Mondzorg bij volwassenen, jongeren en kinderen
Leerpad A
HCO 1 introductie
Begrippen:
- Cytologie= studie van normale lichaamscellen
- Cytopathologie= studie van lichaamscellen zoals aanwezig bij de ziekteprocessen
- Histologie= studie van de normale organisatie van lichaamscellen tot weefsels
- Histopathologie= studie van de veranderingen in cellen en bijgevolg weefsels bij
ziekte
Histologie van de mondholte
- Functioneel onderdeel gastro- intestinaal stelsel= spijsverteringstelsel
- Mondholte: lippen, wangen, tanden, eigenlijke mondholte, tong, farynx
- Keel, neus en oor
Weefsels in de mondholte
- Huid= vel-> bedekking van het lichaam
- Opdeling
o Epidermis= opperhuid (dekcellen)
o Dermis= lederhuid (steunweefsel)
o Subcutis= onderhuid (vetcellen)
Soorten cellen
- Zenuwcellen: zenuwcel en zintuigcel
- Spiercellen: glad, dwarsgestreept en hartspiercel
- Steuncellen(bindweefsel): stamcel -> bindweefsel, kraakbeen, bot en bloed
- Dekcellen(epitheelcellen): stamcel-> dek, trilhaar en kliercel
Epitheel (dekcellen)
- Bestaat uit 1 of meerdere lagen dicht
tegen elkaar liggende cellen omgeven
door een beperkte hoeveelheid
extracellulair materiaal
o Bedekking van
lichaamsoppervlakken
o Organisatie volgens
locatie/functie
- Bouwen de bovenste laag op
o Bv kubisch, cilindrisch enz.
- Oppervlakte specialisaties
o Bv verhoorning
, ▪= hoornlaag
▪Bevind zich op de huid
▪Functie: weerstand mechanische druk
▪Hoe kleiner de celkernen, hoe minder functie -> basaal (binnenkant)
heeft grotere celkernen dan apicaal (buitenkant)
o Bv microvilli
▪ = borstelzoom
▪ Bevind zich in de dunne darm
▪ Functie: oppervlakte vergroting van absorptie\
Morfologie van een epitheel (van apicaal naar basaal)
- stratum corneum
- (stratum lucideum) komt niet voor in de mond
- stratum granulosum
- stratum spinosum
- stratum basale
wat doet een anatomopatholoog
- is thuis in:
o histopathologie (weefseltaal)
o cytopathologie (onderzoek van cellen in stalen van lichaamsvochten bv acites,
pleuravocht)
- diagnostiek met behulp van
o microscopie
o immunohistochemische kleuring
,benodigdheden histopathologisch onderzoek
weefselstaal
o punctie
o celswab (uitstrijkje)
o biopsie
▪ excisiebiopsie
▪ incisiebiopsie (FNACC, core needle biopsie, open chirurgische
incisiebiopsie
o resectiestuk na heelkunde
punctie:
- geen toepassing in de mond
- soorten
o pleurapunctie: vocht afnemen in de longslijmvliezen
o ascitepunctie: vocht afnemen in de buikholte
- verschillende kleuren van vocht
- macroscopisch: helder, bloederig of etterig
- microscoop: welke cel zie ik, wat is de ethiologie vh abnormale vocht
celswab
- geen toepassing in de mond
- uitstrijkje
- bij het cervicaal overgangsepitheel thv de baarmoedermond
- screening voor metaplasie
biopsie
- toepassing in de mond -> maar veel slijmvliesafwijkingen hebben een dermate
kenmerkend klinisch beeld dat weefselonderzoek niet vereist is.
