03/05 Inleiding tot de taal-en tekststructuren Willems
Vorige keer werd al uitgelegd wat conversatieanalyse precies is. Dat het een onderdeel is
van pragmatisch linguïstisch onderzoek. Van wat we meer bepaald discours analysis of
discours analyse hebben genoemd. Waarbij het de bedoeling is om mondeling taalgebruik
vooral dan in dialoog uiteraard als een vorm van interactie te bestuderen met als
bedoeling om de verschillende aspecten van die talige interactie in kaart te brengen om
te zien hoe die sociale banden worden gecreëerd, onderhouden, maar ook zeker in
critical discours analysis om asymmetrie in sociale interactie in kaart te kunnen brengen
en om aan te tonen hoe taal een instrument is, een middel om bepaalde sociale …,
machtsstructuren, .. te bewerkstelligen, onderhouden, ondergraven.
14.2 gaat dieper in op één aspect van de conversatieanalyse, dat verbonden is met de
naam van een filosoof logicus taalkundige in minder mate taalkundige. Hij was vooral een
filosoof. Nu zie je de naam onderaan pagina 58: H. Paul Grice. De man, die geprobeerd
heeft vanuit zijn logisch filosofische visie op tekensystemmen de mondelinge interactie
tussen mensen te beschrijven en vooral gericht op de manier waarop informatie
inhouden, dus betekenissen, worden uitgewisseld in gesprekken. Mede vanuit de
overtuiging, die we ook al bij Harvely Sacks hadden gezien, dat de manier waarop
kennis, informatie wordt uitgewisseld in dialogen gebeurt op een geordende manieren
volgens bepaalde principes en normen, die men voorheen nog niet had gekend, nog niet
had beschreven en je ziet onmiddellijk, dat sinds Grice het ook gebruikelijk is om dat te
doen, dat die hele discussie gebaseerd is op een aantal veronderstellingen, assumpties,
presupposities over hoe gesprekken via beurtwisselingen eigenlijk gebeurd. Ze zijn
gedeeltelijk ideologisch gemotiveerd, gedeeltelijk filosofisch. Inmiddels algemeen
aanvaard en daar zijn er twee belangrijke termen of libelees, benamingen, die we
absoluut moeten onthouden en die vinden we onderaan pagina 58 en dat is het
zogenaamde samenwerkingsprincipe en de conventionele maximes. Het is namelijk zo,
dat Grice en anderen hadden vastgesteld, dat een normaal dialoog, een normaal iets zeer
complex is waarbij je bepaalde onderscheidingen moet treffen om de manier waarop die
uitwisseling verloopt Überhaupt analyserend te kunnen beschrijven. Bv. wat wordt
expliciet en wat wordt impliciet overgedragen? Je ziet men heeft enerzijds het expliciet
zeggen van iets, maar anderzijds het impliciet bedoelen van iets anders. Als iemand
zwijgt. Waarom doet die dat? Zijn er bepaalde structuren in te herkennen? Heel
belangrijk wat leiden de dialoogpartners uit het aanbod aan taal telkens af, dat ze
ontvangen, dat ze interpreteren en vaak gebruiken als aanleiding om zelf taal te
produceren, dit is een heel complexe vraagstellingen. Het punt dat Grice naar voor
brengt is, dat men elkaar maar kan verstaan en begrijpen als we bepaalde principes en
maximes in acht nemen, die we kennelijk allemaal met elkaar delen. Het hoofdprincipe
vind je op pagina 59 bovenaan. Het is belangrijk in te zien, dat principes volgen zal
duidelijk te maken, dat de communicatie niet zo maar het coderen en decoderen is, die
de symmetrische relatie, die hij vorige week al heeft proberen te ontkrachten. Dat
hoofdprincipe waarnaar we handelen zegt Grice is het zogenaamde
samenwerkingsprincipe. Je vind de Nederlandse vertaling bovenaan pagina 59 en op dia
3 staat gewoon de oorspronkelijke Engelse versie uit de tekst van eerst de jaren ’60 en
dan van de jaren ’75 van Grice. Mensen dialogeren met elkaar volgens het principe, dat
ze hun bijdrage van het gesprek afstemmen op datgene wat in het stadium van een
gesprek vereist is voor het doel en richting van het gesprek waaraan ze deelnemen. Ze
doen dat zonder daar als het ware bij stil te staan. Het is een principe dat gebaseerd is
op een vertrouwen in elkaar, vandaar een predispositie tot het samenwerken ook in het
dialoog, het spreken met elkaar. Vanwaar komt dat nu? Grice zegt dat het gewoon een
menselijke ingesteldheid is ten opzichte van het dialogeren onder mensen met elkaar. In
principe is dat een universele principe, een wetmatigheid bijna, die we in zo goed al alle
culturen bevestigd vinden. Als iemand begint te spreken, dan gaan de anderen luisteren
en de bijdrage, die men zelf geeft is om constructief te zijn in dat gesprek om de richting
van het gesprek verder mee te sturen met een positieve ingesteldheid ten ozpcihte van
het resultaat van het gesprek. Dat is het samenwerkingsprincipe.
