Kwantitatief onderzoek
VRAGENLIJSTEN
DEEL 1: kenmerken van vragenlijstonderzoeken
1.Hoe vertaal ik een abstract begrip in
meetbare indicatoren?
1.1. Operationaliseren
Feiten= empirische constructen Abstracte begrippen =
hypothetische constructen
Welke krans leest u? Hoe gemotiveerd bent u om de krant
te lezen?
Hoeveel minuten per dag leest u de Hoe betrokken bent u op de
krant? onderwerpen die u in de krant leest?
Welk deel van de krant leest u het Is er een verband met intelligentie,
eerst? perfectionisme, persoonlijkheid,…?
Feiten= empirische constructen:
- Directe meting
= Het begrip zelf, de operationalisering.
Abstracte begrippen = hypothetische constructen:
- Indirecte meting:
a) Meetbaar maken = operationaliseren.
1
Kwantitatief onderzoek
, b) Vertalen in empirische indicatoren.
c) Vragen = items.
1.2. Hoe definieer ik begrippen?
Literatuurstudie: warm water niet uitvinden!
Vakwoordenboeken (niet: van Dale!!!), handboeken.
- Vb. Pesten: Van Dale:
- Vb. http://www.apa.org/topics/bullying/index.aspx
1.3. Hebben de begrippen (sub)-dimensies?
Zie opnieuw: vakliteratuur.
+ empirische (statische) ondersteuning vinden aan de hand van factor-analyse.
Construct Dimensies Subdimensie
(begrip s
zoals
bedoeld)
Agressie: Fysieke Direct fysiek
Def: agressie Indirect fysiek
“Gedrag dat Verbale Direct verbaal
erop gericht is agressie Indirect
een ander te verbaal
kwetsen. Dit
kan fysiek of
verbaal, en
direct of
indirect zijn”
2
Kwantitatief onderzoek
, 1.4. Wat zijn meetbare indicatoren voor een begrip, dan
wel voor de (sub)-dimensies van een begrip?
Dit wil zeggen: hoe kom je tot een schaal met meerdere items?
Belangrijk om per subdimensie naar meerdere indicatoren te zoeken.
- Zodat toeval een minder grote rol kan spelen.
- (en de meting dus betrouwbaarder wordt.)
Zet dan de indicatoren om in vragen (items).
- Best actief geformuleerd, met betrekking tot concreet gedrag.
2.Hoe maak ik vragen?
3
Kwantitatief onderzoek
, Belangrijk:
Slecht gestelde vragen levert slechte antwoorden op en dus onbruikbare
onderzoekgegevens!!
Goede vragenlijst: lang & stapsgewijs proces.
- Je weet pas NA het afnemen of een vragenlijst ‘goed’ is.
Daarom:
- Best bestaande vragenlijsten gebruiken.
- Zelf-gemaakte vragenlijsten eerst proefdraaien (= pilot study)
2.1. Welke vraagvorm kies ik?
Multiple choice- of meerkeuzevragen (objectieve feiten).
- Maximum 1 antwoord mogelijk.
- Meerdere antwoorden mogelijk.
Schaalvragen:
- Beoordelingsvragen
→ Ratingschaal (subjectieve opvattingen, gevoelens…)
Cf. ook Likertschalen.
→ Grid of matrix
Wel gevaar voor satisficing (zie hoger).
- Gedragsvragen
Frequentie, duur, laatste-keer/ week-vraag.
Open vragen.
2.2. Waar let ik op bij het formuleren van vragen?
a) Concreet
b) Begrijpelijk
c) Eenduidig
d) Neutraal
e) Gebaseerd op juiste verwachtingen
4
Kwantitatief onderzoek
VRAGENLIJSTEN
DEEL 1: kenmerken van vragenlijstonderzoeken
1.Hoe vertaal ik een abstract begrip in
meetbare indicatoren?
1.1. Operationaliseren
Feiten= empirische constructen Abstracte begrippen =
hypothetische constructen
Welke krans leest u? Hoe gemotiveerd bent u om de krant
te lezen?
Hoeveel minuten per dag leest u de Hoe betrokken bent u op de
krant? onderwerpen die u in de krant leest?
Welk deel van de krant leest u het Is er een verband met intelligentie,
eerst? perfectionisme, persoonlijkheid,…?
Feiten= empirische constructen:
- Directe meting
= Het begrip zelf, de operationalisering.
Abstracte begrippen = hypothetische constructen:
- Indirecte meting:
a) Meetbaar maken = operationaliseren.
1
Kwantitatief onderzoek
, b) Vertalen in empirische indicatoren.
c) Vragen = items.
1.2. Hoe definieer ik begrippen?
Literatuurstudie: warm water niet uitvinden!
Vakwoordenboeken (niet: van Dale!!!), handboeken.
- Vb. Pesten: Van Dale:
- Vb. http://www.apa.org/topics/bullying/index.aspx
1.3. Hebben de begrippen (sub)-dimensies?
Zie opnieuw: vakliteratuur.
+ empirische (statische) ondersteuning vinden aan de hand van factor-analyse.
Construct Dimensies Subdimensie
(begrip s
zoals
bedoeld)
Agressie: Fysieke Direct fysiek
Def: agressie Indirect fysiek
“Gedrag dat Verbale Direct verbaal
erop gericht is agressie Indirect
een ander te verbaal
kwetsen. Dit
kan fysiek of
verbaal, en
direct of
indirect zijn”
2
Kwantitatief onderzoek
, 1.4. Wat zijn meetbare indicatoren voor een begrip, dan
wel voor de (sub)-dimensies van een begrip?
Dit wil zeggen: hoe kom je tot een schaal met meerdere items?
Belangrijk om per subdimensie naar meerdere indicatoren te zoeken.
- Zodat toeval een minder grote rol kan spelen.
- (en de meting dus betrouwbaarder wordt.)
Zet dan de indicatoren om in vragen (items).
- Best actief geformuleerd, met betrekking tot concreet gedrag.
2.Hoe maak ik vragen?
3
Kwantitatief onderzoek
, Belangrijk:
Slecht gestelde vragen levert slechte antwoorden op en dus onbruikbare
onderzoekgegevens!!
Goede vragenlijst: lang & stapsgewijs proces.
- Je weet pas NA het afnemen of een vragenlijst ‘goed’ is.
Daarom:
- Best bestaande vragenlijsten gebruiken.
- Zelf-gemaakte vragenlijsten eerst proefdraaien (= pilot study)
2.1. Welke vraagvorm kies ik?
Multiple choice- of meerkeuzevragen (objectieve feiten).
- Maximum 1 antwoord mogelijk.
- Meerdere antwoorden mogelijk.
Schaalvragen:
- Beoordelingsvragen
→ Ratingschaal (subjectieve opvattingen, gevoelens…)
Cf. ook Likertschalen.
→ Grid of matrix
Wel gevaar voor satisficing (zie hoger).
- Gedragsvragen
Frequentie, duur, laatste-keer/ week-vraag.
Open vragen.
2.2. Waar let ik op bij het formuleren van vragen?
a) Concreet
b) Begrijpelijk
c) Eenduidig
d) Neutraal
e) Gebaseerd op juiste verwachtingen
4
Kwantitatief onderzoek