INB TOETS blok 2 - 2023/24 (versie 2)
Opgave 1 (10 punten)
A. Welke drie functies van belasting zijn er? (3 punten)
Budgetteringsfunctie, instrumentele functie, verdelingsfunctie
B. Wie zijn volgens de wet IB binnenlands- of buitenlands belastingplichtig en waarover
betalen zij belasting? Motiveer (4 punten).
Inwoners van Nederland (art. 2.1 lid 1 letter a Wet IB) Binnenlandse belastingplichtige
betalen inkomstenbelasting over hun inkomen, waar ter wereld ze dat ook hebben genoten.
[2p]
Niet-inwoners van Nederland (art. 2.1 lid 1 letter b Wet IB) Buitenlandse
belastingplichtigen met Nederlands inkomen en vallen dus onder de belastingplicht voor de
inkomstenbelasting (Zij zijn alleen belastingplichtig over het inkomen dat ze in Nederland
genieten). [2p]
C. Noem drie beginselen van het belastingrecht. (3 punten)
Profijtbeginsel, beginsel van minste pijn, eenvoudbeginsel etc.
Opgave 2 (20 punten)
Berry (alleenstaand 35 jaar) werkt in loondienst als docent op de Hogeschool van
Amsterdam. Op 10 januari koopt Berry een huis met een koopprijs van €280.000, de WOZ-
waarde bedraagt € 300.000. Vanaf 1 Juni is de woning officieel (leveringsakte bij notaris
gepasseerd). Berry heeft voor de aankoop van de woning een hypothecaire lening bij de
bank afgesloten van € 250.000. De rente kosten waren dit jaar €5.500. Daarnaast heeft
Berry de volgende kosten gemaakt:
Overdrachtsbelasting € 5.000,00
Kosten hypotheekakte € 800,00
Notariskosten € 600,00
Schilderkosten € 2.000,00
Gevraagd
a. Noem twee heffingskortingen waarop Berry zeker recht heeft. Waar staan deze
geregeld? (2 punten)
, Antw: algemene heffingskorting en arbeidskorting [1p], zie art 8.2 e.v [1p].
b. Bereken het belastbaar inkomen uit eigen woning voor Berry (10 punten)
EWF € 612,50 0,35*300.000*7/12
Hypotheekrente € 5.500,00
Kosten hypotheekakte € 800,00
Belastbaar inkomen eigen woning € -5.688 Naar boven afgerond
EWF 3.112 Wet ib
Aftrekbare kosten 3.120 wet IB
c. Berry leert Chantal kennen en zij trekt bij hem in vanaf 1 november. Noem twee
voorwaarden waardoor Berry en Chantal fiscaal partner kunnen worden, geef
hierbij ook artikel(en) aan. (3 punten)
Artikel 5a AWR en Artikel 1.2 IB [1p]:
1. Chantal moet zich inschrijven op zijn adres [1p]
2. Er moet sprake zijn van een van de volgende gevallen [1p], namelijk:
- Notarieel samenlevingsovereenkomst (5a AWR)
- Bij een pensioenfonds aangemeld als pensioenpartners (IB)
- Samen een kind (IB) etc
Stel dat Berry een deel van zijn garage verbouwd tot een appartement. Daarin wordt er een toilet en
badkamer gebouwd. Dit deel van de woning verhuurt hij vervolgens aan zijn goede vriend Mick. De
maandelijkse huuropbrengsten die Berry binnenhaalt zijn € 400 per maand.
d. Beschrijf hiervan alle fiscale gevolgen voor Berry voor de inkomstenbelasting. (5
punten)
Alleen een deel van de eigen woning wordt verhuurd dat als een zelfstandige woning [1p] kan
worden beschouwd. Het is een zelfstandige woning (want eigen sanitair en ingang), dus is de
kamerverhuurvrijstelling niet van toepassing. [1p]. Het appartement (garage) verhuisd dan naar box
3. De rest vd woning blijft in box 1. [1p]. Eigenlijk wordt zijn ‘eigen woning’ nu kleiner, de woning
wordt nl gesplitst (bijv. aan de hand van de oppervlakte). Hierdoor wordt het eigenwoningforfait
minder, maar ook de aftrekbare kosten gaan evenredig omlaag [1p].
