HOOFDSTUK 1: DIABETES MELLITUS
1.1 DEFINITIE EN CLASSIFICATIE
Diabetes mellitus of suikerziekte
=
Een chronsiche stoornis in het metabolisme van koolhydraten, vetten en eiwitten, gekenmerkt door een
absoluut (type 1 diabetes) of relatief (type 2 diabetes) insulinegebrek (al dan niet gecombineerd met
insulineresistentie) en een gestegen bloedglucosespiegel
Complicaties:
à Microvasculaire complicaties:
- Retinopathie
- Nefropathie
- Erectiestoornissen
- Neuropathische pijnen
à Macrovasculaire complicaties:
- Verhoogd CV-risico
Prevalentie:
= Zéér frequent ( wereldwijd 537.000 volwassenen tussen 20-79j), met wereldwijde sterke toename in
prevalentie
à In België 6,6% van de volwassenen
1
,Type 1 diabetes mellitus:
- Bèta-cel destructie à absolute insulinedeficiëntie = absolute nood aan exogeen insuline
- Immuun-gemdiëerd
Type 2 diabetes mellitus:
= frequentste vorm bij volwassenen
- Relatieve insulinedeficiëntie
- Insulineresistentie
- Variabele insulinesecretie
Zwangerschapsdiabetes:
- Prevalentie: 9,5% in Vlaanderen
- Verdwijnt (tijdelijk) na de bevalling, maar wel een verhoogd risico op het later ontwikkelen van type 2
diabetes mellitus (30-50%)
Andere specifieke vormen:
- Medicamenteus:
o Glucocorticoïden
o Calcineurine-inhibitoren, cyclosporine à immunosuppressiva
- Monogenetische vormen: MODY (= Maturity Diabetes Of the Young)
o Autosomaal dominante aandoeningen met betrekking tot één enkel gen
o MODY 3 à HNF1alfa (meest frequent in België)
o MODY 5 à HNF1bèta
o MODY 2 à glucokinase gen (= glucose sensing treshold ligt hoger dan normaal, met een
typische nuchtere glucose: 110-115 mg/dl)
- Neonatale diabetes (< 6 maanden):
o Mutaties in eiwitten betrokken bij de vorming van sulfonylurea receptoren
o Mutaties in genen die syndromen veroorzaken (bv. WFS1 gen bij Wolfram syndroom)
- Endocrinopathieën (bv. acromegalie, cushing)
- Chronisch exocrien pancreaslijden:
o Recidiverende/ chronische pancreatitis
o Mucoviscidose
1.2 PATHOFYSIOLOGIE VAN DIABETES MELLITUS
ENERGIEHUISHOUDING
Endocriene pancreas:
± 1 miljoen eilandjes van Langerhans:
- Insuline à gemaakt in de bèta-cellen = 70-75% van de cellen
- Glucagon à gemaakt in de alfa-cellen = 20% van de cellen
- Somatostatine à gemaakt in de delta-cellen
- Pancreaspolypeptide à gemaakt in de F-cellen
à Insuline wordt opgeslagen in granules in de bèta-cellen
2
,Insuline:
à Insuline wordt gesecreteerd uit de bèta-cel onder de vorm van pro-insuline:
Pro-insuline = C-peptide + Insuline
Insuline en C-peptide komen na afgifte van de secreetgranula terecht in het portale bloed. Een eigenschap
van C-peptide is dat het ongehinderd de lever passeert en dus een goed indicator is voor de hoeveelheid
insuline dat nog wordt aangemaakt door de bèta-cellen bij patiënten die behandeld worden met exogeen
insuline (want exogeen insuline bevat geen C-peptide).
FYSIOLOGIE VAN DE INSULINE VRIJSTELLING
3
, 1. Bij een glucose-stijging in het bloed is komt dit glucose terecht in de cel
2. Hierop zal een glucokinase een fosfaatgroep op het glucose plaatsen (= glucose-6-fosfaat)
3. Dit wordt omgezet tot pyruvaat
4. Pyruvaat komt in de citroenzuurcyclus terecht waar ATP zal geproduceerd worden
5. Door deze ATP zullen de kaliumkanalen sluiten, waardoor de cel depolariseert
6. Er zal meer calcium in de cel komen
7. Dit is een stimulus om de insuline te secreteren uit de granulen
à Glucokinase is de eigenlijke insulinesensor: 90 mg/dl glucose = de grens om insuline te secreteren
- De eerste (snelle) insulinerespons is mogelijk door een klein reservoir insuline dat opgeslagen is in de
bèta-cellen van de pancreas. Hierdoor zal onze glycemie snel gaan dalen.
- Daarna zal (volgens noodzaak) nog meer insuline vrijgesteld worden volgens het hierboven besproken
principe.
Deze piek neemt af bij mensen met diabetes waardoor deze patiënten direct na de maaltijd een snelle glucose-
stijging zullen hebben in het bloed. Deze postprandiale glucose-stijging is één van de eerste symptomen van
een beginnende diabetes, maar initiëel kan dan ± 4u na de maaltijd (= in nuchtere toestand) de glucose-spiegel
weer normaliseren.
Naarmate de diabetes progressief verergert zal ook de late respons verminderen, waardoor ook de nuchtere
glycemie zal gestegen zijn.
EFFECT VAN INSULINE
- Opname van glucose in de spieren
- Aanleggen van een glycogeen-voorraad in de lever
- Minder vrijstelling van vrije vetzuren
4