Kennisbasistoets Taal
Samenvatting voor de Kennisbasistoets Taal.
Gemaakt in Augustus 2024.
Alle belangrijke begrippen, staan hier opgesomd en beschreven.
Overzicht aantal vragen per hoofdstuk.......................................................1
Hoofdstuk 1 Mondelinge taalvaardigheid....................................................1
Hoofdstuk 2 Woordenschat.........................................................................3
Hoofdstuk 3 Beginnende geletterdheid.......................................................5
Hoofdstuk 4 Voortgezet technisch lezen.....................................................8
Hoofdstuk 5 Begrijpend lezen......................................................................9
Hoofdstuk 6 Stellen...................................................................................11
Hoofdstuk 8 Taalbeschouwing...................................................................12
Hoofdstuk 9 Spelling..................................................................................13
Overzicht aantal vragen per hoofdstuk
Hier staat er per onderwerp hoeveel vragen terugkomen in de toets.
Hoofdstuk 1 Mondelinge taalvaardigheid: 13 vragen
Hoofdstuk 2 Woordenschat: 12 vragen
Hoofdstuk 3 Beginnende geletterdheid: 18 vragen
Hoofdstuk 4 Voortgezet technisch lezen: 7 vragen
Hoofdstuk 5 Begrijpend lezen: 12 vragen
Hoofdstuk 6 Stellen: 5 vragen
Hoofdstuk 7 jeugdliteratuur: 2 vragen
Hoofdstuk 8: Taalbeschouwing 20 vragen
Hoofdstuk 9 Spelling: 11 vragen
Hoofdstuk 1 Mondelinge taalvaardigheid
Sociale Taalfuncties
Zelfhandhaving: zichzelf verdedigen of bezit beschermen.
1
, Zelfbesturing: Plannen aankondigen, eigen handelen verwoorden.
Sturing van anderen: gedrag van ander beïnvloeden.
Structurering van het gesprek: beïnvloeden van een
gesprekverloop, willen deelnemen aan een gesprek.
Cognitieve taalfuncties
Rapporteren: benoemen, vergelijken, beschrijven, verslag doen van
wat er in de werkelijkheid voorkomt.
Redeneren: chronologisch ordenen, concluderen, oplossen, oorzaak-
gevolg, beschrijving van een extra denkstap wordt verwoord.
Projecteren: Verplaatsen in de gedachten en gevoelens van een
ander.
Mondeling presenteren
Oriënteren op de inhoud, doel en publiek bepalen, plannen, presenteren
en reflecteren op doel en inhoud.
Taalverwerving
Taalontwikkelingsproces: leren kinderen de regels voor de
taalinhoud, de taalvorm en het taalgebruik.
Taalverwerving: geluidswaarneming, het vermogen tot
klankvorming, het vermogen tot woordbegrip, het vermogen tot
zinsbegrip en het vermogen tot zinsproductie.
Taalontwikkelingsfase
Prelinguele fase:
Huilen (eerste 6 weken)
Vocaliseren ( 6-20 weken)
Vocaal spel (4 tot 6 maanden)
Brabbelfase (vanaf 7 maanden)
Vroeglinguale periode (1-2,5 jaar): eenwoordzin, tweewoordzin,
meerwoordzin
Differentiatiefase (2,5-5 jaar): Kinderen leren nieuwe woorden en
hun woordenschat breidt zich sterk uit.
Voltooiingsfase (5 jaar en ouder): Kinderen beheersen de
woordenschat, laatste puntjes worden nog op de i gezet.
Tweedetaalontwikkeling
Simultane tweetaligheid: Een kind heeft twee eerste talen, als dit
voor het 3e jaar wordt aangeboden.
Successieve tweetaligheid: Een kind heeft hierbij een tweede taal
als dit na het 3e jaar wordt aangeboden.
2
Samenvatting voor de Kennisbasistoets Taal.
Gemaakt in Augustus 2024.
Alle belangrijke begrippen, staan hier opgesomd en beschreven.
Overzicht aantal vragen per hoofdstuk.......................................................1
Hoofdstuk 1 Mondelinge taalvaardigheid....................................................1
Hoofdstuk 2 Woordenschat.........................................................................3
Hoofdstuk 3 Beginnende geletterdheid.......................................................5
Hoofdstuk 4 Voortgezet technisch lezen.....................................................8
Hoofdstuk 5 Begrijpend lezen......................................................................9
Hoofdstuk 6 Stellen...................................................................................11
Hoofdstuk 8 Taalbeschouwing...................................................................12
Hoofdstuk 9 Spelling..................................................................................13
Overzicht aantal vragen per hoofdstuk
Hier staat er per onderwerp hoeveel vragen terugkomen in de toets.
Hoofdstuk 1 Mondelinge taalvaardigheid: 13 vragen
Hoofdstuk 2 Woordenschat: 12 vragen
Hoofdstuk 3 Beginnende geletterdheid: 18 vragen
Hoofdstuk 4 Voortgezet technisch lezen: 7 vragen
Hoofdstuk 5 Begrijpend lezen: 12 vragen
Hoofdstuk 6 Stellen: 5 vragen
Hoofdstuk 7 jeugdliteratuur: 2 vragen
Hoofdstuk 8: Taalbeschouwing 20 vragen
Hoofdstuk 9 Spelling: 11 vragen
Hoofdstuk 1 Mondelinge taalvaardigheid
Sociale Taalfuncties
Zelfhandhaving: zichzelf verdedigen of bezit beschermen.
1
, Zelfbesturing: Plannen aankondigen, eigen handelen verwoorden.
Sturing van anderen: gedrag van ander beïnvloeden.
Structurering van het gesprek: beïnvloeden van een
gesprekverloop, willen deelnemen aan een gesprek.
Cognitieve taalfuncties
Rapporteren: benoemen, vergelijken, beschrijven, verslag doen van
wat er in de werkelijkheid voorkomt.
Redeneren: chronologisch ordenen, concluderen, oplossen, oorzaak-
gevolg, beschrijving van een extra denkstap wordt verwoord.
Projecteren: Verplaatsen in de gedachten en gevoelens van een
ander.
Mondeling presenteren
Oriënteren op de inhoud, doel en publiek bepalen, plannen, presenteren
en reflecteren op doel en inhoud.
Taalverwerving
Taalontwikkelingsproces: leren kinderen de regels voor de
taalinhoud, de taalvorm en het taalgebruik.
Taalverwerving: geluidswaarneming, het vermogen tot
klankvorming, het vermogen tot woordbegrip, het vermogen tot
zinsbegrip en het vermogen tot zinsproductie.
Taalontwikkelingsfase
Prelinguele fase:
Huilen (eerste 6 weken)
Vocaliseren ( 6-20 weken)
Vocaal spel (4 tot 6 maanden)
Brabbelfase (vanaf 7 maanden)
Vroeglinguale periode (1-2,5 jaar): eenwoordzin, tweewoordzin,
meerwoordzin
Differentiatiefase (2,5-5 jaar): Kinderen leren nieuwe woorden en
hun woordenschat breidt zich sterk uit.
Voltooiingsfase (5 jaar en ouder): Kinderen beheersen de
woordenschat, laatste puntjes worden nog op de i gezet.
Tweedetaalontwikkeling
Simultane tweetaligheid: Een kind heeft twee eerste talen, als dit
voor het 3e jaar wordt aangeboden.
Successieve tweetaligheid: Een kind heeft hierbij een tweede taal
als dit na het 3e jaar wordt aangeboden.
2