Begrippen hoofdstuk 5
Actief herhalen door verbanden te leggen Proces van het werkgeheugen waar
(elaboratie) informatie actief wordt verwerkt door dit te
verbinden met informatie die al in het
langetermijngeheugen op is geslagen.
Anterograde amnesie Onvermogen om herinneringen te vormen
van nieuwe informatie.
Bias van zelfconsistentie Veelvoorkomend idee dat we consistenter
zijn in attitudes, meningen en overtuigingen
dan we daadwerkelijk zijn.
Blokkade Toegang tot een item in het geheugen is
verstoord waardoor deze niet teruggehaald
kan worden.
Chunking Proces waarbij stukje informatie
georganiseerd worden tot kleinere
betekenisvolle eenheden (chunks).
Coderen Eerste elementaire functie van het
geheugen. Zorgt voor het omzetten van
informatie die in het geheugensysteem
past.
Consolidatie Proces waarin kort-termijn-herinneringen
veranderen in lange-termijn-herinneringen.
Declaratief geheugen Deel van het LTG waar expliciete informatie
op wordt geslagen. Wordt ook wel het
feitengeheugen genoemd. Dit deel heeft
twee onderdelen: episodisch geheugen en
semantisch geheugen.
Engram Fysieke veranderingen in de hersenen die in
verband gebracht worden met een
herinnering.
Episodisch geheugen Onderdeel van het declaratief geheugen
waar persoonlijke gebeurtenissen
(episodes) op liggen geslagen.
Expliciete herinnering Herinnering die met aandacht verwerkt is
en bewust terug kan worden gehaald.
Foutieve attributie Geheugenfout die voorkomt als de
herinnering wel teruggehaald kan worden,
maar aan een verkeerde tijd, plaats of
persoon gekoppeld wordt.
Geheel-lerenmethode Mnemoniek waar het eerst als geheel
wordt bekeken, om een globale indruk te
creëren. Later komen de details.
Gespreid leren Mnemoniek waarbij het leren over
verschillende periodes verdeeld wordt.
Herinneringscue Stimulus die gebruikt wordt om een
Actief herhalen door verbanden te leggen Proces van het werkgeheugen waar
(elaboratie) informatie actief wordt verwerkt door dit te
verbinden met informatie die al in het
langetermijngeheugen op is geslagen.
Anterograde amnesie Onvermogen om herinneringen te vormen
van nieuwe informatie.
Bias van zelfconsistentie Veelvoorkomend idee dat we consistenter
zijn in attitudes, meningen en overtuigingen
dan we daadwerkelijk zijn.
Blokkade Toegang tot een item in het geheugen is
verstoord waardoor deze niet teruggehaald
kan worden.
Chunking Proces waarbij stukje informatie
georganiseerd worden tot kleinere
betekenisvolle eenheden (chunks).
Coderen Eerste elementaire functie van het
geheugen. Zorgt voor het omzetten van
informatie die in het geheugensysteem
past.
Consolidatie Proces waarin kort-termijn-herinneringen
veranderen in lange-termijn-herinneringen.
Declaratief geheugen Deel van het LTG waar expliciete informatie
op wordt geslagen. Wordt ook wel het
feitengeheugen genoemd. Dit deel heeft
twee onderdelen: episodisch geheugen en
semantisch geheugen.
Engram Fysieke veranderingen in de hersenen die in
verband gebracht worden met een
herinnering.
Episodisch geheugen Onderdeel van het declaratief geheugen
waar persoonlijke gebeurtenissen
(episodes) op liggen geslagen.
Expliciete herinnering Herinnering die met aandacht verwerkt is
en bewust terug kan worden gehaald.
Foutieve attributie Geheugenfout die voorkomt als de
herinnering wel teruggehaald kan worden,
maar aan een verkeerde tijd, plaats of
persoon gekoppeld wordt.
Geheel-lerenmethode Mnemoniek waar het eerst als geheel
wordt bekeken, om een globale indruk te
creëren. Later komen de details.
Gespreid leren Mnemoniek waarbij het leren over
verschillende periodes verdeeld wordt.
Herinneringscue Stimulus die gebruikt wordt om een