Wetgeving en normen
,Inhoudsopgave
1. Hoofdstuk 1: Deontologie - Overzicht ............................................................................................. 1
1.1. Opdrachten: een overzicht..................................................................................................... 1
1.2. Situering van de beroepsdeontologie .................................................................................... 2
1.3. Reglementaire en praktische aspecten .................................................................................. 3
1.4. Beroepsgeheim ...................................................................................................................... 5
1.5. Onafhankelijkheid .................................................................................................................. 5
1.6. Verenigbare activiteiten ......................................................................................................... 6
1.7. Relaties met cliënten.............................................................................................................. 6
1.8. Kantoororganisatie ................................................................................................................. 9
2. Hoofdstuk 2: Het commissarisverslag ........................................................................................... 10
2.1. Normatief kader ................................................................................................................... 10
2.2. Structuur commissarisverslag .............................................................................................. 10
2.3. Benadrukking bepaalde of overige aangelegenheid, kernpunten controle ......................... 11
2.4. Eerste controleopdracht....................................................................................................... 12
2.5. Continuïteit .......................................................................................................................... 13
3. Hoofdstuk 3: Onafhankelijkheid Deel 1 ......................................................................................... 15
3.1. Wettelijke en reglementair kader ........................................................................................ 15
3.2. De hervorming in België....................................................................................................... 15
3.3. Algemene bepalingen .......................................................................................................... 15
3.4. Leningen ............................................................................................................................... 16
3.5. Financiële belangen ............................................................................................................. 16
3.6. Onverenigbaarheden ........................................................................................................... 17
3.7. Onderbreking ....................................................................................................................... 17
3.8. Onafhankelijkheid van de commissaris ................................................................................ 18
3.9. Externe & interne rotatie ..................................................................................................... 21
4. Hoofdstuk 4: GDPR ........................................................................................................................ 22
5. Hoofdstuk 5: Fraude ...................................................................................................................... 23
6. Hoofdstuk 6: Beroepsgeheim ........................................................................................................ 24
6.1. Inleiding................................................................................................................................ 24
6.2. Wetteksten ........................................................................................................................... 26
6.3. Gedeeld geheim ................................................................................................................... 26
6.4. Rechtspraak .......................................................................................................................... 27
6.5. Cases .................................................................................................................................... 27
6.6. Whistleblowing – Klokkenluiders ......................................................................................... 28
, 6.7. Klokkenluiders en beroepsgeheim ....................................................................................... 29
7. Hoofdstuk 7: AML wetgeving- implicaties voor de revisor ............................................................ 30
7.1. Identificatie- en verificatieverplichting ................................................................................ 30
7.2. Individuele risicoanalyse ...................................................................................................... 32
7.3. Voorbeelden uit de praktijk ................................................................................................. 33
7.4. Voorbeelden atypische transacties ...................................................................................... 34
7.5. Rapportering aan de CFI....................................................................................................... 34
8. Hoofdstuk 8: Onafhankelijkheid deel 2 ......................................................................................... 36
8.1. IESBA – Algemeen ................................................................................................................ 36
8.2. Fundamentele principes ...................................................................................................... 36
8.3. Conceptuele framework....................................................................................................... 36
8.4. Onafhankelijkheid voor controle- en beoordelingsopdrachten ........................................... 37
, 1. Hoofdstuk 1: Deontologie - Overzicht
1.1. Opdrachten: een overzicht
• Verschil tussen redelijke mate van zekerheid en beperkte mate van zekerheid
Welke mate van zekerheid vereist is, hangt af van de wetgeving en waarvoor het verslag van de
revisor moet dienen.
o Redelijke mate van zekerheid (=controle opdracht) wordt gedefinieerd als volgt: “De
conclusie van assuranceopdrachten met een redelijke mate van zekerheid wordt
gewoonlijk positief geformuleerd en geeft ook een oordeel over de meting van het
onderzoeksobject aan vooraf vastgestelde criteria”. Dit wil zeggen dat de aard, timing en
omvang van de assuranceopdracht hier uitgebreider is dan bij beperkte zekerheid. (omvat
bv. ook controle van de interne controlesystemen)
→Hoge maar niet absolute mate van zekerheid dat de gecontroleerde informatie juist
is. (vaktechnisch aanvaardbaar laag niveau teruggebracht)
→“De financiële overzichten geven een getrouw beeld…” of “De informatie is op
getrouwe wijze voorgesteld”
o Beperkte mate van zekerheid (=beoordelingsopdracht) wordt gedefinieerd als volgt: “de
conclusie van een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid wordt
gewoonlijk in een negatieve vorm geformuleerd door te verklaren dat de
beroepsbeoefenaar geen kwesties heeft vastgesteld op grond waarvan zou kunnen worden
geconcludeerd dat het onderzoeksobject een materiële onjuistheid bevat”. Hier is de
omvang van de controle kleiner en volstaat een beoordeling van de revisor.
→Zinvol niveau van zekerheid als ondergrens maar net onder redelijke zekerheid als
bovengrens. Er zijn geen fouten ontdekt in de gecontroleerde informatie. (vaktechnisch
aanvaardbaar niveau teruggebracht)
→“Er is niets onder onze aandacht gekomen dat ons ertoe aanzet van mening te zijn
dat…”
• Exclusieve wettelijk aan de bedrijfsrevisoren voorbehouden assurance-opdracht
= exclusief voorbehouden voor de bedrijfsrevisor, vaak in de vorm van het commissarismandaat
wegens de hoge mate van complexiteit, specifieke kwalificatie
o Wettelijke controle jaarrekening
o Inbreng natura
o ESEF (controleren van de elektronische rapportering)
o Netto-actief en liquiditeitstest
o Beoordeling tussentijdse financiële informatie
• Gedeelde wettelijk voorbehouden assurance-opdracht
= door de wet uitsluitend voor bedrijfsrevisoren maar ook voor externe accountants. Afhankelijk
van welke opdracht
o Fusies, splitsingen vennootschappen
o Ontbinding en vereffening vennootschappen
o Uitgifte nieuwe aandelen
1