Hoofdstuk 47 The immune system
Recognition and response
Pathogen Ziekteverwekker, zoals een virus, bacterie of schimmel
Immune system Immuunsysteem, beschermt tegen ziekteverwekkers
1e linie Huid, slijmvlies, maagzuur
2e linie Aangeboren afweer (niet specifiek)
3e linie Verworven afweer (specifiek)
Innate immunity of invertebrates
Aangeboren immuniteit is de enige vorm van verdediging bij niet gewervelden en planten.
Alleen gewervelden hebben ook specifieke afweer. De aangeboren afweer is niet-specifiek.
Lysozyme Enzym dat de celwand van bacteriën kapot maakt,
aanwezig in het verteringsstelsel van insecten
Chitine Stof waarvan het lichaam en verteringsstelsel van een
insect is gemaakt, beschermt tegen pathogenen
Wanneer pathogenen toch het lichaam binnendringen worden deze aangevallen door
herkenningseiwitten die elk aan een molecuul binden die gedeeld worden door een grote
klasse pathogenen. Veel van deze moleculen komen alleen voor in schimmels of bacteriën
en worden als lichaamsvreemd beschouwt. Wanneer een herkenningseiwit aan het
pathogeen is gebonden wordt een immuunreactie gestart.
Hemocytes Meest voorkomende immuun cellen in insecten
Phagocytose Het opnemen en afbreken van micro-organismen
, Sommige cellen kunnen grote pathogenen fagocyteren, andere hemocyten produceren
antimicrobial peptides die in het lichaam circuleren en schimmels en bacteriën inactiveren
of doden door hun plasmamembraan kapot te maken.
Immuun cellen in insecten zijn specifiek voor bepaalde klassen pathogenen. Bij een
schimmelinfectie binden herkenningseiwitten aan receptoren van de schimmel en activeren
transmembraan receptor Toll. Deze zet de productie van antimicrobial peptides aan die de
schimmel doden. Ook virussen worden specifiek herkent aan hun dubbelstrengs RNA, iets
wat van nature niet in het lichaam voorkomt.
Innate immunity of vertebrates
Barrier defenses
Barrier defense Blokkeert het binnendringen van pathogenen, hiertoe
behoren slijmvliezen en de huid
De slijmvliezen bekleden de binnenkant van de luchtwegen en het verteringsstelsel en
scheiden slijm uit dat pathogenen vangt. In de luchtwegen duwen trilharen het slijm omhoog
om infectie van de longen te voorkomen.
Lysozyme Aanwezig in tranen, speeksel en slijm maken
pathogenen kapot
Pathogenen die doorgeslikt worden omdat ze in water aanwezig zijn worden gedood in het
maagzuur (pH 2). De huid (pH 3-5) is zuur genoeg om de groei van de meeste bacteriën te
voorkomen.
Cellular innate defenses
TLR Toll-like receptor, herkenningseiwit
Wanneer TLR bindt aan een pathogeen produceert het signalen die een gepaste
immuunreactie aanzet. Er zijn verschillende TLR’s voor verschillende pathogenen.
TLR 3 Bind dubbelstrengs DNA, aan de binnenkant van vesicles
TLR 4 Bind lipopolysachariden (bacteriecel), op het
plasmamembraan
TLR 5 Bind falgellin, eiwit in bacterie flagella
Neutrofielen Fagocyterende cel die aangetrokken wordt door
signalen van geïnfecteerde weefsels
Macrofagen Grote fagocyterende cellen, circuleren in het lichaam of
blijven op 1 plek
Dendritische cel Komen voor in weefsels die blootgesteld zijn aan het
externe milieu, zijn fagocyterend en activeren de
specifieke afweer
Eosinofielen Komen voor in weefsels onder het epitheel, beschermen
tegen wormen (parasieten) door enzymen uit te
scheiden
Recognition and response
Pathogen Ziekteverwekker, zoals een virus, bacterie of schimmel
Immune system Immuunsysteem, beschermt tegen ziekteverwekkers
1e linie Huid, slijmvlies, maagzuur
2e linie Aangeboren afweer (niet specifiek)
3e linie Verworven afweer (specifiek)
Innate immunity of invertebrates
Aangeboren immuniteit is de enige vorm van verdediging bij niet gewervelden en planten.
Alleen gewervelden hebben ook specifieke afweer. De aangeboren afweer is niet-specifiek.
Lysozyme Enzym dat de celwand van bacteriën kapot maakt,
aanwezig in het verteringsstelsel van insecten
Chitine Stof waarvan het lichaam en verteringsstelsel van een
insect is gemaakt, beschermt tegen pathogenen
Wanneer pathogenen toch het lichaam binnendringen worden deze aangevallen door
herkenningseiwitten die elk aan een molecuul binden die gedeeld worden door een grote
klasse pathogenen. Veel van deze moleculen komen alleen voor in schimmels of bacteriën
en worden als lichaamsvreemd beschouwt. Wanneer een herkenningseiwit aan het
pathogeen is gebonden wordt een immuunreactie gestart.
Hemocytes Meest voorkomende immuun cellen in insecten
Phagocytose Het opnemen en afbreken van micro-organismen
, Sommige cellen kunnen grote pathogenen fagocyteren, andere hemocyten produceren
antimicrobial peptides die in het lichaam circuleren en schimmels en bacteriën inactiveren
of doden door hun plasmamembraan kapot te maken.
Immuun cellen in insecten zijn specifiek voor bepaalde klassen pathogenen. Bij een
schimmelinfectie binden herkenningseiwitten aan receptoren van de schimmel en activeren
transmembraan receptor Toll. Deze zet de productie van antimicrobial peptides aan die de
schimmel doden. Ook virussen worden specifiek herkent aan hun dubbelstrengs RNA, iets
wat van nature niet in het lichaam voorkomt.
Innate immunity of vertebrates
Barrier defenses
Barrier defense Blokkeert het binnendringen van pathogenen, hiertoe
behoren slijmvliezen en de huid
De slijmvliezen bekleden de binnenkant van de luchtwegen en het verteringsstelsel en
scheiden slijm uit dat pathogenen vangt. In de luchtwegen duwen trilharen het slijm omhoog
om infectie van de longen te voorkomen.
Lysozyme Aanwezig in tranen, speeksel en slijm maken
pathogenen kapot
Pathogenen die doorgeslikt worden omdat ze in water aanwezig zijn worden gedood in het
maagzuur (pH 2). De huid (pH 3-5) is zuur genoeg om de groei van de meeste bacteriën te
voorkomen.
Cellular innate defenses
TLR Toll-like receptor, herkenningseiwit
Wanneer TLR bindt aan een pathogeen produceert het signalen die een gepaste
immuunreactie aanzet. Er zijn verschillende TLR’s voor verschillende pathogenen.
TLR 3 Bind dubbelstrengs DNA, aan de binnenkant van vesicles
TLR 4 Bind lipopolysachariden (bacteriecel), op het
plasmamembraan
TLR 5 Bind falgellin, eiwit in bacterie flagella
Neutrofielen Fagocyterende cel die aangetrokken wordt door
signalen van geïnfecteerde weefsels
Macrofagen Grote fagocyterende cellen, circuleren in het lichaam of
blijven op 1 plek
Dendritische cel Komen voor in weefsels die blootgesteld zijn aan het
externe milieu, zijn fagocyterend en activeren de
specifieke afweer
Eosinofielen Komen voor in weefsels onder het epitheel, beschermen
tegen wormen (parasieten) door enzymen uit te
scheiden