Vaststellingsovereenkomsten
§1. Constitutieve bestanddelen
1. Algemene omschrijving
- Vaststellingsovereenkomst
- Gemeenrechtelijke/benoemde vaststellingsovereenkomst
De dading is een benoemde vaststellingsovereenkomst (2044-2058) die een gerezen geschil
beëindigt of een toekomstig geschil voorkomt met wederzijdse toegevingen, in de mate dat
uiteindelijk iedere partij iets minder claimt dan oorspronkelijk. Voor voorbeelden, zie cursus p. 486.
- Geschil
Een dading veronderstelt noodzakelijk een geschil. Wat houdt dit begrip in?
o Meer dan louter een onzekerheid;
o Het hoeft niet per se een rechtsgeding of proces te zijn: een aanhangige of toekomstige
vordering is niet vereist;
o Geschil kan betrekking hebben op zowel een juridische als een feitenkwestie.
- Wederzijdse toegevingen
Wat houdt het begrip 'wederzijdse toegevingen' in? Elke partij doet afstand van een
aanspraak/vordering/recht/louter denkbeeldig recht. De toegevingen moeten niet evenwaardig zijn
en impliceren zeker niet dat de gegrondheid van de aanspraken of beweringen van de tegenpartij
daarmee wordt erkend.
Het wordt aangeraden om de wederzijdse toegevingen duidelijk in de overeenkomst te vermelden,
hoewel dit geen geldigheidsvereiste is. De afwezigheid van deze vermelding resulteert niet in de
nietigheid van de dading, maar wel in een herkwalificatie van het contract als een gemeenrechtelijke
vaststellingsovereenkomst (zie vb. slide 8)
- Andere kenmerken
De wil om het geschil te beslechten, en nog enkele kenmerken van de dading als overeenkomst:
Consensueel, wederkerig, onder bezwarende titel.
2. Afgrenzing van dading t.o.v. aanverwante rechtsfiguren
ǂ Kwijting voor saldo en rekening
Een kwijting is een bewijsmiddel van de uitvoering van een overeenkomst. Weliswaar kan degene die
de kwijting heeft opgemaakt nog altijd het tegenbewijs leveren dat de kwijting niet is gebeurd.
Kwijting is hier dus enkel een vorm van bewijs, geen vaststellingsovereenkomst.
ǂ Minnelijke schikking
= ook een vaststellingsovereenkomst. Op basis van 731 Ger.W. kan elke zaak die voor dading vatbaar
is, vooraf op verzoek van één partij of met beider instemming ter minnelijke schikking worden
voorgelegd aan de rechter die bevoegd is om er in eerste aanleg kennis van te nemen. Naast deze
1
, facultatieve pogingen, bevat het Ger.W. ook een aantal verplichte pogingen. Het proces-verbaal van
minnelijke schikking houdt niet noodzakelijk een dading in.
ǂ Bindend advies of bindende derdenbeslissing
Een overeenkomst, waarbij de partijen de beoordeling van een feitelijk element aan een derde
overlaten en zich onherroepelijk neerleggen bij zijn appreciatie, is evenmin een dading. De partijen
beëindigen met deze overeenkomst als zodanig geen geschil tussen hen, maar enkel een
onzekerheid. De rechter behoudt een marginaal toetsingsrecht t.a.v. de inhoud.
ǂ Arbitrage
De overeenkomst waarbij partijen het tussen hen bestaande juridisch geschil (<-> dading: feitelijk of
juridisch geschil) onttrekken aan de gewone rechtsmacht en onderwerpen aan het oordeel van
derden, zoals een arbiter, is geen dading. Bij de dading zijn het de partijen zélf die hun betwisting
beslechten. Arbitrage anderzijds vergt geen wederzijdse toegevingen.
ǂ Bemiddeling
Zie cursus en update p. 488-489.
§2. Geldigheidsvereisten
De gemeenrechtelijke vereisten zijn onverkort van toepassing. Toch zijn er een aantal bijzonder-
heden te noteren:
1. Bekwaamheid
Dading is een daad van beschikking: Men doet toegevingen over rechten en aanspraken, vandaar
2045.
2. Voorwerp
Het voorwerp van de dading is de inhoud van het contract, met name de verbintenissen die de
partijen uit de dading laten voortkomen. Dit voorwerp moet bestaan, bepaald of bepaalbaar,
mogelijk, wettelijk en in de handel zijn.
Met betrekking tot rechten die van openbare orde zijn, kan men dus nooit een dading sluiten.
Met betrekking tot rechten die van dwingend recht zijn, kan men wel een dading sluiten, op
voorwaarde althans dat de oorzaak van de nietigheid op het moment van het aangaan van de dading
verdwenen is.
Er kan geen dading worden gesloten over strafvordering (alg. belang), wel over de burgerlijke
gevolgen van een misdrijf (2046).
Na de gunning van een overheidsopdracht mag er door een dading geen wezenlijke wijziging aan de
opdracht worden aangebracht zonder dat een nieuwe procedure voor het plaatsen van een opdracht
wordt uitgeschreven.
De dading over toekomstige zaken die ontstaan na het afsluiten van een dading, is in principe
toegelaten, omdat de dading krachtens 2044 ook een toekomstig geschil kan voorkomen.
