Hoofdstuk 18 Cliënten met een psychiatrische stoornis
Bevindingen uit een onderzoek naar de relatie tussen stoornissen en gewelddadig gedrag:
- Mensen met een psychiatrische stoornis zijn vaker gewelddadig dan mensen zonder stoornis, maar
de meeste mensen met een stoornis zijn niet gewelddadig.
- De slachtoffers zijn zelden vreemden.
- Middelenmisbruik verhoogt de risico’s enorm.
- Het geweldsrisico is groter bij acute symptomen, op de momenten dat mensen last hebben van hun
stoornis.
De meest voorkomende stoornissen die een relatie hebben met delinquent gedrag:
- Schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen;
- Middelgerelateerde en verslavingsstoornissen;
- Parafile stoornissen;
- Disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen;
- Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen;
- Depressieve-stemmingsstoornissen.
Psychiatrische stoornis: een ziekte op het gebied van denken, emoties en/of gedrag en moet vaak
medicamenteus behandeld worden.
Eerste doel in de begeleiding is een verwijzing naar een gedragsdeskundige in een (forensische) ggz-
instelling. Belangrijk om met de behandelaar af te stemmen (psychologen en psychiaters).
Algemene aandachtspunten voor de begeleiding van mensen met een psychiatrische stoornis:
- Een rustige, zakelijke maar tegelijkertijd ook empathische benadering. Dit helpt cliënten greep te
houden op hun gevoelens;
- Niet meegaan in snelle emotiewisselingen;
- Niet persoonlijk aangevallen voelen;
- Grenzen stellen;
- Letten op afstand versus nabijheid;
- Je realiseren dat cliënten veelal verbaal minder vaardig zijn.
Schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen
Schizofrenie wordt gekenmerkt door positieve symptomen als hallucinaties, wanen,
onsamenhangende spraak, chaotisch of juist katatoon (onbeweeglijk) gedrag. De negatieve
symptomen zijn een vlak gevoelsleven, gedachten- of spraakarmoede en algemene apathie. De
negatieve symptomen zijn vaak overheersen na de (meestal veel kortere) psychotische episoden
waarin de positieve symptomen op de voorgrond staan.
Schizofrenie heeft een relatie met geweld. Er zijn zogenoemde ‘threath-control-override’-symptomen
waarbij iemand zich bedreigd voelt. Deze hebben een sterkere relatie met geweld dan andere typen
symptomen (zoals stemmen).
Naast schizofrenie zijn er nog andere psychotische stoornissen die gepaard gaan met hallucinaties en
wanen. Belangrijke comorbide stoornissen, die in combinatie met psychotische stoornissen het risico
van geweld verhogen, zijn verslavingsstoornissen en de antisociale persoonlijkheidsstoornissen. De
volgorde waarin de problemen zich voordoen lijkt ook van invloed op het risico; mensen bij wie de
problemen begonnen met een psychose lijken minder recidivegevaarlijk dan mensen bij wie
antisociaal gedrag en middelenmisbruik al aan de eerste psychose voorafgingen.
Aandachtspunten voor de begeleiding van mensen met een psychotische stoornis:
- Cliënten niet overtuigen van het irreële karakter van hun wanen en hallucinaties;
- Ook niet meegaan in de waan/hallucinatie;
- Niet ingaan op de psychotische beleving (verhoogt stress en verwarring neemt toe);
- Stel vragen;
- Psycho-educatie wanneer iemand niet in een psychose zit;