober, ging om inhoud, geen uiterlijk vertoon → dichter bij god komen
- aflaten werden verkocht door katholieke kerk aan burgers
1
, - contra reformatorisch werk (door katholieke kerk): tegen protestantse kerk, dramatisch,
meer mensen overweldigen
Republiek der zeven verenigde Nederlanden:
- Holland - Groningen
- Zeeland - Overijssel
- Utrecht - Gelderland
- Friesland
Burgers zijn opdrachtgevers van de beeldende kunst (hadden veel geld → handel)
- afgebeeld in zwarte kleding (dure kleurstof → status, sober)
- kijken vaak ernstig / serieus en met zelfvertrouwen
De huizen oogde aan de buitenkant erg sober (smal en hoog gebouwd), maar
binnen werd het ingericht met veel rijkdom. Verzamelingen van kunst in
kunstkamers/ wonderkamers/ rariteitenkabinetten, pronken bij bezoek
- door handel → reizen → exotische dingen meenemen
- uit de kunstkamers ontstonden de eerste musea
- tonen van hun financiële en maatschappelijke positie
Naturalia: voorwerpen uit de natuur
Artificialia: voorwerpen gemaakt door de mensenhand
Antiquiteiten: voorwerpen uit de klassieke oudheid
Scientifica: voorwerpen uit de wetenschap
Etnografica: voorwerpen uit/van verschillende landen/culturen
Anatomisch theater: openbaar lichamen ontleden (anatomie), studenten
chirurgie konden kijken maar ook normale burgers. Waren benieuwd naar
hoe de mens nou eigenlijk in elkaar zit.
Vond plaats in de winter imv lijkbederf
1. buikholte
2. borstholte
3. hoofd
Lenzen slijpen, optica in het algemeen: Nederland had een vooruitgang op het gebied van lenzen
slijpen → invloed op wetenschap en kunsten.
- Nieuwe technische vindingen uit de 17e eeuw als de microscoop en telescoop bieden de
mogelijkheid steeds beter te kijken en door te dringen in het universum. Zo komt het
heelal letterlijk dichterbij.
- Microscoop: een druppel van glas (als lens) in een metalen
houdertje.
Camera Obscura: zwarte doos waar licht binnenvalt door een
lens/gaatje. Soort diaprojector, overschilderen van bestaand beeld.
Schilderkunstige genres:
- Genrestuk: toont het alledaagse leven
- Trompe l’oeil: is een schildertechniek die bedrieglijk realistisch
aandoet. Het woord trompe-l'oeil is Frans en betekent letterlijk "bedrieg het oog",
ofwel gezichtsbedrog.
2