H14 scheikunde samenvatting
14.1 Chemie in je lichaam
14.2 Koolhydraten
- koolstofverbindingen met 5 of meer C-atomen en minstens 3 OH-groepen.
- CnH2mOm
- sachariden/suikers= andere naam voor koolhydraten
- Fotosynthese → gevormd uit koolstofdioxide en water → hierbij ontstaat ook
zuurstof → verloopt onder invloed van licht
- Koolhydraten in voedsel dienen als energiebron.
- Glucose= C6H12O6 → druivensuiker ← monosaccharide
- Monosacchariden komen meestal in ringvormige structuur voor.
- In de natuur komt α-D-glucose en β-D-glucose voor.
- Glucose werkt als een reductor → bij teveel glucose wordt het omgezet tot sorbitol >
glucose werkt dan als een oxidator.
- Aldose= glucose + aldehydegroep in lineaire structuur
- Ketose= fructose + ketongroep in de lineaire structuur
- Disachariden → ontstaan door een condensatiereactie van twee monosacchariden.
- Hydrolyse → ontleding met water
- Uit monosacharide kan door een condensatiereactie een biopolymeer worden
gevormd.
- Voorbeelden van biopolymeren van glucose:
- cellulose → stevigheid aan celwanden van planten → wordt moeilijk
afgebroken.
, - zetmeel → in maïs en aardappelen
- glycogeen → gevormd in het lichaam uit glucose-eenheden die door de
hydrolyse van zetmeel uit voedingsmiddelen zijn ontstaan → een glucose
voorraad in lever en spierweefsels van mens en dier.
- Vertering koolhydraten →
14.3 Vetten
- Oliën en vetten zijn esters van glycerol (propaan-1,2,3-triol) en vetzuren
(carbonzuren met een lange koolstofketen) ← triglyceriden← lipiden (biologie)
14.1 Chemie in je lichaam
14.2 Koolhydraten
- koolstofverbindingen met 5 of meer C-atomen en minstens 3 OH-groepen.
- CnH2mOm
- sachariden/suikers= andere naam voor koolhydraten
- Fotosynthese → gevormd uit koolstofdioxide en water → hierbij ontstaat ook
zuurstof → verloopt onder invloed van licht
- Koolhydraten in voedsel dienen als energiebron.
- Glucose= C6H12O6 → druivensuiker ← monosaccharide
- Monosacchariden komen meestal in ringvormige structuur voor.
- In de natuur komt α-D-glucose en β-D-glucose voor.
- Glucose werkt als een reductor → bij teveel glucose wordt het omgezet tot sorbitol >
glucose werkt dan als een oxidator.
- Aldose= glucose + aldehydegroep in lineaire structuur
- Ketose= fructose + ketongroep in de lineaire structuur
- Disachariden → ontstaan door een condensatiereactie van twee monosacchariden.
- Hydrolyse → ontleding met water
- Uit monosacharide kan door een condensatiereactie een biopolymeer worden
gevormd.
- Voorbeelden van biopolymeren van glucose:
- cellulose → stevigheid aan celwanden van planten → wordt moeilijk
afgebroken.
, - zetmeel → in maïs en aardappelen
- glycogeen → gevormd in het lichaam uit glucose-eenheden die door de
hydrolyse van zetmeel uit voedingsmiddelen zijn ontstaan → een glucose
voorraad in lever en spierweefsels van mens en dier.
- Vertering koolhydraten →
14.3 Vetten
- Oliën en vetten zijn esters van glycerol (propaan-1,2,3-triol) en vetzuren
(carbonzuren met een lange koolstofketen) ← triglyceriden← lipiden (biologie)