NB: De ontvangen huur wordt NIET als inkomsten beschouwd. [1p]
Opgave 1 (10 punten)
A. Welke drie functies van belasting zijn er? (3 punten)
Budgetteringsfunctie, instrumentele functie, verdelingsfunctie
B. Wie zijn volgens de wet IB binnenlands- of buitenlands belastingplichtig en waarover
betalen zij belasting? Motiveer (4 punten).
Inwoners van Nederland (art. 2.1 lid 1 letter a Wet IB) Binnenlandse belastingplichtige
betalen inkomstenbelasting over hun inkomen, waar ter wereld ze dat ook hebben genoten.
[2p]
Niet-inwoners van Nederland (art. 2.1 lid 1 letter b Wet IB) Buitenlandse
belastingplichtigen met Nederlands inkomen en vallen dus onder de belastingplicht voor de
inkomstenbelasting (Zij zijn alleen belastingplichtig over het inkomen dat ze in Nederland
genieten). [2p]
C. Noem drie beginselen van het belastingrecht. (3 punten)
Profijtbeginsel, beginsel van minste pijn, eenvoudbeginsel etc.
Opgave 2 (20 punten)
Berry (alleenstaand 35 jaar) werkt in loondienst als docent op de Hogeschool van
Amsterdam. Op 10 januari koopt Berry een huis met een koopprijs van €280.000, de WOZ-
waarde bedraagt € 300.000. Vanaf 1 Juni is de woning officieel (leveringsakte bij notaris
gepasseerd). Berry heeft voor de aankoop van de woning een hypothecaire lening bij de
bank afgesloten van € 250.000. De rente kosten waren dit jaar €5.500. Daarnaast heeft
Berry de volgende kosten gemaakt:
Overdrachtsbelasting € 5.000,00
Kosten hypotheekakte € 800,00
Notariskosten € 600,00
Schilderkosten € 2.000,00
Gevraagd
a. Noem twee heffingskortingen waarop Berry zeker recht heeft. Waar staan deze
geregeld? (2 punten)
, Antw: algemene heffingskorting en arbeidskorting [1p], zie art 8.2 e.v [1p].
b. Bereken het belastbaar inkomen uit eigen woning voor Berry (10 punten)
EWF € 612,50 0,35*300.000*7/12
Hypotheekrente € 5.500,00
Kosten hypotheekakte € 800,00
Belastbaar inkomen eigen woning € -5.688 Naar boven afgerond
EWF 3.112 Wet ib
Aftrekbare kosten 3.120 wet IB
c. Berry leert Chantal kennen en zij trekt bij hem in vanaf 1 november. Noem twee
voorwaarden waardoor Berry en Chantal fiscaal partner kunnen worden, geef
hierbij ook artikel(en) aan. (3 punten)
Artikel 5a AWR en Artikel 1.2 IB [1p]:
1. Chantal moet zich inschrijven op zijn adres [1p]
2. Er moet sprake zijn van een van de volgende gevallen [1p], namelijk:
- Notarieel samenlevingsovereenkomst (5a AWR)
- Bij een pensioenfonds aangemeld als pensioenpartners (IB)
- Samen een kind (IB) etc
Stel dat Berry een deel van zijn garage verbouwd tot een appartement. Daarin wordt er een toilet en
badkamer gebouwd. Dit deel van de woning verhuurt hij vervolgens aan zijn goede vriend Mick. De
maandelijkse huuropbrengsten die Berry binnenhaalt zijn € 400 per maand.
d. Beschrijf hiervan alle fiscale gevolgen voor Berry voor de inkomstenbelasting. (5
punten)
Alleen een deel van de eigen woning wordt verhuurd dat als een zelfstandige woning [1p] kan
worden beschouwd. Het is een zelfstandige woning (want eigen sanitair en ingang), dus is de
kamerverhuurvrijstelling niet van toepassing. [1p]. Het appartement (garage) verhuisd dan naar box
3. De rest vd woning blijft in box 1. [1p]. Eigenlijk wordt zijn ‘eigen woning’ nu kleiner, de woning
wordt nl gesplitst (bijv. aan de hand van de oppervlakte). Hierdoor wordt het eigenwoningforfait
minder, maar ook de aftrekbare kosten gaan evenredig omlaag [1p].
NB: De ontvangen huur wordt NIET als inkomsten beschouwd. [1p]