2
§1. Constitutieve bestanddelen
1. Algemene omschrijving
- Vaststellingsovereenkomst
- Gemeenrechtelijke/benoemde vaststellingsovereenkomst
De dading is een benoemde vaststellingsovereenkomst (2044-2058) die een gerezen geschil
beëindigt of een toekomstig geschil voorkomt met wederzijdse toegevingen, in de mate dat
uiteindelijk iedere partij iets minder claimt dan oorspronkelijk. Voor voorbeelden, zie cursus p. 486.
- Geschil
Een dading veronderstelt noodzakelijk een geschil. Wat houdt dit begrip in?
o Meer dan louter een onzekerheid;
o Het hoeft niet per se een rechtsgeding of proces te zijn: een aanhangige of toekomstige
vordering is niet vereist;
o Geschil kan betrekking hebben op zowel een juridische als een feitenkwestie.
- Wederzijdse toegevingen
Wat houdt het begrip 'wederzijdse toegevingen' in? Elke partij doet afstand van een
aanspraak/vordering/recht/louter denkbeeldig recht. De toegevingen moeten niet evenwaardig zijn
en impliceren zeker niet dat de gegrondheid van de aanspraken of beweringen van de tegenpartij
daarmee wordt erkend.
Het wordt aangeraden om de wederzijdse toegevingen duidelijk in de overeenkomst te vermelden,
hoewel dit geen geldigheidsvereiste is. De afwezigheid van deze vermelding resulteert niet in de
nietigheid van de dading, maar wel in een herkwalificatie van het contract als een gemeenrechtelijke
vaststellingsovereenkomst (zie vb. slide 8)
- Andere kenmerken
De wil om het geschil te beslechten, en nog enkele kenmerken van de dading als overeenkomst:
Consensueel, wederkerig, onder bezwarende titel.
2. Afgrenzing van dading t.o.v. aanverwante rechtsfiguren
ǂ Kwijting voor saldo en rekening
Een kwijting is een bewijsmiddel van de uitvoering van een overeenkomst. Weliswaar kan degene die
de kwijting heeft opgemaakt nog altijd het tegenbewijs leveren dat de kwijting niet is gebeurd.
Kwijting is hier dus enkel een vorm van bewijs, geen vaststellingsovereenkomst.
ǂ Minnelijke schikking
= ook een vaststellingsovereenkomst. Op basis van 731 Ger.W. kan elke zaak die voor dading vatbaar
is, vooraf op verzoek van één partij of met beider instemming ter minnelijke schikking worden
voorgelegd aan de rechter die bevoegd is om er in eerste aanleg kennis van te nemen. Naast deze
1
, facultatieve pogingen, bevat het Ger.W. ook een aantal verplichte pogingen. Het proces-verbaal van
minnelijke schikking houdt niet noodzakelijk een dading in.
ǂ Bindend advies of bindende derdenbeslissing
Een overeenkomst, waarbij de partijen de beoordeling van een feitelijk element aan een derde
overlaten en zich onherroepelijk neerleggen bij zijn appreciatie, is evenmin een dading. De partijen
beëindigen met deze overeenkomst als zodanig geen geschil tussen hen, maar enkel een
onzekerheid. De rechter behoudt een marginaal toetsingsrecht t.a.v. de inhoud.
ǂ Arbitrage
De overeenkomst waarbij partijen het tussen hen bestaande juridisch geschil (<-> dading: feitelijk of
juridisch geschil) onttrekken aan de gewone rechtsmacht en onderwerpen aan het oordeel van
derden, zoals een arbiter, is geen dading. Bij de dading zijn het de partijen zélf die hun betwisting
beslechten. Arbitrage anderzijds vergt geen wederzijdse toegevingen.
ǂ Bemiddeling
Zie cursus en update p. 488-489.
§2. Geldigheidsvereisten
De gemeenrechtelijke vereisten zijn onverkort van toepassing. Toch zijn er een aantal bijzonder-
heden te noteren:
1. Bekwaamheid
Dading is een daad van beschikking: Men doet toegevingen over rechten en aanspraken, vandaar
2045.
2. Voorwerp
Het voorwerp van de dading is de inhoud van het contract, met name de verbintenissen die de
partijen uit de dading laten voortkomen. Dit voorwerp moet bestaan, bepaald of bepaalbaar,
mogelijk, wettelijk en in de handel zijn.
Met betrekking tot rechten die van openbare orde zijn, kan men dus nooit een dading sluiten.
Met betrekking tot rechten die van dwingend recht zijn, kan men wel een dading sluiten, op
voorwaarde althans dat de oorzaak van de nietigheid op het moment van het aangaan van de dading
verdwenen is.
Er kan geen dading worden gesloten over strafvordering (alg. belang), wel over de burgerlijke
gevolgen van een misdrijf (2046).
Na de gunning van een overheidsopdracht mag er door een dading geen wezenlijke wijziging aan de
opdracht worden aangebracht zonder dat een nieuwe procedure voor het plaatsen van een opdracht
wordt uitgeschreven.
De dading over toekomstige zaken die ontstaan na het afsluiten van een dading, is in principe
toegelaten, omdat de dading krachtens 2044 ook een toekomstig geschil kan voorkomen.
2