100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting Anatomie en fysiologie, Martini. Globale samenvatting van hoofdstuk 11

Puntuación
-
Vendido
1
Páginas
7
Subido en
13-10-2019
Escrito en
2019/2020

Globale samenvatting van hoofdstuk 11 uit Anatomie en fysiologie een inleiding (6e editie): Hoofdstuk 11 Het cardiovasculaire stelsel: bloed. Bladzijde 448 tot en met 474. Met de gebruikte terminologie.

Institución
Grado










Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Libro relacionado

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

¿Un libro?
No
¿Qué capítulos están resumidos?
Hoofdstuk 11
Subido en
13 de octubre de 2019
Archivo actualizado en
25 de octubre de 2019
Número de páginas
7
Escrito en
2019/2020
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

Saskia Ensel 2019-2020


SAMENVATTING HOOFDSTUK 11 ANATOMIE EN FYSIOLOGIE (MARTINI) HET CARDIOVASCULAIR STELSEL:
BLOED
Bladzijden 448 tot en met 474

Functies van het bloed:

• Transport → O2 en CO2, voedingsstoffen (aminozuren, vetzuren, glucose, sporenelementen zoals zink
en koper). Elektrolyten (natrium en kalium). Hormonen, eiwitten (albumine, globuline), enzymen en
afvalstoffen (o.a. ureum, bilrubine en lactaat (=melkzuur)).
• Regulatie → Hemostase (=bloedstolling) en de lichaamstemperatuur op 37 graden houden. Zorgt voor
de pH balans (normaal is 7,35-7,45, dit is licht basisch). Stabiliseert de ionensamenstelling van de
interstitiële vloeistof in het gehele lichaam.
• Bescherming → Tegen infecties en beperking van vloeistofverlies bij verwonding.

BLOEDSAMENSTELLING
Een man heeft 5 tot 6 L bloed. En een vrouw 4 tot 5 L. Een pasgeboren baby 300 cc.

Vol bloed (=bloed bestaand uit plasma, bloedcellen en celfragmenten) wordt meestal afgenomen vanuit een
oppervlakkig gelegen ader, zoals v. mediana cubiti op de voorkant van de elleboog. Deze procedure wordt
veneuze punctie genoemd.
Waarom wordt hiervoor een ader gebruikt? Vanwege: De oppervlakkige gelegen aderen zijn makkelijk te
lokaliseren; de wanden van venen zijn dunner; de bloeddruk is laag zodat de wond snel geneest.
Een arteriële punctie kan nodig zijn om te beoordelen hoe efficiënt de gaswisseling bij de longen verloopt.
Monsters worden meestal verkregen uit de a. radialis bij de pols of uit de a. brachialis bij de elleboog.




Plasma → 55% van het totale bloedvolume is plasma. Plasma bestaat uit:
-90% water
-Elektrolyten (waaronder Na+, K+, CL-, HCO3-) en sporenelementen
-Gassen
-Organische voedingsstoffen (glucose, aminozuren, vetzuren en vitaminen)
-Organische afvalproducten (ureum en bilirubine)
-Plasma eiwitten (albuminen: belangrijk voor het handhaven van de osmotische druk van het plasma,
globulinen/immunoglobinen: antistoffen en transporteiwitten en fibrinogeen).

Transporteiwitten = eiwitten die zich binden aan kleine ionen, hormonen of aan verbindingen die anders bij de
nieren zouden worden uitgescheiden of slecht in water oplosbaar zijn. Op deze wijze vervoert het
bloedvatenstelsel onoplosbare vetten naar perifere weefsels. Globulinen die zijn betrokken bij het transport
van vetten, worden lipoproteïnen genoemd.

,Saskia Ensel 2019-2020


45% van het totale bloedvolume bestaat uit vaste bloedbestanddelen:
Deze cellen ontstaan uit hemocytoblasen. Erytropoëse (=bloedaanmaak) vindt plaats in het myeloïde weefsel
(=rode beenmerg), waarvoor vitaminen noodzakelijk zijn (Vitamine B6, B11 en B12). Bij sterke prikkeling,
bijvoorbeeld bij hevig en langdurig bloedverlies, kunnen delen van het gele beenmerg in rood beenmerg
overgaan, waardoor meer erytrocyten per tijdseenheid worden gevormd.

Erytrocyten → 99% van de bloedcellen zijn erytrocyten. De levensduur is 120 dagen. Bij hemolyse
(=bloedafbraak) worden de meeste grondstoffen hergebruikt voor nieuwe erytrocyten.
Erytrocyten hebben geen mitochondriën (waardoor ze alleen aan anaerobe dissimilatie kunnen doen, zo wordt
er geen zuurstof verbruikt door de mitochondriën), ribosomen of celkern. Er is geen celdeling, ze vormen zelf
geen eiwitten en hebben alleen anaerobe verbranding.

Erytrocyten zijn gespecialiseerd in het vervoeren van zuurstof en koolstofdioxide in het bloed. Erytrocyten
hebben een ongewone vorm, deze heeft twee belangrijke effecten: elke erytrocyt heeft een grote oppervlakte
ten opzichte van de inhoud, waardoor diffusiesnelheid tussen het cytoplasma en het omringende bloedplasma
wordt verhoogd. En erytrocyten zijn flexibel, zodat ze door de nauwe capillairen kunnen worden geperst.

