Begrippenlijst hoofdstuk 6 bij Portaal
Begrippenlijst hoofdstuk 6
In deze begrippenlijst vind je de begrippen van de Kennisbasis Nederlandse taal die besproken
worden in hoofdstuk 6 van Portaal.
Bepalen doel, publiek en tekstsoort De schrijver stelt vast wat hij met zijn tekst wil
bereiken(doel) en aan wie hij de tekst schrijft
(publiek). Afhankelijk van doel en publiek kiest hij
een bepaald soort tekst.
Digitale geletterdheid Digitale vaardigheden krijgen een prominentere rol
in het onderwijs en het maatschappelijk leven. Te
denken valt hierbij aan mediawijsheid,
informatievaardigheden en computational thinking.
Formuleren De schrijver brengt de inhoud (gedachten, meningen,
gevoelens over het onderwerp) onder woorden in de
vorm van zinnen en een tekst.
Functies van schrijven De functies van het schrijven van teksten in onze
alledaagse communicatie: communicatief,
conceptualiserend, expressief.
Geschreven tekst De tekst die door een leerling/schrijver is geschreven.
Het is het product van schrijfactiviteiten.
Ontwikkeling geletterdheid De vroege, meestal spontane, ontwikkeling die kinderen
doormaken op het gebied van schriftelijk taalgebruik en
schriftelijke taalvaardigheid.
Reflecteren op schrijfgedrag De schrijver denkt bewust na over zijn schrijfactiviteit
(het proces) en over de tekst (het product). Het
reflecteren op schrijfgedrag kan worden ondersteund
met een tekstbespreking.
Relaties in teksten De denkrelaties die in een tekst tussen woorden,
woordgroepen en zinnen worden uitgedrukt door
bijvoorbeeld voegwoorden of verwijswoorden.
Reviseren Bij het reviseren reflecteert de schrijver op zijn product
en herleest en herziet zijn tekst (het product).
1 van 2
Begrippenlijst hoofdstuk 6
In deze begrippenlijst vind je de begrippen van de Kennisbasis Nederlandse taal die besproken
worden in hoofdstuk 6 van Portaal.
Bepalen doel, publiek en tekstsoort De schrijver stelt vast wat hij met zijn tekst wil
bereiken(doel) en aan wie hij de tekst schrijft
(publiek). Afhankelijk van doel en publiek kiest hij
een bepaald soort tekst.
Digitale geletterdheid Digitale vaardigheden krijgen een prominentere rol
in het onderwijs en het maatschappelijk leven. Te
denken valt hierbij aan mediawijsheid,
informatievaardigheden en computational thinking.
Formuleren De schrijver brengt de inhoud (gedachten, meningen,
gevoelens over het onderwerp) onder woorden in de
vorm van zinnen en een tekst.
Functies van schrijven De functies van het schrijven van teksten in onze
alledaagse communicatie: communicatief,
conceptualiserend, expressief.
Geschreven tekst De tekst die door een leerling/schrijver is geschreven.
Het is het product van schrijfactiviteiten.
Ontwikkeling geletterdheid De vroege, meestal spontane, ontwikkeling die kinderen
doormaken op het gebied van schriftelijk taalgebruik en
schriftelijke taalvaardigheid.
Reflecteren op schrijfgedrag De schrijver denkt bewust na over zijn schrijfactiviteit
(het proces) en over de tekst (het product). Het
reflecteren op schrijfgedrag kan worden ondersteund
met een tekstbespreking.
Relaties in teksten De denkrelaties die in een tekst tussen woorden,
woordgroepen en zinnen worden uitgedrukt door
bijvoorbeeld voegwoorden of verwijswoorden.
Reviseren Bij het reviseren reflecteert de schrijver op zijn product
en herleest en herziet zijn tekst (het product).
1 van 2