5.1 Warmte en temperatuur; het molecuulmodel
Opgave 1
Warmte gaat van een plaats met de hoogste temperatuur naar een plaats met de laagste
temperatuur. Als de temperatuur stijgt, neemt de snelheid van de moleculen alsook de gemiddelde
afstand tussen de moleculen toe. De aantrekkende krachten tussen de moleculen nemen dan af.
a Fout.
Er is warmte de kamer uitgegaan.
b Fout.
De moleculen in de lucht bewegen overdag sneller dan ’s nachts.
c Goed.
d Goed.
e Fout.
De ruimte is afgesloten. Het aantal moleculen lucht verandert niet tijdens afkoelen.
De gemiddelde afstand tussen de moleculen in de lucht is ’s nachts even groot als overdag.
Opgave 2
Bij omrekenen van temperaturen gebruik je T = t +273.
a T = 25 + 273
T = 298 K
b T = −4 + 273
T = 269 K
c 4 = t + 273
t = −269 °C
d 293 = t + 273
t = 20 °C
Opgave 3
De deodorant verdampt en is dan gasvormig. De moleculen bewegen vrij in alle richtingen. Na een
tijdje bereiken de moleculen je neus en dan ruik je ze.
Opgave 4
a Als de temperatuur daalt, dan daalt de snelheid van de moleculen.
Een lagere snelheid betekent een lagere kinetische energie.
b Als de temperatuur daalt, dan daalt de snelheid van de moleculen.
Bij het absolute nulpunt staan de moleculen stil. Dan is de temperatuur 0 K.
Een lagere temperatuur dan 0 K is dus niet mogelijk.
Opgave 5
a Stijgt de temperatuur, dan wordt de afstand tussen de deeltjes in het wegdek groter.
De brug zet uit. De spleten worden smaller.
b Zit het wegdek vast aan een pijler, dan duwt het wegdek de bovenkant van de pijlers naar
rechts. Dan kan een pijler breken.
c Als het wegdek uitzet, dan wordt de rol naar rechts verplaatst.
Hoe groter de afstand des te meer zet het bijbehorende wegdek uit.
Bij de rechterpijler is de afstand tot het beginpunt van de brug groter dan bij de linkerpijler.
Dus bij de rechterpijler moet de rol zich meer kunnen verplaatsen dan bij de linkerpijler.
Daarom ligt rol B wat meer naar links.
Opgave 6
a Bij een lage temperatuur is de afstand tussen de atomen kleiner dan bij een hoge
temperatuur. Een kleinere afstand tussen de atomen betekent een smallere as.
b Bij een lagere temperatuur is het gat in het wiel ook kleiner.
Heeft de as al een lage temperatuur, dan krimpt de as bij het afkoelen minder en past dan niet
in het gat van het wiel.
© ThiemeMeulenhoff bv Pagina 1 van 11
, Havo 4 Hoofdstuk 5 Uitwerkingen
Opgave 7
a Als er geen water verdampt, blijft het aantal moleculen hetzelfde.
De massa blijft dus gelijk.
b Als de temperatuur stijgt, zet het water uit.
Het volume neemt dus toe.
m
c Voor de dichtheid geldt V .
Als het volume toeneemt en de massa gelijk blijft, dan neemt de dichtheid af.
© ThiemeMeulenhoff bv Pagina 2 van 11