Genetica
DNA
- Twee lange strengen van nucleotiden
- Dubbele helix
- 4 bases worden verbonden met waterstofbruggen
- Thymine (T), adenine (A), guanine (G), cytosine (C)
De eiwitsynthese
Verband tussen DNA en erfelijke kenmerken
- Gen: DNA fragment dat de code bevat voor de aanmaak van een bepaald eiwit
HOE WORDEN ONZE ERFELIJKE KENMERKEN BEPAALD?
, EENVOUDIGE OVERERVINGSMECHANISMEN
Gen – genen
- Stukje DNA dat verantwoordelijk is voor één eiwit, één kenmerk
- Drager van de aanleg van een erfelijke aanleg
- Erf-eenheid gelokaliseerd op een bepaalde plaats (= locus) op een bepaald chromosoom
Allel – allelen
- Twee genen die op
Één homoloog chromosomenpaar liggen
Op eenzelfde locus
Én invloed uitoefenen op eenzelfde kenmerk
- Worden allelen genoemd
- Ze vormen een allelenpaar
Genotype (zijn letters) !!
- Alle genen van een organisme
- Totale erfelijke aanleg
- AA (blauwe ogen), Aa (lange wimpers), aa (ziekte van Huntington)
Fenotype (uiting van de letters) !!
- Waarneembare eigenschappen
- De verschijningsvorm
- Wordt door genotype en omgeving bepaald (modificatie)
- (AA) blauwe ogen, (Aa) lange wimpers, (aa) ziekte van Huntington
1. Heterozygoot
- Twee allelen, die inwerken op eenzelfde kenmerk, oefenen een verschillende invloed uit
- Aa
2. Homozygoot
- Twee allelen, die inwerken op eenzelfde kenmerk, oefenen eenzelfde invloed uit
- AA, aa
DNA
- Twee lange strengen van nucleotiden
- Dubbele helix
- 4 bases worden verbonden met waterstofbruggen
- Thymine (T), adenine (A), guanine (G), cytosine (C)
De eiwitsynthese
Verband tussen DNA en erfelijke kenmerken
- Gen: DNA fragment dat de code bevat voor de aanmaak van een bepaald eiwit
HOE WORDEN ONZE ERFELIJKE KENMERKEN BEPAALD?
, EENVOUDIGE OVERERVINGSMECHANISMEN
Gen – genen
- Stukje DNA dat verantwoordelijk is voor één eiwit, één kenmerk
- Drager van de aanleg van een erfelijke aanleg
- Erf-eenheid gelokaliseerd op een bepaalde plaats (= locus) op een bepaald chromosoom
Allel – allelen
- Twee genen die op
Één homoloog chromosomenpaar liggen
Op eenzelfde locus
Én invloed uitoefenen op eenzelfde kenmerk
- Worden allelen genoemd
- Ze vormen een allelenpaar
Genotype (zijn letters) !!
- Alle genen van een organisme
- Totale erfelijke aanleg
- AA (blauwe ogen), Aa (lange wimpers), aa (ziekte van Huntington)
Fenotype (uiting van de letters) !!
- Waarneembare eigenschappen
- De verschijningsvorm
- Wordt door genotype en omgeving bepaald (modificatie)
- (AA) blauwe ogen, (Aa) lange wimpers, (aa) ziekte van Huntington
1. Heterozygoot
- Twee allelen, die inwerken op eenzelfde kenmerk, oefenen een verschillende invloed uit
- Aa
2. Homozygoot
- Twee allelen, die inwerken op eenzelfde kenmerk, oefenen eenzelfde invloed uit
- AA, aa