Thema 4 – Planten
4.1 Tuinbouw van de toekomst
Door de groeiende wereldbevolking moet de tuinbouw veranderen.
Etioleren: planten ontwikkelen zich in het donker. Steunweefsel ontbreekt.
4.2 Bouw, groei en ontwikkeling van planten
Epidermis (opperhuid) of kurk: beschermt organen van een plant aan de buitenkant.
o In de wortels groeien epidermiscellen uit tot wortelharen.
Transportvaten: houtvaten en bastvaten. Water met opgeloste stoffen.
o Houtige stengels; houtvaten in jaarringen. Kruidachtige stengels; vaten bij
elkaar in vaatbundels. Bladeren; vaten in nerven.
Vulweefsel (schors en merg): tussen de epidermis en transportvaten. Fotosynthese,
opslag en stevigheid.
Ontwikkeling: veranderingen die tijdens de groei van een plant plaatsvinden.
Meristemen: vinden delingen plaats. In toppen van wortels en stengels, knoppen en
jonge bladeren. Komen stamcellen (nog niet gedifferentieerde cellen) in voor.
o Als een cel zich deelt ontstaan twee dochtercellen. Een blijft een meristeemcel
en de ander ondergaat celstrekking (celdifferentiatie (vorm) en celspecialisatie
(functie)).
o Groeipunten: toppen van stengels en wortels. Lengtegroei.
o Cambium: meristeem in stengels. Diktegroei.
Naar binnen toe vormt het houtcellen en naar buiten bastcellen.
Houtvaten: boven elkaar gelegen houtcellen.
o Tegen de verticale primaire celwanden worden dikke secundaire celwanden
afgezet. Van cellulose en houtstof (lignine). De dwarswanden tussen boven
elkaar liggende houtcellen verdwijnen door enzymen. Ten slotte verdwijnen de
cellen zelf.
Bastvaten: Boven elkaar gelegen bastcellen.
o In de dwarswanden tussen cellen komen openingen (zeefplaat). Alleen de
celkernen verwijnen. Daardoor sterven de cellen en worden ze samengedrukt.
Jaarring: Het hout dat gedurende 1 jaar is gevormd. Houtcellen en bastcellen.
o Voorjaarshout: licht hout met wijde houtvaten met dunne wanden.
o Zomerhout: nauwere houtvaten met steeds dikkere wanden.
o Jaargrens: duidelijke grens tussen voorjaarshout en zomerhout.
o In de bast zijn geen jaarringen omdat de bastvaten snel worden
samengedrukt.
4.3 Transport in planten
Houtvaten vervoeren water en zouten van de wortels naar bladeren. Anorganische
sapstroom.
Bastvaten vervoeren water en assimilatieproducten van de bladeren naar de rest van
de plant. Organische sapstroom.
Wortels nemen water en mineralen op. Vooral via de wortelharen.
Centrale cilinder: liggen de houtvaten en bastvaten.
o Endodermis: buitenste laag van de centrale cilinder. Selectieve opname.
o Van de wortelharen naar de centrale cilinder vindt transport via de celwanden
plaats. Door capillaire werking en diffusie.
Cohesiekrachten houden het water bij elkaar en adhesiekrachten
zorgen ervoor dat water aan de wanden wordt vastgehouden.