perspectief
1. Psychopathologie
Psychopathologie is de wetenschap/studie van het geestelijk of psychisch lijden.
Psychische functies is alles wat te maken heeft met de geest en kunnen we
onderverdelen in 6 delen:
Het bewustzijn
Het geheugen
Het waarnemen
Het denken
Stemming en affect (gevoel)
Bewegen en handelen
1.1. Het bewustzijn
Het bewustzijn is de toestand waardoor we besef hebben van onszelf en onze omgeving.
Het is het reageren op prikkels, alert zijn voor de omgeving en jezelf. Het is eigenlijk hoe
je omgaat met prikkels van buitenaf. Je gedrag wordt bepaald door bepaalde factoren en
iedereen reageert hier anders op.
Casus Pieter: Pieter is hyperbewust van sommige omgevingsfactoren waardoor hij alles
opneemt en zich liever wat afzondert dan in een groep meedoet (hypersensitief). Hij past zijn
gedrag niet aan. Als je over jezelf hebt gereflecteerd pas je dat nadien ook toe en dat doet
Pieter niet. Hij leeft in zijn eigen wereld waardoor hij niet in verbinding staat met onze wereld.
Zijn inlevingsvermogen is beschadigd (spiegelneuronen). Je beseft wat gevoelens bij andere
betekenen, Pieter niet. Het bewustzijn bepaald heel sterk je gedrag, het is het aanvoelen van
dingen.
Biologisch bewustzijn: bewustzijnsdaling
Ernstig:
Sufheid of schemertoestand
o Persoon voelt zich suf, wazig duizelig
o Niet helder van geest
o Als in een droom
o Weinig of niks herinneren over later
o Denken en praten gaat heel traag
Somnolentie
o Persoon is slaperig en moet moeite doen om wakker te blijven
o Kans op alcohol of koolstofdioxide voorkomen
o Niet chronisch, een momentopname
o Gedesoriënteerd in de tijd
Sopor
o Soort slaaptoestand waaruit de persoon met sterke prikkels kan worden
gewekt en verder geen tot weinig reactie geeft terwijl de normale
reflexen blijven staan
1
, Subcoma (precoma)
o Bewustzijnsverlies waarbij de persoon niet kan worden gewekt en geen
peesreflexen meer vertoont
o Reageert wel op licht- en pijnprikkels
Coma
o Hoogste graad van bewustzijnsverlies
o Geen reactie op pijnprikkels, reflexen
o Meestal geen lichtreflex meer van de pupil
Veel voorkomend/onschuldig:
Syncope of collaps
o Kortstondig bewustzijnsverlies
o Flauwvallen
o Wanneer persoon afwezig lijkt te zijn, gaat het meestal om een stoornis in
de aandacht
o Een kortstondig afwezig bewustzijn (absence) kan onder opvallende
veranderingen in de motoriek, een epileptisch verschijnsel zijn.
Biologisch bewustzijn: bewustzijnsvermeerdering
Bewustzijnsverruiming
o Grotere openheid voor indrukken van buitenaf en/of eigen ervaringen dan
normaal
o Komt vaak voor in mechanische toestanden en onder invloed van drugs
o Veel voorkomend bij angst
o Vorm van hoogsensitief/hypersensitief
Bewustzijnsvernauwing
o Individu lijkt slechts te reageren op of open te staan voor bepaalde
selectie prikkels terwijl andere normaal te registreren stimuli niet lijken
door te dringen (abnormale filtering)
Biologisch bewustzijn: bewustzijnsverandering
Amnesie
o Zie geheugen
Delier
o Ernstige vorm van destructurering van het bewustzijn
o Gekenmerkt door gestoorde aandacht, desoriëntatie, verwardheid in
denken en spreken, hallucinaties (visueel), motorische onrust en heftige
affecten (angst of radeloosheid)
o Komt vooral voor bij ouderen
Bewustzijn in orde en structuur vervormd
o Verstoring van de intensiteit of diversiteit van kwalitatieve aspecten van
geregistreerde prikkels.
o Kan gaan van lichte vertroebeling tot ernstige verwarring of
destructurering in het bewustzijn.
