Werkcollege 2 Inleiding in de
Psychologie I – Opdrachten
Opdracht 1: Onderdelen neuron en zewustelsel
Ga naar It’s learning en maak daar opdracht 1: “Test je Anatomiekennis”
Hieronder ter ondersteuning de afbeeldingen. Bespreek de antwoorden met elkaar.
Opdracht 2:
Werk in tweetallen.
Één iemand gaat aan de groep de werking van het neuron uitleggen. De anderen vullen aan
waar nodig.
1) Benoem aan de hand van het plaatje de onderdelen van het neuron:
Kern, dendrieten, cellichaam, Schwann cel, Myeline, Axonuiteinden, Knoop van Ranvier,
Axon
2) Leg de rol uit van elektrische en chemische signalen (neurotransmitters) uit.
3) Geef de functie van neuronen aan ten opzichte van andere cellen in het lichaam.
Een cel ook wel een zenuwcel genoemd, is gespecialiseerd in het ontvangen en doorsturen
van informatie naar andere cellen in het lichaam. Je hebt 3 grote groepen neuronen: 1.
sensorische neuron 2. Motorische neuron 3. Schakelcel.
Een ander groepslid gaat de werking van het zenuwstelsel uitleggen. De anderen vullen aan
waar nodig.
1) Geef de functie van de verschillende onderdelen aan binnen het zenuwstelsel.
Perifere zenuwstelsel
Centrale zenuwstelsel: hersenen en ruggenmerg
Autonome zenuwstelsel: bestuurt zelfregulerende functies van interne organen en klieren
Somatische zenuwstelsel: bestuurt vrijwillige bewegingen van skeletspieren
Sympatische zenuwstelsel: stimuleren
Parasympatische zenuwstelsel: afremmen
2) Welke functie heeft het zenuwstelsel in zijn algemeenheid?
Werkt als hoofdkwartier van het lichaam. De hersenen, die ongeveer een derde van het
schedel vullen, nemen complexe beslissingen.
3) Welke rol heeft het hormoonstelsel ten opzichte van het zenuwstelsel?
Het hormoonstelsel brengt signalen door die niet alleen van invloed zijn op de
lichaamsfuncties, maar ook op gedragingen en emoties.
Bekijk met de klas de filmpjes op It’s Learning om te kijken of je het goed hebt uitgelegd aan
je klasgenoot
Psychologie I – Opdrachten
Opdracht 1: Onderdelen neuron en zewustelsel
Ga naar It’s learning en maak daar opdracht 1: “Test je Anatomiekennis”
Hieronder ter ondersteuning de afbeeldingen. Bespreek de antwoorden met elkaar.
Opdracht 2:
Werk in tweetallen.
Één iemand gaat aan de groep de werking van het neuron uitleggen. De anderen vullen aan
waar nodig.
1) Benoem aan de hand van het plaatje de onderdelen van het neuron:
Kern, dendrieten, cellichaam, Schwann cel, Myeline, Axonuiteinden, Knoop van Ranvier,
Axon
2) Leg de rol uit van elektrische en chemische signalen (neurotransmitters) uit.
3) Geef de functie van neuronen aan ten opzichte van andere cellen in het lichaam.
Een cel ook wel een zenuwcel genoemd, is gespecialiseerd in het ontvangen en doorsturen
van informatie naar andere cellen in het lichaam. Je hebt 3 grote groepen neuronen: 1.
sensorische neuron 2. Motorische neuron 3. Schakelcel.
Een ander groepslid gaat de werking van het zenuwstelsel uitleggen. De anderen vullen aan
waar nodig.
1) Geef de functie van de verschillende onderdelen aan binnen het zenuwstelsel.
Perifere zenuwstelsel
Centrale zenuwstelsel: hersenen en ruggenmerg
Autonome zenuwstelsel: bestuurt zelfregulerende functies van interne organen en klieren
Somatische zenuwstelsel: bestuurt vrijwillige bewegingen van skeletspieren
Sympatische zenuwstelsel: stimuleren
Parasympatische zenuwstelsel: afremmen
2) Welke functie heeft het zenuwstelsel in zijn algemeenheid?
Werkt als hoofdkwartier van het lichaam. De hersenen, die ongeveer een derde van het
schedel vullen, nemen complexe beslissingen.
3) Welke rol heeft het hormoonstelsel ten opzichte van het zenuwstelsel?
Het hormoonstelsel brengt signalen door die niet alleen van invloed zijn op de
lichaamsfuncties, maar ook op gedragingen en emoties.
Bekijk met de klas de filmpjes op It’s Learning om te kijken of je het goed hebt uitgelegd aan
je klasgenoot