1
Vorige keer werd al uitgelegd wat conversatieanalyse precies is. Dat het een onderdeel is
van pragmatisch linguïstisch onderzoek. Van wat we meer bepaald discours analysis of
discours analyse hebben genoemd. Waarbij het de bedoeling is om mondeling taalgebruik
vooral dan in dialoog uiteraard als een vorm van interactie te bestuderen met als
bedoeling om de verschillende aspecten van die talige interactie in kaart te brengen om
te zien hoe die sociale banden worden gecreëerd, onderhouden, maar ook zeker in
critical discours analysis om asymmetrie in sociale interactie in kaart te kunnen brengen
en om aan te tonen hoe taal een instrument is, een middel om bepaalde sociale …,
machtsstructuren, .. te bewerkstelligen, onderhouden, ondergraven.
14.2 gaat dieper in op één aspect van de conversatieanalyse, dat verbonden is met de
naam van een filosoof logicus taalkundige in minder mate taalkundige. Hij was vooral een
filosoof. Nu zie je de naam onderaan pagina 58: H. Paul Grice. De man, die geprobeerd
heeft vanuit zijn logisch filosofische visie op tekensystemmen de mondelinge interactie
tussen mensen te beschrijven en vooral gericht op de manier waarop informatie
inhouden, dus betekenissen, worden uitgewisseld in gesprekken. Mede vanuit de
overtuiging, die we ook al bij Harvely Sacks hadden gezien, dat de manier waarop
kennis, informatie wordt uitgewisseld in dialogen gebeurt op een geordende manieren
volgens bepaalde principes en normen, die men voorheen nog niet had gekend, nog niet
had beschreven en je ziet onmiddellijk, dat sinds Grice het ook gebruikelijk is om dat te
doen, dat die hele discussie gebaseerd is op een aantal veronderstellingen, assumpties,
presupposities over hoe gesprekken via beurtwisselingen eigenlijk gebeurd. Ze zijn
gedeeltelijk ideologisch gemotiveerd, gedeeltelijk filosofisch. Inmiddels algemeen
aanvaard en daar zijn er twee belangrijke termen of libelees, benamingen, die we
absoluut moeten onthouden en die vinden we onderaan pagina 58 en dat is het
zogenaamde samenwerkingsprincipe en de conventionele maximes. Het is namelijk zo,
dat Grice en anderen hadden vastgesteld, dat een normaal dialoog, een normaal iets zeer
complex is waarbij je bepaalde onderscheidingen moet treffen om de manier waarop die
uitwisseling verloopt Überhaupt analyserend te kunnen beschrijven. Bv. wat wordt
expliciet en wat wordt impliciet overgedragen? Je ziet men heeft enerzijds het expliciet
zeggen van iets, maar anderzijds het impliciet bedoelen van iets anders. Als iemand
zwijgt. Waarom doet die dat? Zijn er bepaalde structuren in te herkennen? Heel
belangrijk wat leiden de dialoogpartners uit het aanbod aan taal telkens af, dat ze
ontvangen, dat ze interpreteren en vaak gebruiken als aanleiding om zelf taal te
produceren, dit is een heel complexe vraagstellingen. Het punt dat Grice naar voor
brengt is, dat men elkaar maar kan verstaan en begrijpen als we bepaalde principes en
maximes in acht nemen, die we kennelijk allemaal met elkaar delen. Het hoofdprincipe
vind je op pagina 59 bovenaan. Het is belangrijk in te zien, dat principes volgen zal
duidelijk te maken, dat de communicatie niet zo maar het coderen en decoderen is, die
de symmetrische relatie, die hij vorige week al heeft proberen te ontkrachten. Dat
hoofdprincipe waarnaar we handelen zegt Grice is het zogenaamde
samenwerkingsprincipe. Je vind de Nederlandse vertaling bovenaan pagina 59 en op dia
3 staat gewoon de oorspronkelijke Engelse versie uit de tekst van eerst de jaren ’60 en
dan van de jaren ’75 van Grice. Mensen dialogeren met elkaar volgens het principe, dat
ze hun bijdrage van het gesprek afstemmen op datgene wat in het stadium van een
gesprek vereist is voor het doel en richting van het gesprek waaraan ze deelnemen. Ze
doen dat zonder daar als het ware bij stil te staan. Het is een principe dat gebaseerd is
op een vertrouwen in elkaar, vandaar een predispositie tot het samenwerken ook in het
dialoog, het spreken met elkaar. Vanwaar komt dat nu? Grice zegt dat het gewoon een
menselijke ingesteldheid is ten opzichte van het dialogeren onder mensen met elkaar. In
principe is dat een universele principe, een wetmatigheid bijna, die we in zo goed al alle
culturen bevestigd vinden. Als iemand begint te spreken, dan gaan de anderen luisteren
en de bijdrage, die men zelf geeft is om constructief te zijn in dat gesprek om de richting
van het gesprek verder mee te sturen met een positieve ingesteldheid ten ozpcihte van
het resultaat van het gesprek. Dat is het samenwerkingsprincipe.
1