- Verschillende types
o Excisiebiopsie= verwijderen van volledige afwijking
▪ Kleine afwijkingen tot 1cm
▪ Zonder aanwijzingen voor kwaadaardigheid
▪ Verwijderen van gehele afwijking
▪ Marge van slechts enkele mm
▪ Primair sluiten
o Incisiebiopsie= verwijderen van gedeelte vd afwijking
▪ Meer uitgebreidere afwijkingen vaak groter dan 2 cm
▪ Multipele afwijkingen
▪ Bij sterk vermoeden van maligniteit
▪ Meerdere incisie biopsieën nemen
• Minimaal 0,3 cm lang, 0,2 cm breed, 0,2 cm diep
▪ Keuze nemen: klinisch meest suspecte gebieden/meest verdachte
gebieden
, • Induratie-> ingetrokken gebieden
• Erosie -> afschilfering
• Nooit in necrotisch gebied-> dode cellen
▪ Soorten:
• FNAC= fine needle aspiration cytology
o BorstCa
o Lymfoom
o Hoofd hals
▪ Eenvoudig
▪ Minimaal invasief
▪ Echo geleid
▪ Primair sluiten niet nodig
▪ Weinig complicaties
• Core needlebiopsie/punch biopsie
o Verschillende diameters
o Extraheren van weefselcylinder voor onderzokek
▪ Eenvoudig
▪ Minimaal invasief
▪ Primair sluiten niet nodig
▪ Weinig complicaties
▪ histologie
• Open chirurgische incisiebioptie
o Heelkundig verwijderen van een deel van de afwijking
▪ Meer invasief
▪ Primair sluiten
▪ Complicaties mogelijk: wondbed is groter en
nabloedingen
▪ Groter resectiestuk mogelijk voor
histopathologische diagnose
o Oncologische heelkunde
o Gezwel wordt onderzocht: microscoop, randen van het
weggesneden stuk worden nagekeken op kankercellen
o Deel van de mandibula en gekoppelde slijmvliezen
- Biopsie= verdoven
o Lokale anesthesie
o Oppervlakteanesthesie (spray)= onvoldoende
o Bij verdenking op een kwaadaardige afwijking
▪ Infiltratieanesthesie
• Maligne cellen-> verspreiden/verslepen van cellen
• Ter hoogte van operatiegebied
• Kleine zenuwtakjes -> verdoven
▪ Geleidingsanesthesie
• Zenuwblok: hoger op verdoven
Leerpad A
HCO 1 introductie
Begrippen:
- Cytologie= studie van normale lichaamscellen
- Cytopathologie= studie van lichaamscellen zoals aanwezig bij de ziekteprocessen
- Histologie= studie van de normale organisatie van lichaamscellen tot weefsels
- Histopathologie= studie van de veranderingen in cellen en bijgevolg weefsels bij
ziekte
Histologie van de mondholte
- Functioneel onderdeel gastro- intestinaal stelsel= spijsverteringstelsel
- Mondholte: lippen, wangen, tanden, eigenlijke mondholte, tong, farynx
- Keel, neus en oor
Weefsels in de mondholte
- Huid= vel-> bedekking van het lichaam
- Opdeling
o Epidermis= opperhuid (dekcellen)
o Dermis= lederhuid (steunweefsel)
o Subcutis= onderhuid (vetcellen)
Soorten cellen
- Zenuwcellen: zenuwcel en zintuigcel
- Spiercellen: glad, dwarsgestreept en hartspiercel
- Steuncellen(bindweefsel): stamcel -> bindweefsel, kraakbeen, bot en bloed
- Dekcellen(epitheelcellen): stamcel-> dek, trilhaar en kliercel
Epitheel (dekcellen)
- Bestaat uit 1 of meerdere lagen dicht
tegen elkaar liggende cellen omgeven
door een beperkte hoeveelheid
extracellulair materiaal
o Bedekking van
lichaamsoppervlakken
o Organisatie volgens
locatie/functie
- Bouwen de bovenste laag op
o Bv kubisch, cilindrisch enz.
