[Faculteit der Economische Wetenschappen en bedrijfskunde
Tentamen: Sociaal Recht (PGO Accountancy)
Docenten: mr N.A. Jansen MBA en mr P.G. Vertin
Datum: Donderdag 25 augustus 2016
Tijd: 12.00 – 13.30
Tentamenduur: 90 minuten
Aantal vragen: 20
Type vragen: Meerkeuze (4 mogelijkheden)
Opmerkingen: Tijdens het tentamen dient gebruik gemaakt worden van de pocket
Arbeidswetgeving (Roozendaal) of een vergelijkbare wettenbundel.
Een bundel mag slechts van arceringen, onderstrepingen en externe
tabs zijn voorzien.. NB aantekeningen in de wetboeken zijn niet
toegestaan!
Cijfers: De cijfers worden bekend gemaakt uiterlijk op 6 september 2016
Inzage: De antwoord sleutel komt uiterlijk in de week van 29 augustus
2016 op blackboard. Persoonlijke inzage of nabespreking slechts
na voorafgaande aanmelding via het Secretariaat PGO
Accountancy ().
NB. Het tentamen dient na afloop ingeleverd te worden.
Succes!
-1-
, 1.
Stellingen: juist of onjuist?
I. De totstandkoming en inwerkingtreding van een cao is een kwestie tussen de sociale
partners. De overheid heeft daarmee geen bemoeienis.
II. De bij de werkgeversorganisatie aangesloten werkgever moet de bepalingen uit de cao
ook nakomen ten aanzien van werknemers die geen lid zijn van de vakbond.
a. Beide stellingen zijn juist.
b. Beide stellingen zijn onjuist.
c. Stelling I is juist, Stelling II is onjuist.
d. Stelling I is onjuist, Stelling II is juist
Antwoord D: stelling I is onjuist. De overheid heeft wel bemoeienis. cao’s moeten bij ministerie
worden aangemeld: daarna formeel in werking.
Art. 4 lid 3 Wet Loonvorming: inwerkingtreding cao’s ., zie ook art. 10 Wet op de Loonvorming.
Stelling II = juist. Art. 14 Wcao.
2.
Artikel 7: 641 lid 3 BW (vakantie en einde dienstbetrekking) behelst een bepaling van :
a. semi- dwingend recht.
b. vijfachtste dwingend recht.
c. regelend recht.
d. driekwart dwingend recht.
-2-
Tentamen: Sociaal Recht (PGO Accountancy)
Docenten: mr N.A. Jansen MBA en mr P.G. Vertin
Datum: Donderdag 25 augustus 2016
Tijd: 12.00 – 13.30
Tentamenduur: 90 minuten
Aantal vragen: 20
Type vragen: Meerkeuze (4 mogelijkheden)
Opmerkingen: Tijdens het tentamen dient gebruik gemaakt worden van de pocket
Arbeidswetgeving (Roozendaal) of een vergelijkbare wettenbundel.
Een bundel mag slechts van arceringen, onderstrepingen en externe
tabs zijn voorzien.. NB aantekeningen in de wetboeken zijn niet
toegestaan!
Cijfers: De cijfers worden bekend gemaakt uiterlijk op 6 september 2016
Inzage: De antwoord sleutel komt uiterlijk in de week van 29 augustus
2016 op blackboard. Persoonlijke inzage of nabespreking slechts
na voorafgaande aanmelding via het Secretariaat PGO
Accountancy ().
NB. Het tentamen dient na afloop ingeleverd te worden.
Succes!
-1-
, 1.
Stellingen: juist of onjuist?
I. De totstandkoming en inwerkingtreding van een cao is een kwestie tussen de sociale
partners. De overheid heeft daarmee geen bemoeienis.
II. De bij de werkgeversorganisatie aangesloten werkgever moet de bepalingen uit de cao
ook nakomen ten aanzien van werknemers die geen lid zijn van de vakbond.
a. Beide stellingen zijn juist.
b. Beide stellingen zijn onjuist.
c. Stelling I is juist, Stelling II is onjuist.
d. Stelling I is onjuist, Stelling II is juist
Antwoord D: stelling I is onjuist. De overheid heeft wel bemoeienis. cao’s moeten bij ministerie
worden aangemeld: daarna formeel in werking.
Art. 4 lid 3 Wet Loonvorming: inwerkingtreding cao’s ., zie ook art. 10 Wet op de Loonvorming.
Stelling II = juist. Art. 14 Wcao.
2.
Artikel 7: 641 lid 3 BW (vakantie en einde dienstbetrekking) behelst een bepaling van :
a. semi- dwingend recht.
b. vijfachtste dwingend recht.
c. regelend recht.
d. driekwart dwingend recht.
-2-