,Stoornissen in het ik-besef (zelfbeleving)
Specifieke verstoring in het zelfbeeld:
Stoornis in de ik-vitaliteit
o = het beseffen dat men leeft, dat lichaam en geest bestaan
o Het gevoel hebben te sterven, zonder objectieve reden
o Overweldigende angst voor de dood, vernietiging of ondergang van de
wereld
Stoornis in de ik-activiteit
o = het besef dat men een spontane actor is van het eigen handelen,
denken en voelen
o Gevoel van verlies van autonomie (bv: dwangstoornis)
o Overtuiging door vreemde krachten beïnvloed of geleid te worden
Stoornis in de ik-consistentie
o = zichzelf als een samenhangend geheel ervaren
o Het gevoel van uiteenvallen of verbrokkeling van eigen persoon, ervaring
van innerlijke splitsing
Stoornis in de ik-afgrenzing
o = vermogen een onderscheid te maken tussen ik en niet ik
o Ervaring van falende of zelfs afwezige afgrenzing, gevoel van overdreven
afgrenzing of grote afstand tussen zichzelf en andere.
Stoornis in de ik-identiteit
o =besef gedurende alle levenstaken constant en continu in de tijd steeds
dezelfde persoon te blijven en als zodanig door anderen herkend te
worden
o Twijfel aan eigen identiteit, meer identiteiten, gevoel een kopie van iemand
anders te zijn.
Globale verstoring in het zelfbeeld:
Vernauwing in het ik-besef
o = wetend deel aan omgeving is beperkt.
o Kan niet de gehele omgeving bevatten omdat zich richt op 1 bepaald
gevoel, gedacht of handeling.
Dissociatieve toestand
o = deel van het bewustzijn wordt ontkoppeld van de rest van het cognitief
functioneren.
o Afweermechanisme waar men tot rust kan komen.
Dissociatieve fugue
o Een persoon heeft problemen met de identiteit en probeert er van weg te
lopen omdat het als een bedreiging overkomt.
o Weglopen kan fysiek of geestelijk zijn. Wegloopgedrag, maar de persoon
kan dit zichzelf niet herinneren.
, Depersonalisatie
o = gevoel van zelfvervreemding.
o Voorbeeld: iemand met CVA (eigen arm niet herkennen)
Derealisatie
o = vervreemd van u werkelijkheid.
o De wereld wordt op het moment zelf als onecht ervaren. Een onveilig
gevoel. Eerst komt derealisatie en dan depersonalisatie.
Desoriëntatie
o = niet weten waar je bent.
o Geen besef meer hebben van bepaalde delen van het lichaam.
1.2. Het geheugen
Kwantitatief
Amnesie
o Verminderd tot afwezig geheugen
o Bepaalde perioden en bepaalde dingen vergeten
Het amnestisch syndroom
o Stoornissen in zowel lange als kortetermijngeheugen door lichamelijke
oorzaak
o Hyperamnesie
Casus Pieter: Pieter geraakt de weg kwijt in de stad, kan geen herkenningspunten
gebruiken
Retrograde amnesie
o Geheugenverlies door traumatisch voorval
o Defect in gegevens die voordien gesitueerd zijn
Anterograde amnesie
o Nieuwe gegevens na trauma niet meer onthouden
Dissociatieve amnesie
o Vorm van amnesie die wordt veroorzaakt door trauma of stress
o Iemand is niet meer in staat om belangrijke persoonlijke informatie te
herinneren
Versterkte herinnering
o Herinnering die sterker aanwezig is doordat er een emotionele connectie
is (angst, stress)
o Na een relatie enkel de slechte dingen onthouden
Casus Pieter: Pieter kan de titels van jommekesboeken onthouden
(splintervaardigheid)