- Oppervlakte specialisaties
o Bv verhoorning
, ▪= hoornlaag
▪Bevind zich op de huid
▪Functie: weerstand mechanische druk
▪Hoe kleiner de celkernen, hoe minder functie -> basaal (binnenkant)
heeft grotere celkernen dan apicaal (buitenkant)
o Bv microvilli
▪ = borstelzoom
▪ Bevind zich in de dunne darm
▪ Functie: oppervlakte vergroting van absorptie\
Morfologie van een epitheel (van apicaal naar basaal)
- stratum corneum
- (stratum lucideum) komt niet voor in de mond
- stratum granulosum
- stratum spinosum
- stratum basale
wat doet een anatomopatholoog
- is thuis in:
o histopathologie (weefseltaal)
o cytopathologie (onderzoek van cellen in stalen van lichaamsvochten bv acites,
pleuravocht)
- diagnostiek met behulp van
o microscopie
o immunohistochemische kleuring
,benodigdheden histopathologisch onderzoek
weefselstaal
o punctie
o celswab (uitstrijkje)
o biopsie
▪ excisiebiopsie
▪ incisiebiopsie (FNACC, core needle biopsie, open chirurgische
incisiebiopsie
o resectiestuk na heelkunde
punctie:
- geen toepassing in de mond
- soorten
o pleurapunctie: vocht afnemen in de longslijmvliezen
o ascitepunctie: vocht afnemen in de buikholte
- verschillende kleuren van vocht
- macroscopisch: helder, bloederig of etterig
- microscoop: welke cel zie ik, wat is de ethiologie vh abnormale vocht
celswab
- geen toepassing in de mond
- uitstrijkje
- bij het cervicaal overgangsepitheel thv de baarmoedermond
- screening voor metaplasie
biopsie
- toepassing in de mond -> maar veel slijmvliesafwijkingen hebben een dermate
kenmerkend klinisch beeld dat weefselonderzoek niet vereist is.
- Verschillende types
o Excisiebiopsie= verwijderen van volledige afwijking
▪ Kleine afwijkingen tot 1cm
▪ Zonder aanwijzingen voor kwaadaardigheid
▪ Verwijderen van gehele afwijking
▪ Marge van slechts enkele mm
▪ Primair sluiten
o Incisiebiopsie= verwijderen van gedeelte vd afwijking
▪ Meer uitgebreidere afwijkingen vaak groter dan 2 cm
▪ Multipele afwijkingen
▪ Bij sterk vermoeden van maligniteit
▪ Meerdere incisie biopsieën nemen
• Minimaal 0,3 cm lang, 0,2 cm breed, 0,2 cm diep
▪ Keuze nemen: klinisch meest suspecte gebieden/meest verdachte
gebieden
, • Induratie-> ingetrokken gebieden
• Erosie -> afschilfering
• Nooit in necrotisch gebied-> dode cellen
▪ Soorten:
• FNAC= fine needle aspiration cytology
o BorstCa
o Lymfoom
o Hoofd hals
▪ Eenvoudig
▪ Minimaal invasief
▪ Echo geleid
▪ Primair sluiten niet nodig
▪ Weinig complicaties
• Core needlebiopsie/punch biopsie
o Verschillende diameters
o Extraheren van weefselcylinder voor onderzokek
▪ Eenvoudig
▪ Minimaal invasief
▪ Primair sluiten niet nodig
▪ Weinig complicaties
▪ histologie
• Open chirurgische incisiebioptie
o Heelkundig verwijderen van een deel van de afwijking
▪ Meer invasief
▪ Primair sluiten
▪ Complicaties mogelijk: wondbed is groter en
nabloedingen
▪ Groter resectiestuk mogelijk voor
histopathologische diagnose
o Oncologische heelkunde
o Gezwel wordt onderzocht: microscoop, randen van het
weggesneden stuk worden nagekeken op kankercellen
o Deel van de mandibula en gekoppelde slijmvliezen
- Biopsie= verdoven
o Lokale anesthesie
o Oppervlakteanesthesie (spray)= onvoldoende
o Bij verdenking op een kwaadaardige afwijking
▪ Infiltratieanesthesie
• Maligne cellen-> verspreiden/verslepen van cellen
• Ter hoogte van operatiegebied
• Kleine zenuwtakjes -> verdoven
▪ Geleidingsanesthesie
• Zenuwblok: hoger op verdoven