Hematocriet = het volumepercentage erytrocyten t.o.v. andere bloedcellen in vol bloed. Bij man spreiding 40-
54, bij vrouwen 37-47. Bij zwangeren > 32. Hoe hoger deze is hoe meer zuurstoftransport mogelijk is.

Erytrocyten bevatten hemoglobine (Hb).
Hemoglobine = gespecialiseerde eiwitten die het transport van CO2 en O2 verzorgt in het bloed. Het bestaat 4
haemgroepen, 2 ketens. Elke keten bestaat uit 140 aminozuren. Voor Hb vorming zijn verschillende
grondstoffen nodig (Fe2+ en vitamine B12).
De normaalwaarden:

Wie Waarde Hb


Volwassen 8,5-11,0 mmol/l


Volwassen 7,5-10,0 mmo/l


Zwangere 6,8- 8,7 mmol/l



Het globuline deel van de hemoglobine bevat twee alfaketens
en twee bètaketens. De haemgroep bindt Fe2+-ionen kunnen O2, CO en CO2 binden en loslaten. In Nederland
geven we hemoglobine met mmol/L aan, in Angelsaksiche landen g/dl. Omrekeningen is g/dl delen door 1,6.




Anemie= Een te lage Hb concentratie of erytrocyten concentratie. Dit kan door lage Hb, MCV of ferritine. Een
Hb van <7,5 mmol/L is anemie. Oorzaken kunnen ook zijn: ijzertekort, B12-tekort, genetisch defect,

, Saskia Ensel 2019-2020


bloedverlies of extreme hydratatie.

MCV = het gemiddeld volume van een rode bloedcel.
De normaalwaarden:

Wie Waarde


Volwassen 82-98 fl


Volwassen 82-98 fl


Zwangere 82-98 fl


Een hoog MCV kan een vitamine B12 tekort betekenen. Een laag MCV een ijzertekort.

Ferritine = Een eiwit dat zorgt voor de binding van ijzer bij de opslag in de lever en het beenmerg. De
normaalwaarde is >100 mg ng/mL.
Relatieve anemie = Door zwangerschap hemodilutie (=verdunning van het bloed), er wordt een L extra bloed
aangemaakt. Dit is vooral plasma.
Hemochromatose = teveel ijzer (opstapeling vindt vooral plaats in de lever = sikkelcelziekte, thalassemie).

70% van het ijzer is geboden aan Hb, de rest is gebonden aan ferritine in het bloed en opgeslagen in weefsels.

Bij hemolyse worden hemoglobine en andere onderdelen van erytrocyten opnieuw gebruikt. Zodra een
erytrocyt is gefagocyteerd en door een macrofaag is afgebroken, heeft elk onderdeel van het
hemoglobinemolecuul een andere bestemming:
1. De vier globulaire eiwitten van elk hemoglobine molecuul worden afgebroken tot de aminozuren waaruit ze
waren opgebouwd. Deze kunnen worden omgezet in energie of worden hergebruikt.
2. Elk haemmolecuul wordt van ijzer ontdaan en omgezet in biliverdine (groenachtig). Daarna wordt deze
omgezet in bilirubine (geelachtige). Levercellen nemen het bilirubine op en geven het meestal met de gal af
aan de dunne darm. Bilirubine dat in de dikke darm terechtkomt, wordt omgezet in verwante
pigmentmoleculen, die urobilinen en stercobilinen worden genoemd.
3. IJzer dat uit heammoleculen is losgekoppeld, kan in de macrofaag worden opgeslagen of aan het bloed
worden afgegeven, waar het zich aan transferrine bindt (=transporteiwit). Erytrocyten die in het beenmerg
worden gevormd, nemen aminozuren en transferrinen uit het bloed op en gebruiken deze bij de synthese van
nieuwe hemoglobinemoleculen.

Icterus neonatorum = gele zuigeling.

Leukocyten → Functie is afweer. Ze hebben een celkern en andere organellen. Ze worden onderverdeeld in
niet-specifieke afweer (de granulocyten) en specifieke afweer (de agranulocyten).

Granulocyten zijn neutrofielen, eosinofielen en basofielen. Ze komen voor in die volgorde (neutrofielen zijn het
meeste aanwezig in het bloed)
-Neutrofielen zijn zeer beweeglijke fagocyten.
-Eosinofielen zijn fagocyten die worden aangetrokken tot lichaamsvreemde
stoffen die met antistoffen in het bloed hebben gereageerd.
-Basofielen migreren naar beschadigde weefsels en geven histamine af.

Agranulocyten zijn monocyten en lymfocyten.
-Monocyten zijn perifere weefsels migreren, worden vrije macrofagen.
-Lymfocyten bevinden zich in de weefsels en organen van het lymfestelsel,
waar ze een rol spelen bij de specifieke afweerreacties van het lichaam.
$5.49
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
saen Universiteit Utrecht
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
471
Miembro desde
6 año
Número de seguidores
313
Documentos
55
Última venta
3 meses hace

4.2

43 reseñas

5
16
4
20
3
7
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes