100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Examen

Tentamen Burgerlijk Procesrecht

Puntuación
-
Vendido
4
Páginas
6
Subido en
30-06-2019
Escrito en
2017/2018

Tentamen eerste kans van het vak Burgerlijk Procesrecht

Institución
Grado









Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Libro relacionado

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
30 de junio de 2019
Número de páginas
6
Escrito en
2017/2018
Tipo
Examen
Contiene
Preguntas y respuestas

Temas

Vista previa del contenido

Tentamen Burgerlijk Procesrecht (2017-2018)

OPEN VRAGEN

Vraag 1.
Glasfabrikant ‘In Vitro’ heeft een braakliggend fabrieksterrein. De aangrenzende autosloperij ‘Van
Vliet’ gebruikt het terrein om autowrakken op te slaan. In Vitro gaat hier niet mee akkoord. De
rechter heeft van Vliet bij verstek veroordeeld om de autowrakken te verwijderen. De
gerechtsdeurwaarder heeft het verstekvonnis aan Van Vliet betekend op 7 januari 2017. Een
heftruckchauffeur van Van Vliet neemt het vonnis in ontvangst. De gerechtsdeurwaarder stuurt op de
datum van betekening ook nog per e-mail het bericht naar de autosloper dat hij een vonnis heeft
afgeleverd. Op 7 mei 2017 wordt aan het adres van In Vitro een verzetdagvaarding betekend.

Geef gemotiveerd aan of Van Vliet tijdig in verzet is gegaan

ANTWOORD:
- Art. 143 lid 2 Rv:
- Het verzet moet worden gedaan bij exploot van dagvaarding binnen 4 weken na de betekening
van het vonnis of van enige uit kracht daarvan opgemaakte of ter uitvoering daarvan
strekkende akte aan de veroordeelde persoon, of na het plegen door deze enige daad waaruit
noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging aan hem bekend
is.
- Toepassen:
• 4 weken: de termijn is overschreden; MAAR
• Aan de veroordeelde in persoon; nee, niet via medewerker of e-mail (daadwerkelijk ontvangen
of gelezen)
• Daad, bekend met het vonnis; nee
- Conclusie: Tijdig in verzet gegaan tegen het verstekvonnis

Vraag 2.
a. Beoordeel of MCC hoger beroep kan instellen tegen de uitspraak dat een deskundige moet
worden benoemd. U dient een gemotiveerd antwoord op de vraag te geven.

ANTWOORD
- Art. 337 lid 2 Rv: Van andere tussenvonnissen kan hoger beroep slechts tegelijk met dat van het
eindvonnis worden ingesteld, tenzij de rechter anders heeft bepaald
- Toepassen:
Uit de casus blijkt niet dat de rechter toestemming voor hoger beroep tegen een tussenvonnis
heeft gegeven.
- Conclusie: MCC kan geen hogere beroep instellen

MCC maakt 4 maanden na de uitspraak van de rechtbank een procedure aanhangig bij het
Gerechtshof. Mohammed voert als verweer aan dat MCC de appeltermijn heeft overschreden.

b. Geef gemotiveerd aan wat de inhoud van het eindvonnis zal zijn.

ANTWOORD
- De rechter zal MCC niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering. MCC heeft namelijk de
termijn voor het indienen van haar eis overschreden. Termijn is 3 maanden, art. 339 Rv.

Vraag 3.
Vakbond FNV onderhandelt namens de werknemers van GVR BV met de directie over een nieuwe
loonsverhoging. De directie blijft maar zeggen dat een loonsverhoging niet mogelijk is en houdt zich
hier maanden al vast. Vakbond FNV heeft er genoeg van en gaat staken om zo loonsverhoging af te
dwingen. GVR BV schrikt hiervan en zegt dat een staking op korte termijn grote problemen oplevert
voor het verblijf en wil deze staking d.m.v. een kort geding ongeldig verklaren.
De vraag is nu of GVR BV met succes een kort geding kan starten.

ANTWOORD:

1

, Tentamen Burgerlijk Procesrecht (2017-2018)

- Op grond van art. 254 Rv en 256 Rv zijn er 2 eisen aan het kunnen opstarten van een kort
geding. Er moet een spoedeisend belang zijn en de zaak moet geschikt zijn.
Dit betekent dat de zaak voldoende duidelijk moet zijn. Aan de spoedeisend is voldaan. GVR
verwacht grote schade en de staking is op korte termijn. De zaak is ook voldoende duidelijk, het
is duidelijk dat er gestaakt gaat worden, door wie, hoe en waarom. Er zijn geen
bewijsrechtelijke problemen. GVR kan succesvol een kort geding opstarten.

Vraag 4.
Ventoux Advocaten BV heeft een procedure aanhangig gemaakt bij de kamer voor kantonzaken
wegens het niet betalen van facturen ten bedrage van 20.000,-. Advocaat Bart Lomans van het
advocatenkantoor treedt als gemachtigde op namens Ventoux Advocaten BV.
Gedaagde is stichting Keurmerk Eco Label, inmiddels failliet. In de procedure verschijnt niet alleen de
directeur van Javuz, maar ook curator Jessica Biermans van HPR advocaten.

Geef van alle genoemde (rechts)personen gemotiveerd aan of zij al dan niet een formele en/of
materiele procespartij zijn.

ANTWOORD:
- Advocatenkantoor Ventoux is formele procespartij én materiele procespartij, zij procederen op
eigen naam en hebben belang bij de uitkomst. Stichting keurmerk is materiele procespartij. De
curator Jessica Biermans is formele procespartij, zij procedeert op naam van de Stichting, nu
deze handelingsonbekwaam is door het faillissement. Jan, Javuz en Bart Loomans zijn formele
noch materiele procespartij

Vraag 5.
Karin woont in Rotterdam en is 66 jaar. Haarneef Wouter woont in Maastricht en komt vaak langs om
voor haar te zorgen. Wouter is van mening dat Karin behoefte heeft aan mentorschap, alleen weet ze
niet waar ze dit aan moet vragen. De vraag is nu welke rechtbank absoluut en relatief bevoegd is in
deze zaak.

ANTWOORD:
- Absolute bevoegdheid
De rechtbank is bevoegd, tenzij de wet aangeeft dat Hof of Hoge Raad bevoegd is (art. 42 Wet
RO). Dat laatste is bij mentorschap niet het geval. In eerste aanleg is de civiele kamer van de
rechtbank bevoegd, tenzij in de materiële wetgeving de kamer voor kantonzaken als bevoegde
rechter wordt voorgeschreven. Dit laatste is bij mentorschap bepaald in art. 450 lid 1 Rv (kan
de ‘kantonrechter’ te zijnen behoeve een mentorschap instellen).

Conclusie: de rechtbank, kamer voor kantonzaken/kantonrechter is absoluut bevoegd

- Relatieve bevoegdheid
Op grond van art. 266 Rv is in zaken van mentorschap bevoegd de rechter van de woonplaats
van degene wiens mentorschap het betreft (uitzondering op hoofdregel van art. 262 Rv). Karin
woont in Rotterdam.

Conclusie: de rechtbank Rotterdam is (uitsluitend) relatief bevoegd




2
$8.00
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
s0704 Haagse Hogeschool
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
149
Miembro desde
11 año
Número de seguidores
102
Documentos
1
Última venta
2 año hace

4.0

24 reseñas

5
8
4
9
3
6
2
0
1
1

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes